Hoe haalbaar en nodig is een driecompartimentenmodel in Vlaanderen?
AnalyseIn Vlaanderen hangt biodiversiteitsbehoud en -herstel sterk samen met de manier waarop landbouw wordt georganiseerd. In een visietekst schoven recent 11 onderzoekers van KU Leuven het driecompartimentenmodel naar voren als piste om landbouw en biodiversiteitsdoelstellingen te verzoenen. Maar hoe haalbaar is zo’n model in de praktijk en waarom achten onderzoekers het noodzakelijk? Olivier Honnay is medeauteur van de visietekst en hoogleraar conservatiebiologie en landbouwecologie. Hij licht toe.
Het driecompartimentenmodel verdeelt het natuur- en landbouwlandschap in drie vormen van landgebruik die met elkaar gecombineerd worden. In een eerste vorm van landgebruik wordt ingezet op duurzame hoogproductieve landbouw. De bescherming van biodiversiteit is er van ondergeschikt belang, maar er wordt wel gestreefd om meer algemene soorten te herstellen. Soorten die onder meer ecosysteemdiensten aan landbouw leveren zoals bestuiving.
Een tweede vorm van landgebruik zet in op natuurinclusieve landbouw. Een zeer extensieve landbouwvorm die ondergeschikt is aan biodiversiteit en tot doel heeft om de soorten te behouden die afhankelijk zijn van deze extensieve praktijken. Tot slot is er nog een compartiment waar volop voor natuur gekozen wordt. Idealiter sluiten deze zones op elkaar aan in dezelfde volgorde, zodat inspanningen in natuurgebieden niet worden ondermijnd door het gebruik van aangrenzende hoogproductieve landbouwpercelen.
Is zo’n model haalbaar in Vlaanderen, waar natuur erg versnipperd is en de vraag naar ruimte vanuit verschillende sectoren groot is?
Honnay: “Het is niet de bedoeling om rigoureus rond elk natuurgebied dergelijke bufferzones aan te leggen. Dit is niet realistisch. Ik zie in dit model vooral potentieel om een aantal verwevingzones te realiseren met natuurinclusieve landbouw, waar zowel een landbouwer als hoogwaardige natuur aanwezig kan zijn. Bijvoorbeeld op locaties rond natuurgebieden waar nu nog veel lineaire landschapselementen aanwezig zijn, zoals bomenrijen, beken en hagen.”
Het gaat om soorten zoals de hamster, wulp of de geelgors, die niet zijn aangepast aan de huidige landbouwpraktijken
Werkt Vlaanderen al niet via zo’n model? Er zijn natuurgebieden en gebieden waar aan intensieve en extensieve landbouw gedaan wordt.
“Nergens in Vlaanderen is momenteel zo’n zone te vinden die tot doel heeft om echt die soorten te behouden die afhankelijk zijn van deze extensieve praktijken. Het gaat om soorten zoals de hamster, wulp of de geelgors, die niet zijn aangepast aan de huidige landbouwpraktijken. Dit zijn diersoorten die hier al 100.000 jaar aanwezig waren, lang voor er sprake was van landbouw. Sinds de middeleeuwen hebben ze een habitat gevonden in landschappen met zeer extensieve vormen van landbouw met nagenoeg geen bemesting, zonder bestrijdingsmiddelen en zonder druk op het milieu. Een landschap met kleine perceeltjes, met veel houtkanten en waar 10 tot 20 verschillende soorten gewassen op de akkers staan.”
Moeten we per se soorten behouden die enkel floreren in een landschap zoals dat van de middeleeuwen? Is dit een Europese doelstelling?
“Voor een reeks vogelsoorten die floreren in dergelijke landschappen en voor bijvoorbeeld de hamster zijn doelstellingen opgelegd. In Vlaanderen zijn er bijvoorbeeld specifieke instandhoudingsdoelstellingen voor de grauwe klauwier vastgesteld, wat inhoudt dat het leefgebied actief moet worden beheerd en uitgebreid om de populatie te versterken. De reden dat we zo’n concept van driecompartimentenmodel naar voren schuiven, is omdat het in Vlaanderen niet haalbaar is om de natuurdoelen te halen in de huidige natuurgebieden. Moesten we de ruimte en de middelen hebben om dit te realiseren, zouden we geen zo'n tussencompartiment nodig hebben.”
We doelen op landbouw zoals die hier tot net na de Tweede Wereldoorlog werd bedreven
In de visietekst staat dat het belangrijk is om hier een hoogproductieve en duurzame landbouw te behouden. Als de productie in bufferzones wordt teruggeschroefd naar middeleeuwse niveaus, moeten er dan in andere zones sterker worden geïntensiveerd?
“Middeleeuwse productieniveaus zijn wat overdreven. Laat ons zeggen dat we op landbouw doelen zoals die hier tot net na de Tweede Wereldoorlog werd bedreven. Maar neen, er moet zeker niet meer worden geïntensiveerd. We zitten volgens mij ongeveer aan de top van wat mogelijk is. Dat niveau moeten we blijven behouden terwijl we verder verduurzamen. Als we echter zo’n tweede compartiment willen, zonder dat productie naar elders verschuift, dan moet er gelijktijdig een verandering in de eetgewoontes bij consumenten komen. Dan moet de eiwitshift gerealiseerd worden. Daarom is het ook geen goed idee om dit compartiment over heel het landbouwareaal uit te rollen. Wel moet er ruimte zijn om het op bepaalde plekken in het landschap toe te passen.”
“Naast een eiwitshift is bovendien ook een verdienmodel nodig om zo’n extensieve landbouwvorm mogelijk te maken in Vlaanderen. Tot op vandaag is dat er niet. Het verdienmodel zal moeten steunen op een combinatie van instrumenten en vergoedingen in ruil voor geleverde ecosysteemdiensten.”
Vlaanderen versnelt eiwitshift met focus op jongeren en onderwijs
16 september 2025In 2024 bedroeg het aandeel plantaardige eiwitten in het dieet van de Vlaming slechts 42,6 procent. Als we moeten wachten op die omslag richting 60 procent, duurt het nog wel even voor we biodiversiteit via een compartimentensysteem kunnen realiseren.
“Ik heb het gevoel dat er sinds enkele jaren toch iets meer rond aan het gebeuren is. Maar ik ben er niet naief in, het gaat heel traag. En ik maak mij niet te veel illusies dat we veel gehoor zullen krijgen met onze visietekst. Ik was de coördinator van de Metaforum visietekst biodiversiteit in 2010, sindsdien is de algemene kwaliteit van biodiversiteit er niet op verbeterd. Er zijn wel een aantal soorten er overtuigend op vooruit gegaan zoals de wolf, de bever en de otter. Maar tegelijk zijn andere soorten achteruitgegaan. De verbeteringen zijn het gevolg van beleidsmaatregelen, wat aantoont dat verandering via beleid mogelijk is. Maar weinig politici beschouwen biodiversiteit vandaag als een echte prioriteit.”
De natuurherstelwet zal een grote impact hebben op de landbouwsector na 2030
“Er is vandaag wel één belangrijk verschil ten opzichte van 2010: de Europese natuurherstelwet. Dit is een stok achter de deur om biodiversiteit op de agenda te plaatsen, anders zullen we veroordelingen oplopen. We zullen aan habitatherstel moeten doen. Na 2030 zal dit ook een grote impact hebben op de landbouwsector. Tot dan ligt de focus van habitatherstel op de Natura 2000-gebieden, maar nadien zullen ook maatregelen buiten die zones nodig zijn om de doelstellingen tegen 2050 te halen. Die gebieden zijn nog niet afgebakend, al is duidelijk dat veel habitattypes die moeten worden hersteld in landbouwgebied liggen.”
Hoop je dat tegen 2050 veel van de middelste compartimentzones in Vlaanderen gerealiseerd zijn?
“Ik hoop vooral dat we tegen 2050 minstens de verbintenissen inzake habitatkwaliteit, die we vandaag voor onze natuurgebieden zijn aangegaan, ook effectief hebben gerealiseerd. Als dat ook ingrepen in landbouwgebied vraagt, moeten we nu nadenken over hoe we dat aanpakken. Daarvoor moeten we alvast niet rekenen op het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Dat beleid faalt over de hele lijn wat betreft herstel van biodiversiteit. We zullen dus een andere weg moeten vinden. Het driecompartimentenmodel kan daarbij een piste zijn, maar dat zal politieke wil vergen.”
Beeld: Unsplash