nieuws

Stikstofuitstoot van veehouderij daalt verder: 12 procent minder dan in 2015

nieuws

De stikstofemissies en -deposities blijven verder dalen in Vlaanderen. Dat blijkt uit het tweede Voortgangsrapport PAS dat Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v) zonet heeft bekendgemaakt. Tussen 2015 en 2023 is de uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak respectievelijk met 39 procent en 12 procent afgenomen. In de veehouderij evolueert de varkenssector in de goede richting om de vooropgestelde doelstelling te halen. De vleesveesector heeft zijn reductiedoelstelling al behaald.

Vandaag Griet Lemaire

Het lijvige document bevat heel wat gegevens over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in Vlaanderen. Het is het tweede document waarmee de evolutie van de stikstofuitstoot en -neerslag in Vlaanderen in kaart wordt gebracht. Het vorige rapport dateert van vorig jaar. Toen werd de evolutie tussen 2015 en 2022 in kaart gebracht, nu worden ook de cijfers van 2023 mee in rekening gebracht. Dat betekent dus dat het gaat over de periode voor de effectieve inwerkingtreding van het stikstofdecreet in februari 2024. Daarnaast beschrijft het rapport ook de voortgang van het PAS-programma en de maatregelen die in het stikstofdecreet staan. Hier gaat het over de periode februari 2024 tot eind januari 2026.

Stikstofemissie

Uit die analyse blijkt dat de uitstoot van stikstofoxiden tussen 2015 en 2023 gedaald is met 39 procent. De uitstoot van ammoniak nam in diezelfde periode af met 12 procent. Dat betekent dat de af te leggen weg voor ammoniak, die voornamelijk uit de veehouderij komt, nog groter is dan voor stikstofoxiden, die voornamelijk door industrie, energie en transport worden uitgestoten. Een vergelijking met het eerste voortgangsrapport leert ons dat er nog een verdere reductie is gerealiseerd, want tussen 2015 en 2022 bedroeg de reductie nog 35 procent voor stikstofoxiden en 9 procent voor ammoniak.

Evoluties in de veehouderij

Landbouw, en dan vooral de veehouderij, is voor 96 procent verantwoordelijk voor de uitstoot van ammoniak in Vlaanderen. Daarnaast stoot de sector ook stikstofoxiden uit, maar dat is beperkt. Het gaat onder meer om uitstoot door landbouwvoertuigen of de verwarming van serres.

Als we naar de verschillende veehouderijsectoren kijken, dan zien we dat de ammoniakuitstoot door varkens al met 32 procent gedaald is. Daarmee evolueert het richting de decretale doelstelling van – 60 procent in 2030. De gerealiseerde daling is niet alleen het gevolg van technische maatregelen, maar vooral ook door een sterke daling in dierenaantallen (-20%). Die zet zich al vier jaar op rij door. Met een aandeel van bijna 26 procent heeft de varkenshouderij het grootste aandeel van alle veehouderijsectoren in de totale landbouwuitstoot.

In de pluimveesector, dat eenzelfde doelstelling moet realiseren, is de ammoniakemissie de laatste jaren stabiel gebleven. Dat is vooral het gevolg van een combinatie van ammoniakreducerende maatregelen met een groei in de pluimveestapel. Die doet voor een stuk het effect van emissiereducerende staltechnieken teniet.

0

Evolutie ammoniakuitstoot door varkenshouderij tussen 2015 en 2023

0

-21 Evolutie ammoniakuitstoot door vleesveehouderij tussen 2015 en 2023

0

Evolutie ammoniakuitstoot door melkveehouderij tussen 2015 en 2023

0

Evolutie ammoniakuitstoot door mestkalverhouderij tussen 2015 en 2023

Ook voor de rundveesector is er nauwelijks een daling vast te stellen tussen 2015 en 2023. De vleesveesector scoort wel goed. Die heeft een daling van de uitstoot met 21 procent gerealiseerd. Daarmee is de doelstelling van 15 procent al ruimschoots behaald. Dat staat in contrast met de melkveehouderij. Die zag de uitstoot stijgen met 16 procent. Ook de sector van mestkalveren stoot meer uit dan in 2015. Het gaat om een stijging van vijf procent. Dat betekent dat de daling van de ammoniakuitstoot bij vleesvee dus voor een stuk teniet wordt gedaan door de andere rundveecategorieën.

Evolutie in de transportsector

Als we naar stikstofoxiden kijken, dan gaat het vooral over uitstoot door de transportsector, de industrie en de energiesector. Vooral de transportsector kan een goed rapport voorleggen. Tussen 2015 en 2023 daalde de uitstoot er met 61 procent. Toch lijkt de doelstelling die is opgelegd voor het wegverkeer nog niet echt haalbaar. Volgens het Voortgangsrapport is de vergroening van het wagenpark al goed gevorderd, maar toch rijden er nog steeds een groot aantal benzine- en dieselwagens rond. Bovendien neemt ook het aantal voertuigkilometers niet af.

De uitstoot van de scheepvaart daalde met 32 procent, maar toch blijft de sector een grote bron van stikstofoxiden. Ook de luchtvaart zag geen daling van de uitstoot, al moet wel opgemerkt worden dat voor deze sector enkel de uitstoot tot 3.000 voet in rekening wordt gebracht.

Evolutie in industrie en energiesector

De uitstoot van stikstofoxiden door de industrie en energiesector is tussen 2015 en 2023 gedaald met 24 procent. De daling in de energiesector (-45%) is daarbij groter dan die van de industrie (-17%). Die laatste is verantwoordelijk voor ruim een vijfde (22%) van de totale Vlaamse uitstoot van stikstofoxiden. Vooral de (petro)chemische industrie en de ijzer- en staalindustrie zijn grote uitstoters.

Stikstofdepositie

Naast stikstofuitstoot is ook stikstofneerslag of stikstofdepositie een belangrijke graadmeter. Volgens het Voortgangsrapport daalde de totale stikstofneerslag op stikstofgevoelige habitats binnen speciale beschermingszones in Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H’s) gemiddeld van 21,5 naar 17 kilo stikstof per hectare per jaar. Dat is een daling van 21 procent. Voor ammoniak is er nog een extra inspanning nodig, zo staat in het rapport. Want als de huidige depositietrend (2015-2023) aanhoudt, dan zal de ammoniakdepositie nog steeds boven de beoogde depositiewaarde liggen. Voor stikstofoxiden is er wel al sprake van een dalende depositietrend.

Ruimtelijke variatie

Er is ook ruimtelijke variatie in de stikstofneerslag. Zo zijn er lokaal hoge stikstofdeposities vast te stellen in het centrum van West-Vlaanderen, het noorden van Antwerpen en in het noordoosten van Limburg. Deze regio’s komen overeen met plaatsen waar het dierenaantal pluimvee, varkens en ook runderen per hectare tot de hoogste in Vlaanderen behoren, aldus het rapport.

Kritische depositiewaarde

De kritische depositiewaarde (KDW) wordt in 2023 op 35 procent van de stikstofgevoelige habitatoppervlakte in SBZ-H’s niet langer overschreden. Dat betekent dat op 65 procent van de habitatoppervlakte er nog steeds een overschrijding is. In ongeveer vijf procent is er sprake van een dubbele overschrijding van de KDW. Al is er wel een evolutie merkbaar: voor zes op de tien stikstofgevoelige habitattypen is de overschrijding van de KDW tegenover 2015 al gehalveerd in 2023.

Niet alleen binnenlandse bronnen bepalen de stikstofdepositie. Ook vanuit het buitenland komt er stikstof ons land binnengewaaid. Toch concludeert het rapport dat de Vlaamse depositie gemiddeld genomen minder gunstig evolueerde dan de niet-Vlaamse. Daarnaast wordt er ook op gewezen dat er voor ammoniak een versnelling nodig is. De depositiekaart als gevolg van de Vlaamse uitstoot van ammoniak kleurt roder dan de kaart die de totale depositie, inclusief niet-Vlaamse emissiebronnen, toont.

 

Het Voortgangsrapport PAS bevat nog een hele reeks interessante informatie. De komende dagen bespreken we onder meer het flankerend beleid, de verleende vergunningen, de tussentijdse reductie voor rundveebedrijven, de evolutie van het natuurherstel en de voortgang in de maatwerkgebieden.

Diepere duik: Rapport toont stikstofdaling zonder PAS-maatregelen, maar landbouwdoel blijft veraf
Uitgelicht
Tussen 2015 en 2022 daalde de stikstofuitstoot in Vlaanderen. In zeven jaar tijd werd er zonder PAS-maatregelen negen procent ammoniakuitstoot gereduceerd, voornamelijk door d...
25 maart 2025 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek