Besmeurde vogels en minder vissen waargenomen na olielek in Deurganckdok
nieuwsHet Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) telt minder vissen in de Schelde sinds het olielek in het Deurganckdok, dat in de Waaslandhaven ligt. Bovendien zijn er in de ruime omgeving talrijke met olie besmeurde vogels waargenomen.
Vooral het Galgeschoor op rechteroever is zwaar getroffen. Maar de vervuiling verspreidde zich over het volledige estuarium: van voorbij de Potpolder van Lillo tot het Verdronken Land van Saeftinghe, en mogelijk nog verder richting Noordzee. Dat meldt INBO na twee grootschalige tellingen langs de Zeeschelde, op maandag en woensdag.
Tijdens de eerste telling op maandag 13 april, langs het Vlaamse deel van de brakke rivier en zowel te water als te land, werden 275 besmeurde vogels waargenomen. INBO wilde de dieren helpen, maar op het telmoment waren de meeste vogels nog te mobiel om ze veilig te kunnen vangen. De zwaarst getroffen soorten zijn de bergeend, die ongeveer de helft van de waargenomen slachtoffers uitmaakt, gevolgd door de grauwe gans en de kokmeeuw.
Op woensdag 15 april gebeurde een nieuwe telling vanop het land. Natuurpunt telde de olieslachtoffers buitendijks op de rechteroever. INBO nam zowel de binnen- als buitendijkse linkeroever voor zijn rekening. In totaal werden 45 besmeurde vogels waargenomen, met dezelfde soorten het zwaarst getroffen. Op de rechteroever werden twee dode olieslachtoffers gevonden.
Totale schade niet waarneembaar
INBO benadrukt dat de waargenomen aantallen met zekerheid een onderschatting zijn. Oliebesmeuring is niet op alle soorten eenvoudig vast te stellen. Bovendien zijn vele vogels wellicht naar verder afgelegen gebieden gevlogen. Ze hebben hun migratie naar het Noorden verdergezet, of zijn gestorven op niet-zichtbare plekken.
Het INBO, Natuurpunt, het Agentschap voor Natuur en Bos en de Vogelopvangcentra (VOC) volgen de situatie nauwgezet op, en staan klaar om in te grijpen zodra verzwakte dieren kunnen gevangen worden.
Beduidend minder vis
De slachtoffers van het olielek bevinden zich ook onder de waterspiegel. Vrijwilligers van het vismonitoringsnetwerk van het INBO en Natuurpunt Waasland voerden een afvissing uit op hun vaste locatie in het getroffen gebied. Opvallend genoeg viel de vangst bijzonder laag uit, terwijl de aantallen in het voorjaar normaal net toenemen. De totale ‘buit’ bedroeg slechts 14 vissen en enkele garnalen, beduidend minder dan een maand geleden. Hoewel het wateroppervlak op het eerste gezicht schoon leek, toonde inspectie van de netten aan dat zich in de waterkolom aanzienlijke hoeveelheden olie bevonden.
De situatie kan verder verslechteren door het nakende springtij dit weekend. Dat is voorlopig niet erg duidelijk. "Enerzijds heb je een film die boven het water drijft, dat is de lichte olie. Die kunnen we modelleren en daarna voorspellen hoe die zich zal voortbewegen. Anderzijds heb je de zwaardere fractie in de waterkolom, die ongeveer dezelfde dichtheid heeft als water en die we niet kunnen zien", duidt Wim Mertens, senior scientist bij INBO. "Hoe deze olie zich zal verplaatsen weten we niet, want er zijn veel onbekende factoren. De temperatuur, zoutgehalte en het type olie kennen we niet. De angst is dus dat bij springtij deze vervuiling zich verder zal verspreiden op de oever en de vegetatie, maar momenteel blijft het onvoorspelbaar."