Opinie: Natuurherstel vraagt vertrouwen, geen aankooppolitiek
OpinieNatuurherstel mag niet worden verengd tot het uit landbouw nemen van gronden. Dat stelt Vlaams parlementslid en West-Vlaamse landbouwer Bart Dochy (cd&v) in een opiniestuk. “In het debat duikt te vaak de veronderstelling op dat natuurherstel pas ernstig is wanneer gronden worden aangekocht door de overheid of door natuurverenigingen”, klinkt het. Tegelijk pleit hij voor meer juridische zekerheid rond vrijwillig genomen natuurmaatregelen. “Wie vandaag een inspanning doet voor natuur, mag morgen niet ontdekken dat hij zichzelf juridisch heeft vastgereden", klinkt het.
Vlaanderen heeft nood aan natuurherstel. Waterkwaliteit, soortenrijkdom, bodem en open ruimte verdienen onze zorg. Maar net omdat natuurherstel nodig is, mogen we het niet herleiden tot een nieuw hoofdstuk in de vergunningscrisis. De echte vraag is niet of we natuur willen herstellen, maar hoe we dat doen, waar, met welke rechtsgevolgen, vanaf wanneer en met welk draagvlak bij de mensen die in dat landschap wonen, werken en ondernemen.
Geen blanco blad
Vlaanderen is geen land van uitgestrekte wildernis. Onze natuur is voor een groot stuk cultuur-natuur die vaak door eeuwenlang menselijk beheer gevormd is. Landbouwers, eigenaars, polders en lokale besturen zijn dus geen hinderpaal voor natuurherstel, maar noodzakelijke bondgenoten. Ook het beeld dat Vlaanderen nauwelijks natuur beschermt, verdient nuance. Volgens het INBO geniet ongeveer 26 procent van Vlaanderen vandaag al een of andere vorm van juridische natuurbescherming. Tegelijk is slechts ongeveer zeven procent zowel juridisch beschermd als natuurgericht beheerd. Beide cijfers zijn belangrijk, maar Vlaanderen is zeker geen blanco blad waarop zonder gevolgen steeds nieuwe beschermingslagen kunnen worden gelegd.
Aankoop kan in bepaalde gevallen nuttig zijn, maar mag geen automatisme worden
Eigendom is geen milieucriterium
In het debat duikt te vaak de veronderstelling op dat natuurherstel pas ernstig is wanneer gronden worden aangekocht door de overheid of door natuurverenigingen. Dat is een verkeerde reflex. Eigendom is geen milieucriterium. Voor natuur telt niet in de eerste plaats wie eigenaar is, maar wat er op het terrein gebeurt: welk beheer wordt gevoerd, welk waterpeil wordt nagestreefd, hoe wordt gemaaid of begraasd, welke bemesting of verstoring wordt vermeden, en welke rechtszekerheid krijgen eigenaars, gebruikers, omwonenden en economische activiteiten in de omgeving?
Aankoop kan in bepaalde gevallen nuttig zijn, maar mag geen automatisme worden. Zeker in West-Vlaanderen, waar de druk op landbouwgrond bijzonder groot is, beïnvloedt competitief meebieden op landbouwgrond de grondmarkt. Voor jonge en actieve landbouwers is betaalbare toegang tot grond geen detail, maar een voorwaarde om te kunnen blijven boeren. Natuurherstel mag dus niet worden verengd tot het uit landbouw nemen van gronden. Veel waardevolle poldergraslanden, meersen, houtkanten en beekvalleien zijn net mee gevormd en in stand gehouden door landbouwkundig beheer.
Ook argumenten rond water vragen nuance. Natuur kan bijdragen aan buffering en waterkwaliteit, maar in poldergebieden bepalen kleibodems, grachten, peilbeheer en gebruik mee wat mogelijk is. Het is te eenvoudig om te doen alsof elke aankoop van landbouwgrond automatisch leidt tot meer grondwateraanvulling of betere drinkwaterbescherming.
Sluimerende regels ondermijnen draagvlak
Precies daarom is rechtszekerheid cruciaal. Een regel lijkt vandaag beperkt, maar krijgt morgen plots zwaardere gevolgen in vergunningen, bedrijfsvoering, eigendom of gemeentelijk beleid. Een haag, poel, houtkant of grasland kan eerst worden aangemoedigd, maar later aanleiding geven tot bijkomende beperkingen. Zo nemen mensen minder vrijwillig natuurmaatregelen, uit vrees dat ze daar later juridisch op worden afgerekend.
De juiste weg: ook vertrouwen herstellen in het landbouwgebied
Daarom is het pleidooi dat Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v) en voorzitter van Bond Beter Leefmilieu Ignace Schops naar voren schoven, waardevol. Een apart statuut voor natuur in landbouwgebied kan hagen, houtkanten, akkerranden en kleine landschapselementen versterken, maar alleen met duidelijke spelregels. Wie vandaag een inspanning doet voor natuur, mag morgen niet ontdekken dat hij zichzelf juridisch heeft vastgereden. Vrijwillige natuurmaatregelen moeten worden beloond en beschermd, niet bestraft met onvoorziene beperkingen.
Vergunningen moeten opnieuw leesbaar worden
Ook de vergunningspraktijk verdient eerlijkheid. Het kan niet normaal zijn dat een vergunningsdossier soms honderden of duizenden pagina’s telt. Dat wordt voorgesteld als zorgvuldigheid, maar is vaak een symptoom van bestuurlijke onmacht. Een burger, landbouwer, kmo of gemeente kan onmogelijk nog doorgronden wat precies wordt beslist, op basis van welke regels en met welke gevolgen. Zo wordt inspraak ongelijk: wie geld heeft, huurt specialisten in; wie die middelen niet heeft, haakt af.
Wie natuur echt wil herstellen, moet de mensen die het Vlaamse landschap elke dag beheren als partners behandelen
Een goed natuurherstelplan moet duidelijk maken wat Europa verplicht en wat Vlaanderen doet. Het moet eerlijk zijn over de gevolgen voor eigendom, landbouw, vergunningen en lokale besturen. En het moet voorzien in financiering, vergoeding en rechtszekerheid voor wie inspanningen levert.
Natuurherstel heeft vertrouwen nodig. Niet door natuur terug in haar kot te duwen, maar ook niet door via aankooppolitiek of sluimerende regels steeds nieuwe onzekerheid te creëren. Wie natuur echt wil herstellen, moet de mensen die het Vlaamse landschap elke dag beheren als partners behandelen. Alleen dan wordt natuurherstel geen nieuwe vergunningscrisis, maar een verhaal dat Vlaanderen vooruithelpt.
Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.
Bart Dochy is Vlaams parlementslid voor cd&v en voorzitter van de Commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid. Hij is daarnaast burgemeester van Ledegem en runt samen met zijn vader en vrouw ook nog een eigen gemengd landbouwbedrijf.