nieuws

Boekvoorstelling ‘Je bord ontrafeld': Vijf opvallende inzichten over landbouw

nieuws

Wat ligt er echt op ons bord, en wat denken we dat erop ligt? In het nieuwe boek ‘Je bord ontrafeld’ ontrafelen Tessa Avermaete, Wannes Keulemans en Barbara De Coninck feiten, fabels en emoties rond voedsel en landbouw. Tijdens de boekvoorstelling gingen de auteurs, wetenschappers en gasten in gesprek over enkele hardnekkige discussies uit het voedseldebat. Dat leverde scherpe inzichten en enkele opvallende uitspraken op.

Vandaag Jozefien Verstraete
tractor veld akkerbouw _TomDeDecker

1. “Theorieën rond de reductie van de veestapel baseren zich te vaak op landbouwproductie. Wat met consumptie?”

Om 100 kilocalorieën rundvlees te produceren, is ongeveer 18 keer meer land nodig dan voor dezelfde hoeveelheid kip. Bij groenten ligt dat nog eens dubbel zo laag. Vleesproductie vraagt dus aanzienlijk meer land dan plantaardige voeding. Wie zijn landgebruik zo laag mogelijk wil houden, zou theoretisch gezien best een dieet van uien volgen. Al was dat gelukkig niet de conclusie die auteur en professor plantgezondheid en -bescherming Barbara De Conick aanreikte om het debat hierop verder te laten gaan. Het gesprek met Chris Claes, directeur Rikolto International, en de Nederlandse wetenschapsjournalisten Joost Van Kasteren en Hidde Boersma ging verder over de veestapelreductie.

Schermafbeelding 2026-03-11 195622

“De grafiek spreekt boekdelen, een veestapelreductie is noodzakelijk. Maar veel theorieën en studies hierrond vertrekken vanuit de productie, niet vanuit de consumptie”, stelt Claes. “De vraag naar vlees blijft hoog. Als we hier minder produceren, zal de import gewoon toenemen.” Volgens hem mag de consumptiezijde in dit vraagstuk niet vergeten worden. “Bewustmaking en educatie helpen, maar leiden niet automatisch tot een gedragswijziging. Kijk naar fairtrade. Bijna iedereen steunt het principe, maar slechts een minderheid koopt het effectief.”

Ook Boersma ziet de uitstoot van broeikasgassen en het landgebruik van vee als argumenten om de veestapel te verkleinen. Die reductie biedt volgens hem tegelijk een kans om het beleid te veranderen, samen met de veehouders die nog overblijven en mee willen in de beleidswending. “Veel boeren kunnen en willen de maatschappelijke uitdaging aangaan. Wel moeten we oppassen dat we die welwillende en vooruitstrevende landbouwers niet kwijtspelen”, luidt het. “In Nederland zijn bij de stikstofuitkoopregeling veel moderne bedrijven gestopt, terwijl oudere bedrijven vaak nog even verder willen doen. Terwijl het net die moderne boeren zijn die je zou willen houden.”

Als je de veiligheidsmarge van gewasbescherming zou toepassen op de weg, moeten we in het vervolg zes tot zeven kilometer afstand houden

Barbara De Coninck - Professor plantgezondheid en -bescherming

2. “Waar komt die heisa rond gewasbeschermingsresidu op voeding plots vandaan?”

De auteurs laten heel wat collega-wetenschappers en experts aan het woord over feiten en fabels in de sector. Zo interviewde bio-econome Tessa Avermaete de jonge komkommerteler Willem Derynck, ook ondervoorzitter van Groene Kring. Hij vertelde het niet te verstaan dat mensen in de supermarkt hun kar volleggen met ultrabewerkte kant-en-klare maaltijden, maar in de versafdeling zich de vraag stellen of er op hun tomaten of appels een residu van gewasbeschermingsmiddelen terug te vinden is.

“Bij gewasbescherming wordt niet gerekend met gevaar, maar met risico”, bracht De Coninck de zaal bij. “Een risico is het gevaar vermenigvuldigd met blootstelling. In de EU zijn de regels zodanig streng dat er in dat risico een veiligheidsmarge ingewerkt is van 100. Je kan de analogie maken met een auto op de snelweg. Om een botsing te vermijden, hou je best een afstand van 60 tot 70 meter. Als je de veiligheidsmarge van gewasbescherming zou toepassen op deze wegcode, moeten we in het vervolg zes tot zeven kilometer afstand houden. In veel sectoren worden innovatie en sommige risico's toegelaten, maar zodra het over bepaalde dossiers in de landbouw gaat, valt op hoe weinig ruimte daarvoor is in het debat.”

De uitzonderingen die gebracht worden in de media verdienen meer context. Want het uitzonderlijke wordt snel de norm bij het brede publiek

Hidde Boersma - Moleculair bioloog en wetenschapsjournalist

“Ik versta het gewoon niet”, zegt wetenschapsjournalist Van Kasteren tijdens het panelgesprek. “Vanwaar komt die plotse heisa? We weten al jaren dat het niet de stof, maar de dosis is die toxisch is. Soms heb ik zin om mijn schoen naar de tv te gooien.”

Boersma heeft er wel een verklaring voor. “Het hele agrovoedingsdebat kan wel wat nuance gebruiken. De media spelen hierin een grote rol. Journalisten brengen vaak het ‘uitzonderlijke’, wat ook hun taak is om dit te rapporten. Maar het gewone verhaal komt zelden in beeld. Daardoor wordt het uitzonderlijke voor het publiek al snel de norm. Die uitzonderingen verdienen meer context.”

Wie biodiversiteit wil sparen, moet zo weinig mogelijk grond in gebruik moet nemen

Hidde Boersma - Moleculair bioloog en wetenschapsjournalist

3. “Biologische landbouw heeft geen milieu- en gezondheidsvoordeel”

Volgens de Nederlandse panelleden is bij het brede publiek ook te weinig bekend dat biologische landbouw volgens hen geen duidelijke milieu- of gezondheidsvoordelen heeft ten opzichte van gangbare landbouw.

Volgens Boersma zijn de Europese biodoelstellingen gebaseerd op onderzoek van zo’n 30 jaar geleden. “Daaruit bleek dat een hectare biologische landbouw iets meer biodiversiteit had dan gangbare, maar de biodiversiteit rond de percelen werd toen niet meegenomen. Pas in de voorbije 15 jaar werden ook die factor en de opbrengst in het onderzoek betrokken. Daaruit blijkt duidelijk dat wie biodiversiteit wil sparen, zo weinig mogelijk grond in gebruik moet nemen.”

Omdat bio ongeveer een derde meer land nodig heeft, plaatst hij vraagtekens bij de doelstelling. “Maar nu veel actoren op bio hebben ingezet, is het niet eenvoudig om te zeggen dat we er de voorbije 30 jaar naast zaten.”

“Meer landbouw op zo weinig mogelijk grond om ruimte te laten voor natuur, dat verhaal klopt. Maar niet alle maatschappelijke factoren worden in die theorie meegenomen”, biedt Claes een ander inzicht. “De economische opbrengst van landbouwproductie wordt tenietgedaan als je alle ecologische- en gezondheidskosten zou meerekenen.” Hij wijst er ook op dat biolandbouw een belangrijke rol heeft gespeeld voor de gangbare landbouw. “Veel duurzame innovaties vinden via de biosector hun weg naar de gangbare landbouw. Als bio zich blijft vernieuwen, kan ze die rol blijven spelen.”

“Ik ben er ook van overtuigd dat verschillende systemen naast elkaar moeten kunnen bestaan”, verduidelijkt Boersma. “Een zekere competitie tussen systemen is nodig, want één systeem in monopolie werkt nooit.”

Volgens onderzoek blijkt ook dat biodiversiteit herstellen niet lukt door landbouw ‘een beetje’ terug te schroeven. “Er zal hard moeten omgeslagen worden, ten koste van oogst”, klinkt het. In dat opzicht zal op sommige plaatsen geëxtensiveerd moeten worden, en op andere net geïntensiveerd. Dat vraagt volgens Van Kasteren een herdenking van het huidige versnipperde natuurbeleid, met natuurgebieden die soms maar een hectare groot zijn. De drie panelleden verwezen daarbij naar het zogenoemde driecompartimentensysteem waar ze fan van zijn. Dat verdeelt het landschap in drie zones: intensieve landbouw, natuurgebieden en een overgangszone met extensieve landbouw, waar productie en biodiversiteit samen kunnen gaan.

4. "Dilemma: een voedselsysteem dat lokaal en authentiek is, of liever globaal en industrieel?"

“Ik heb liever niet lokaal, ik ben een grote voorstander van handel”, schopt Boersma tegen een ander heilig huisje. “Wat maakt landbouw zo schadelijk? Niet de transportkosten. Het gaat vooral om de efficiëntie van de productie. Als aardappelen hier onder gunstige omstandigheden groeien, kan dat duurzamer zijn dan ze lokaal ergens anders te telen met veel meer middelen.” Daarnaast wijst hij ook op de vredestheorie bij handeldrijven. “Landen die economisch met elkaar verweven zijn, voeren minder snel oorlog.” Meer zelfvoorziening kan volgens hem wel op continentaal niveau, maar is niet bevorderlijk per land. “Anders beginnen we opnieuw te vechten met Frankrijk en Duitsland.”

Claes ziet het anders. “Ik ben me ervan bewust dat lokale productie niet de oplossing is voor het voedselprobleem. Maar voor landbouw die enkel op export gericht is, bestaat weinig maatschappelijk draagvlak. We hebben een evenwicht nodig tussen lokaal en globaal. Europa kan daarbij als lokaal worden gezien.”  Hij stipt ook aan dat lokale landbouw een belangrijke sociale en educatieve functie heeft. “Bij een lokale boer passeren, versterkt het gemeenschapsgevoel en brengt mensen opnieuw in contact met voedselproductie.”

5. “Het boek bundelt drie jaar aan onderzoek over de uitdagingen binnen de agrovoedingssector”

Het boek ‘Je bord ontrafeld’ vloeit voort uit de interdisciplinaire dialoog over gezond en duurzaam voedsel voor de toekomst, binnen de KU Leuven. De verschillende perspectieven uit die dialoog zijn de basis voor het boek. Het boek scheidt feiten van fabels en duidt de emoties die onze blik op het voedseldebat vertroebelen. Daarnaast tonen verhalen over honger en overvloed of marktmacht en onmacht de menselijke kant achter de statistieken.

Het doel van de auteurs is het voedseldebat te nuanceren, zodat consumenten weloverwogen keuzes kunnen maken over wat op hun bord belandt. “Het boek richt zich enerzijds tot iedereen die op een laagdrempelige manier meer wil weten over voedsel. Anderzijds dient het voor ons als leidraad om het gesprek aan te gaan met de voedingsindustrie. Zo hopen we mee te bouwen aan een rechtvaardig en duurzaam voedselsysteem.”

groepsfoto

Beeld: Unsplash

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek