OESO: Landbouw wordt efficiënter, maar emissies blijven te hoog
AnalyseHet landbouwrapport van het internationaal samenwerkingsverband OESO ziet beloftevolle, maar ook zorgwekkende trends. Het goede nieuws: landbouw wordt steeds efficiënter. Tussen 1990 en 2023 steeg de landbouwproductie met 33 procent, terwijl het areaal met bijna 11 procent afnam. Ondanks de hogere productie zijn landbouwemissies niet gestegen, maar ze zijn ook niet significant gedaald. Volgens de OESO zijn er meer inspanningen nodig om de klimaatcrisis het hoofd te bieden.
Op ruimtelijk niveau slaagt de landbouwsector erin zijn druk te verlagen. Landbouwers in de OESO-landen produceren meer voedsel met minder grond, wat maakt dat meer ruimte vrijkomt voor andere doeleinden zoals natuur.
Wat het energieverbruik en waterverbruik op landbouwbedrijven betreft, is de efficiëntie toegenomen. Er is minder stroom en water nodig per kilo landbouwproduct. Maar omdat de totale productie blijft toenemen, is het totale energieverbruik op landbouwbedrijven in absolute cijfers toegenomen met gemiddeld 0,48 procent per jaar. Ook de wateronttrekking nam toe met 0,32 procent per jaar.
Tot slot ziet men een lagere broeikasgasintensiteit en efficiënter nutriëntengebruik. Uit de gegevens in dit rapport blijkt echter dat het tempo van de verbeteringen is afgenomen.
Bodem kent efficiënter mestgebruik
De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) nam de stikstof- en fosforbalans van de bodem onder de loep. Kortweg: hoeveel stikstof en fosfor het landbouwsysteem ingaat, en hoeveel er effectief wordt benut.
Van 1990 tot 2009 is de stikstofbalans aanzienlijk verbeterd, met een duidelijke daling van de maximale waarde die in de OESO-lidstaten is waargenomen. Dit ligt in lijn met het verminderd gebruik van meststoffen en verbeteringen in nutriëntenbeheer.
Deze daling heeft zich echter niet eenduidig voortgezet. Sinds 2010 tonen sommige OESO-lidstaten een stijgende trend in hun stikstofbalans tot boven 200 kg/ha. Ondertussen bleef de mediaanwaarde tussen 1990 en 2018 relatief stabiel binnen het bereik van 45-60 kg/ha. Sinds 2022 zijn deze waarden opnieuw aan het dalen, vermoedelijk door de hoge meststofprijzen.
De fosforbalans vertoont een neerwaartse trend. Zowel de maximale als de mediaanwaarden zijn gedaald. In het doorsnee OESO-land bedraagt het overschot meestal maar twee tot vier kilo per hectare.
Nog een lichtpunt: we gebruiken onze meststoffen efficiënter. Ongeveer 60 procent van de toegepaste stikstof wordt effectief benut. Dat is aanzienlijk beter dan in het verleden, maar er blijft ruimte voor beterschap. In feite komt nog steeds 40 procent van de nutriënten via de bodem, het water of de lucht in het milieu terecht. De efficiëntie van het fosforgebruik vertoont daarentegen sinds het begin van de jaren 2000 een duidelijkere stijgende trend.
Broeikasgas- en ammoniakemissies
Landbouw is en blijft een belangrijke sector qua broeikasgasuitstoot door de uitstoot van methaan en stikstofoxide. Sinds 1990 is het totale niveau van de broeikasgasemissies in absolute termen relatief stabiel gebleven. Tussen 2013 en 2018 werd een stijging waargenomen, waarna de uitstoot tussen 2019 en 2023 geleidelijk afnam. De recente dalingen lijken grotendeels te worden veroorzaakt door een afname van de uitstoot van stikstofoxide, die tussen 2019 en 2023 met ongeveer 8 procent is gedaald. Terwijl de methaanuitstoot in dezelfde periode ook is afgenomen, maar in veel mindere mate.
Waar methaan voornamelijk verband houdt met maagfermentatie bij runderen en mestbeheer, wordt de uitstoot van stikstofoxide grotendeels veroorzaakt door stikstofhoudende meststoffen en daarmee samenhangende bodemprocessen.
Hoewel het totale niveau van de broeikasgasemissies stabiel is gebleven, is de emissie-intensiteit van de landbouw in de OESO gedaald. Vandaag bereikt men met 2,6 kg CO₂e (broeikasgas) een even hoge productie als met 4 kg CO₂e in 1990. Maar waar de ‘emissie-efficiëntie’ in de jaren negentig verbeterde met 1,2 procent per jaar, bedraagt het tempo van die verbetering sinds 2000 ongeveer 0,4 procent per jaar.
“Om een voortdurende neerwaartse trend in het absolute niveau van de broeikasgasemissies te waarborgen, zijn waarschijnlijk ingrijpender veranderingen nodig, aangezien efficiëntiewinst alleen niet voldoende is geweest om de groei van de landbouwproductie te compenseren”, meldt het OESO-rapport.
Ammoniak en biodiversiteit
De meeste OESO-lidstaten hebben ook hun landbouw-ammoniakemissies verminderd. Van de 34 landen die gegevens hebben gerapporteerd voor de periode 2013-2023, noteerden er 24 een negatief gemiddeld groeipercentage. Ammoniak draagt bij aan lucht- en waterverontreiniging.
Een laatste aangehaald punt is de biodiversiteit. Van de 27 OESO-lidstaten die deze indicator hebben gerapporteerd, kenden 22 landen tussen 2013 en 2023 een afname van de populaties van akkervogels. De OESO schrijft dit toe aan de intensivering van de landbouw, verlies van leefgebieden of veranderingen in landgebruik. Vijf landen tekenden een positieve trend, wat de OESO wijt aan plaatselijke verbeteringen in natuurbeschermingsinspanningen of het beheer van leefgebieden.
De algemene milieuprestaties van de landbouw in de OESO-lidstaten kennen ondanks vooruitgang op bepaalde niveaus dus aanhoudende uitdagingen. “Het versterken van datagestuurde beleidsbenaderingen zal essentieel zijn om de duurzame productiviteitsgroei te verbeteren en ervoor te zorgen dat toekomstige voedselsystemen zowel veerkrachtig als duurzaam zijn”, aldus het rapport.
Lees het volledige verslag hier.
Bron: Eigen berichtgeving