nieuws

Juridisch robuust of risicovol? Brouns verdedigt emissiemodel bij parlementsleden

nieuws

Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) wil Vlaanderen na 2030 laten overstappen van een depositiegericht naar een emissiegericht stikstofbeleid. In een schriftelijke vraag aan de minister vraagt Vlaams parlementslid Dries Devillé (Vlaams Belang) om dat op te helderen. “Zowel in Vlaanderen als in Nederland groeit de kritiek dat emissiesturing geen grotere zekerheid biedt voor de natuur, maar wél grote financiële en juridische risico’s inhoudt voor de landbouwsector”, stelt Devillé. Volgens minister Brouns is een emissiemodel wel degelijk de juiste weg om in te slaan.

Vandaag Ruben De Keyzer
BROUNS IN PARLEMENT

Devillé ziet meerdere obstakels bij een emissiemodel. Om te beginnen betwist hij eerdere studies die aantonen dat ongeveer 95 procent van de ammoniakemissies afkomstig zijn uit de veeteelt, waarop Vlaanderen zich baseert. Brouns verdedigt deze cijfers en geeft aan dat dit cijfer in lijn ligt met wat andere Europese landen rapporteren.

Verder vraagt Devillé zich af hoe een reductie van ammoniakemissies op bedrijfsniveau fysisch kan worden gelinkt aan een verbetering of verslechtering van een concreet natuurgebied, soms op meerdere kilometers afstand. “Die relatie is niet rechtstreeks meetbaar. Zelfs na jaren van onderzoek is het niet gelukt om emissies uit stallen betrouwbaar en reproduceerbaar te meten”, stelt hij. “De bijdrage van individuele bedrijven aan de stikstofbelasting van natuurgebieden kan alleen worden afgeleid via modellen, met aanzienlijke onzekerheidsmarges.”

Devillé vraagt zich ook af hoe doeltreffend zo'n beleid zal zijn om de natuur te beschermen. Hij wijst erop dat de toestand van natuurgebieden beïnvloed wordt door een veelheid aan factoren, zoals bodemleven, weersomstandigheden, achtergronddepositie en natuurlijke stikstofcycli, “waarvan een groot deel geen directe relatie heeft met landbouwemissies.”

“Dat maakt het causale verband tussen emissiereductie en natuurherstel wetenschappelijk uiterst moeilijk aantoonbaar”, stelt hij. “De praktijkervaring in Nederland leert bovendien dat emissiesturing kan leiden tot een opeenstapeling van technische verplichtingen, administratieve lasten en controlemechanismen, zonder dat vaststaat of die investeringen ook effectief leiden tot meetbare natuurwinst.”

Devillé vraagt zich dus af hoe emissiesturing juridisch robuuster zou zijn dan het huidige depositiebeleid, wanneer ook dat systeem steunt op modellen en niet op concrete metingen. “De Nederlandse PAS (Programma Aanpak Stikstof)-ervaring toont aan dat beleidsconstructies die politiek logisch lijken, maar wetenschappelijk en juridisch wankel zijn, vroeg of laat door de rechter worden vernietigd.”

Wetenschappelijke onderbouwing

Brouns verklaart dat de ammoniakemissies van de landbouwsector worden ingeschat op basis van het wetenschappelijk EMAV-model. Deze zijn volgens hem wel degelijk onderbouwd. “De kwaliteit en de volledigheid van de emissie-inventaris wordt bovendien jaarlijks geaudit door een internationaal expert reviewteam”; stelt hij. “Bijkomend worden de binnen de VMM gehanteerde modellen op regelmatige basis geactualiseerd.”

Om specifiek te berekenen hoe een vermindering van ammoniakemissies op bedrijfsniveau gelinkt kan worden aan een verbetering of verslechtering van een specifiek natuurgebied, berust Vlaanderen op diverse modellen. Zo berekent de VMM (Vlaamse Milieumaatschappij) depositie via het VLOPS-model. Dat is een rekenprogramma dat berekent hoe schadelijke stoffen zich in de lucht verspreiden en hoeveel van die stoffen op de bodem, op planten en in water terechtkomen. Deze gegevens worden niet blind vertrouwd maar ook nog eens vergeleken met actuele meetgegevens. In 2022 berekende de VMM dat 46 procent van de stikstofdepositie (dus stikstofoxiden en ammoniak samen) van buiten Vlaanderen komt. Nog eens 46 procent van de stikstofdepositie komt van de landbouw.

“Om macro-evoluties op te volgen hoeft het geen probleem te zijn om de, daarvoor opgemaakte, modellen te gebruiken”, stelt Brouns. “Het probleem vormt zich wanneer individuele vergunningverlening op basis van die macro-modellen vorm krijgt. Daarom geloof ik dat een emissiebeleid die modellen mag gebruiken, en de inherente flexibiliteit in zo’n beleid dit ook werkbaar maakt.”

“Emissies worden momenteel ook op niveau van het individuele dier en bedrijf ingeschat in het kader van vergunningverlening en het zijn ook die inschattingen die gebruikt werden om het huidige beleid uit te tekenen, in combinatie met depositiemodellering”, geeft Brouns nog mee.

"Meer duidelijkheid en rechtszekerheid"

Op de vraag of het nieuwe systeem niet zou leiden tot een toename aan administratieve lasten, antwoordt Brouns dat hij deze voor landbouwers zo beperkt mogelijk wil houden. “Dat zal een leidend principe zijn wanneer ik aan de slag ga met het advies van de Wetenschappelijke Interdisciplinaire Commissie Stikstof”, stelt Brouns.

Brouns is het niet eens met de stelling dat een emissiebeleid onvoldoende meetbaar en juridisch risicovol is. “Als we emissiesturing implementeren, dan zal dit leiden tot meer duidelijkheid en rechtszekerheid voor de landbouwer die zich dan immers kan focussen op hetgeen waarover hij controle heeft, zijnde de geëmitteerde emissies”, verklaart de minister. “Zowel Vlaanderen als Nederland bekijken deze optie momenteel. Ik heb daarom academische experten met verschillende achtergronden uit zowel Vlaanderen als Nederland samengebracht om mij hierover te adviseren. Deze experten hebben een interdisciplinaire samenstelling, net om de juridische, praktische, economische en ecologische elementen allemaal aan bod te laten komen.”

N-VA haalt fors uit naar cd&v over pleidooi herziening stikstofdecreet
Uitgelicht
Cd&v kiest in de stikstofaanpak voor kortetermijnwinst in plaats van wetenschappelijke onderbouwde oplossingen op lange termijn. Dat stelt Vlaams parlementslid Andy Pieter...
26 januari 2026 Lees meer

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek