nieuws

Niet elke sector vertrok van dezelfde startpositie richting stikstofdoel 2030

nieuws

De reductiedoelstellingen voor stikstof liggen al even vast, maar de startpositie verschilde sterk per sector. Dat blijkt uit het tweede Voortgangsrapport PAS. Waar de varkenssector bij de inwerkingtreding van het stikstofdecreet al halfweg de reductie zat, had de pluimveesector die voorsprong nog niet. Een overzicht van de ambities en uitgangsposities per sector.

Vandaag Jozefien Verstraete

Een groot luik van de doelstellingen in het stikstofdecreet bestaat uit het terugdringen van de stikstofuitstoot. Zo moet tegen uiterlijk eind 2030 de ammoniakuitstoot in Vlaanderen met 40,3 procent afgenomen zijn ten opzichte van 2015. Voor de uitstoot van stikstofoxiden gaat het over een daling van 45 procent.

In het recent uitgebracht tweede Voortgangsrapport PAS wordt nog geen voortgang geduid waar de sectoren vandaag staan in deze doelstellingen. Wel wordt een inzicht gegeven over de situatie in 2023, vlak voor het stikstofdecreet in februari 2024 in werking trad.

Met welke cijfers stond de varkenssector aan de startlijn?

De varkenssector heeft als enige sector een dubbele doelstelling gekregen in het stikstofdecreet. Zo moet er enerzijds 60 procent stalemissies gereduceerd worden, maar moet de sector ook 30 procent afslanken in aantal dieren.

Een reductie van 60 procent betekent dat uitstoot in de varkensstallen in 2030 beperkt wordt tot 4.695 ton NH3-N (ammoniak in stikstof uitgedrukt). In 2023 stond de uitstootteller op 8.040 ton NH3-N, wat al een reductie is van 31,8 procent ten opzichte van 2015. Daarmee tekent de sector de grootste voorsprong op van alle andere sectoren. “Het evolueert richting de doelstelling”, staat in het rapport. “Het toekomstige emissieverloop zal verder moeten uitwijzen of deze trend zich voortzet, wat nodig zijn zal om de reductiedoelstelling in 2030 te halen.”

Factoren zoals de verdere evolutie in varkensaantallen, maar ook de evolutie naar ammoniak-emissiereducerende (AER) technieken in stallen zullen van groot belang zijn. Zo was nog 55 procent van alle Vlaamse varkens in 2024 gehuisvest in een traditionele stal, zonder luchtwasser. 18 procent werd wel al in emissiearme stallen gehouden en 27 procent heeft een stal met een AER-luchtwasser. Een biologische of chemische luchtwasser heeft een reductiepercentage van 70 procent.

Veestapel al 20 procent geslonken

Ook een vermindering van de veestapel met 30 procent zal bijdragen aan het behalen van de reductiedoelstelling. In 2024 was de sector al 20 procent gereduceerd ten opzichte van 2015. Daarmee telde de varkensstapel in 2024 4,99 miljoen varkens. In 2015 waren dit er 6,2 miljoen. Om aan het doel van 4,38 miljoen varkens te geraken, moet de sector dus nog ongeveer 610.000 dieren loslaten. Naast bronmaatregelen voorziet het stikstofbeleid ook verschillende flankerende maatregelen om die afname mee te helpen realiseren.

grafiek ammoniak

Kippen moeten inhaalmanoeuvre maken

Net als varkens moet ook de pluimveesector 60 procent reduceren in ammoniakuitstoot. Dat komt neer op een emissieplafond van 1.720 ton NH₃-N. In tegenstelling tot de varkenssector bleef de ammoniakuitstoot tussen 2015 en 2023 nagenoeg uit (-1%), waardoor de sector zeven jaar kreeg om de reductie van 60 procent te realiseren.

De emissiereductie bij pluimvee zal niet bereikt worden zonder trendbreuk van de huidige evolutie

VORA 2026

Nochtans werd in die periode sterker ingezet op AER-technieken dan in de varkenshouderij. Waar in 2015 nog 43 procent van de kippen in een AEA-stal zat, was dat in 2024 al 66 procent. Maar de impact hiervan werd grotendeels tenietgedaan door de stijging van het aantal pluimvee in dezelfde periode. Sinds 2015 is er een gestage maar significante stijging van 23 procent tot 41,1 miljoen stuks in 2024. “De evolutie van de pluimveestapel hangt nauw samen met de economische realiteit: het inkomen van pluimveehouders is het hoogst van alle types veehouderijen”, duidt het rapport. “Aangezien de vooropgestelde daling van de ammoniakuitstoot van pluimvee momenteel uitblijft, zal de emissiereductie in 2030 niet bereikt worden zonder trendbreuk van de huidige evolutie.”

evolutie staltype pluimvee
evolutie staltype varkens

Reductiepercentages runderen kunnen dit jaar nog aangepast worden

Voor de rundveesector zijn de doelstellingen anders dan de pluimvee- en varkenssector. Als gevolg van de uiteenlopende evoluties tussen 2015 en 2021 in de drie subsectoren (melkvee, vleesvee, mestkalveren), zijn er reductievereisten opgenomen ten opzichte van 2021. Zo moet melkvee een ammoniak-emissiereductie van 25 procent bewerkstelligen tegen 2030, voor mestkalveren ligt dit op 28 procent. De vleesveesector is de voorbije decennia al sterk afgebouwd en kreeg geen reductiedoelstelling opgelegd, maar verdere stijging is niet toegestaan.

Dit jaar is belangrijk voor de doelstellingen van de rundveesector. Niet alleen moest elke veehouder al een reductie van vijf procent realiseren, tegen eind 2026 wordt ook geëvalueerd hoever elke subsector staat in het behalen van de doelstelling. Als blijkt dat de uitstoot van het melkvee of mestkalveren al gehalveerd is (12,5% en 14%), kunnen de reductiepercentages voor die of een andere deelsector bijgesteld worden. Als de deelsectoren in 2026 de doelstellingen niet halen, kan een opkoopregeling van nutriëntenemissierechten (NER) opgestart worden. Vanaf 2026 zal de Vlaamse regering de reductiepercentages jaarlijks evalueren en aanpassen.

Bij melkvee was er nog geen grote uitstootdaling in de stalemissies op te merken tussen 2021 en 2023. In tegendeel, deze steeg licht van 4.110 ton NH3-N naar 4.150 ton NH3-N. Het aantal melkkoeien groeide in die periode ook licht, al nam de melkveestapel wel voor het eerst voorzichtig af in 2024 (-1,4%).

De uitstoot bij mestkalveren daalde wel licht, van 530 ton NH3-N naar 520 ton NH3-N in 2023. Ook de uitstoot bij vleesvee bleef verder dalen van 2.320 naar 2.240 ton NH3-N.

Welke sector stootte het meest ammoniak uit in 2023?

In 2023 waren de stalemissies van alle landbouwdieren samen goed voor 49,6 procent van de totale ammoniakuitstoot van de landbouwsector. Varkens namen met 25,8 procent het grootste deel in, gevolgd door melkvee (13,3%) en pluimvee (10,6%). Vleesvee was in 2023 goed voor 7,2 procent en mestkalveren 1,7 procent.

Een andere grote bijdrage aan de totale ammoniakuitstoot van de landbouwsector komt onder meer nog uit het uitrijden van mest en toepassing van kunstmest.

a-uitstoot per sector
Nieuw infopunt begeleidt veehouders bij emissiereductie
Uitgelicht
Het nieuwe infopunt ‘Veekompas’ bundelt de krachten van zes sectororganisaties om landbouwers te ondersteunen bij keuzes rond emissiereductiedoelstellingen, zoals ammoniak, ge...
24 december 2025 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek