nieuws

Stikstofbeleid in uitvoering: al 374 bedrijven lieten zich betalen voor vrijwillige stopzetting

nieuws

Twee jaar en vier oproepcycli na het in voege gaan van het stikstofdecreet staat de teller van het aantal bedrijven dat zich heeft laten uitkopen op 374: 366 varkensbedrijven, één oranje bedrijf en zes bedrijven in een maatwerkgebied. Bij de bedrijven die ingingen op de specifieke regeling voor de varkenshouderij is het aantal definitief. Voor de oranje bedrijven en bedrijven in maatwerkgebieden werden er 60 aanvragen ingediend, maar nog heel wat dossiers zijn in behandeling. Dat blijkt uit het Voortgangsrapport PAS dat onlangs werd gepubliceerd.

Vandaag Griet Lemaire
Lees meer over:
Vercauteren bezoekt het melkveebedrijf van Van Lembergen in Lommel

Sinds het stikstofdecreet in 2024 in voege ging, is ook de uitrol van het flankerend beleid van start gegaan. Dat beleid omvat de verschillende maatregelen die landbouwers financieel ondersteunen om hun stikstofemissies te reduceren. Het gaat om vergoedingen voor de vrijwillige stopzetting of reconversie van veebedrijven. Ook compensaties voor investeringen of voor het verlies van rechten komen in aanmerking. Denk aan nutriënten-emissierechten die geannuleerd werden, of aan het versneld doorgevoerde verbod op bemesting in natuurgebieden. In dit artikel bespreken we de stand van zaken van de vrijwillige stopzetting of reconversie van veebedrijven.

Veebedrijven kunnen onder bepaalde voorwaarden een vergoeding krijgen als ze een bepaalde veehouderijtak stopzetten, als ze hun stallen slopen of als ze hun bedrijf omvormen tot een akkerbouwbedrijf (reconversie). Sinds de start van het stikstofdecreet zijn vier oproepcycli gelanceerd door de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). De eerste twee oproepen waren enkel gericht op varkensbedrijven. Bij de derde oproep konden oranje veebedrijven intekenen en de vierde oproep was specifiek gericht naar veebedrijven in maatwerkgebieden.

Stopzetting varkensbedrijven

De eerste twee oproepen waren specifiek gericht op varkensbedrijven. Omdat in het stikstofdecreet staat ingeschreven dat er tegen 2030 30 procent minder varkens moeten zijn in Vlaanderen. Bij de eerste oproep, die liep van 3 april tot 17 juni 2023, konden enkel varkensbedrijven met een impactscore van meer dan 0,5 procent zich kandidaat stellen. De tweede oproep, waarop varkenshouders tussen november 2023 en 19 januari 2024 moesten intekenen, werd verruimd naar varkensbedrijven die een impactscore hadden van 0,025 procent.

In totaal waren er 366 varkensbedrijven die zich lieten uitbetalen voor het stopzetten van hun activiteit. In de periode 2023-2024 daalde het aantal varkens op deze manier met 370.744 stuks. Het aantal stallen verminderde met 1.212 stuks. Door het stopzetten van de stallen en de afbouw van de varkensaantallen komt er ongeveer 771 ton NH3-N (de exacte stikstofconcentratie in ammoniak, red.) minder vrij in de lucht. Dat is 9,6 procent van de Vlaamse ammoniakuitstoot door de varkenssector in 2023

Het ging vooral om traditionele stalsystemen. Het aandeel stopgezette dieren in emissiearme stallen was beperkt tot tien procent in de eerste oproep en vijf procent in de tweede oproep. Doordat de impactscore in de tweede oproep werd verlaagd, was het aantal stopzettingen dan ook een stuk hoger dan bij de eerste oproep (zie figuur). Ruim de helft van de stopzettingen gebeurde in West-Vlaanderen, maar daar is de varkensstapel ook het grootst.

Afbeelding uitkoopregeling veehouderij

Het reductiedoel van 30 procent minder varkens staat gelijk aan 1,88 miljoen minder varkens in Vlaanderen tegen eind 2030 en dat in vergelijking met 2015. De stopzetting van 366 varkensbedrijven als gevolg van de twee oproepen staat ongeveer gelijk met 20 procent van die reductieopgave. Volgens het Voortgangsrapport PAS is dit een aanzienlijk deel. “Het stopzetten van de stallen en varkens in die bedrijven die steun krijgen, zorgt immers voor een permanente reductie in dieren aangezien ook de nutriëntenemissierechten die hiermee samenhangen, geschrapt worden”, klinkt het.

Er wordt ook een kanttekening gemaakt bij de economische conjunctuur die een impact heeft op het aantal stopzettingen in de varkenshouderij. Zo was het aantal varkens al voor de stopzettingsoproepen aan het dalen. In 2022 alleen al was er een sterke daling van 8,1 procent als gevolg van de slechte conjunctuur. In 2023 en 2024 stegen de varkensprijzen en daalden de voederkosten. Deze betere marktsituatie had volgens het Voortgangsrapport ook tot gevolg dat er wellicht minder bedrijven hun activiteiten vrijwillig hebben stopgezet.

Van de 366 bedrijven die intekenden op de oproepen voor vrijwillige stopzetting van varkensbedrijven zijn vijf bedrijven gelegen in een maatwerkgebied. Vier ervan liggen in het Turnhouts Vennengebied en één bedrijf in de Kalmthoutse Heide. Op vier van de vijf bedrijven is de varkenshouderij volledig gestopt, op één bedrijf in het Turnhouts Vennengebied is de varkenstak gedeeltelijk stopgezet.

In totaal ging er 46,42 miljoen euro naar de stopzettingsvergoedingen voor varkensbedrijven.

Stopzetting oranje bedrijven en bedrijven in maatwerkgebieden

Naast de twee oproepen voor varkensbedrijven was er ook een specifieke oproep tot veebedrijven met een impactscore die boven vijf procent ligt. Dat zijn de zogenaamde oranje bedrijven. Veebedrijven die in of rond een straal van twee kilometer rond een maatwerkgebied liggen, konden deelnemen aan de vierde oproep.

Sinds begin dit jaar werden al 60 aanvragen ingediend over beide oproepen heen. Specifiek voor de maatwerkgebieden gaat het om 26 steunaanvragen. Van die dossiers gaat het in 23 gevallen om bedrijven in of rond het Turnhouts Vennengebied (88%). De overige drie aanvragen komen van veebedrijven rond of in het maatwerkgebied Voeren (2) en rond of in het maatwerkgebied Kalmthoutse Heide. In elk van die dossiers gaat het om een aanvraag tot stopzetting. Als we kijken naar het type exploitatie, dan zien we dat vooral rundveebedrijven (10/26) en varkensbedrijven (8/26) een steunaanvraag deden. Slechts in vijf gevallen gaat het om een pluimveebedrijf en in drie gevallen om een gemengde bedrijf.

Bij de oranje bedrijven gaat het om 34 aanvragen. De overgrote meerderheid kiest hier voor een vergoeding voor stopzetting van de veeteeltactiviteit. In twee gevallen wordt er naast een stopzettingsvergoeding ook een extra vergoeding gevraagd om het bedrijf te heroriënteren naar akkerbouw. Het gaat om een varkensbedrijf en een gemengd bedrijf. Dat betekent niet dat de 32 dossiers die uitsluitend een stopzettersvergoeding aanvragen, hun bedrijf volledig stopzetten. Zij kunnen evengoed hun akkerbouwtak nog verderzetten.

De meeste aanvragen komen uit de provincie Antwerpen (14/34) en Limburg (10/34). West-Vlaanderen (6/34), Vlaams-Brabant (3/34) en Oost-Vlaanderen (1/34). Kijken we naar het type bedrijf, dan zien we dat het vooral om varkensbedrijven (13/34) gaat, gevolgd door rundveebedrijven (9/34). Bedrijven met pluimvee en gemengde bedrijven vroegen acht en vier keer steun aan.

De derde en vierde oproep werden pas in november 2024 gelanceerd. Veehouders kregen de tijd om erop in te tekenen tot 1 september 2025 in het geval van de oranje bedrijven. In het geval van de maatwerkgebieden hebben ze nog steeds de tijd om in te tekenen. Daarom is nog geen volledige conclusie te maken. Tussen de aanvraag voor een vergoeding en de effectieve stopzetting of reconversie naar akkerbouw zit al gauw een tijd van anderhalf tot drie jaar.

Heel wat van die aanvragen worden momenteel nog gekeurd op volledigheid of wachten op een beslissing over de vergoeding. In zeven dossiers van de 60 is er wel al een akkoord over de stopzettingsvergoeding. Het gaat om één oranje bedrijf en zes bedrijven in een maatwerkgebied.

FDF-voorzitter is zijn koeien kwijt, maar blijft strijdvaardig
Uitgelicht
FDF Belgium-voorzitter Bart Dickens tekende in op de uitkoopregeling voor het Turnhouts Vennengebied en zag vorige week zijn laatste koeien vertrekken. Gezondheidsproblemen en...
24 juli 2025 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek