Private grondeigenaars willen Vlaanderen helpen natuurdoelen te halen, in ruil voor bestemmingswijzigingen
nieuwsVlaanderen staat voor forse natuurdoelstellingen en zoekt hulp van buitenaf om die te halen. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&v) steekt daarbij de hand uit naar één miljoen private landeigenaars om de doelen een extra boost te geven. “We zijn bereid om daarop in te gaan”, vertelt Landelijk Vlaanderen. Maar voor wat, hoort wat. “Het moet financieel haalbaar zijn.” De vereniging van grondeigenaars ziet kansen in een laagdrempeliger systeem van grondenruil, waarbij natuur en landbouwgrond vlotter worden uitgewisseld en bouwrechten verschuiven naar percelen waar dat vandaag niet mogelijk is.
Weinig budget, maar grootse doelen. Een uitdaging waar veel Vlamingen een evenwicht in proberen te vinden. Ook Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&v). “Vlaanderen moet heel wat doelstellingen realiseren op vlak van waterbeheer, natuurherstel, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Daarbij komt heel wat beheer en dure onteigeningen bij kijken. Lange tijd probeerde de overheid dat zelf te dragen, maar in de huidige budgettaire context is dat niet langer haalbaar”, aldus Brouns. “Het is dan ook hoogtijd om private eigenaars nauwer te betrekken en samen te verkennen wat haalbaar is.”
Op vraag van de Vlaamse overheid bracht Landelijk Vlaanderen daarom in kaart welk potentieel er schuilt bij private grondeigenaars en hoe zij kunnen helpen om de beleidsdoelen te halen.
Engagement onder voorwaarde
Aan potentieel geen gebrek, zo blijkt. Eén op zes Vlamingen bezit vandaag een eigen stuk natuur, een eigen bos of een lap landbouwgrond. “Dat is een historisch record, en het aantal blijft toenemen”, zegt Valérie Vandenabeele, directeur van Landelijk Vlaanderen. “Onderzoek toont ook dat de bereidheid om bij te dragen aan klimaat- en natuurdoelen groter is dan ooit. 86 procent van de bevraagde private grondeigenaars geeft aan meer tijd en energie in hun grond te willen steken, op voorwaarde dat daar ook een voordeel tegenover staat.”
Daarmee doelt Landelijk Vlaanderen niet op tijdelijke subsidies. Wel op structurele voordelen via een evenwichtiger ruimtelijk beleid, met een beter systeem voor grondenruil en geïntegreerde beheerplannen.
“Grondeigenaars, hoe groot of klein ook, zien hun gronden vandaag veel meer als een last dan een lust”, meent Vandenabeele. “Daarom zijn ze meer en meer op zoek naar verdienmodellen. Niet veel landeigenaars zijn daarbij fan van subsidies die onvoorspelbaar zijn. Er wordt meer gezocht naar een model dat zelfbedruipend kan zijn op lange termijn en waar ze iets aan over kunnen houden. Zo wordt de bereidheid om te investeren en de grond zelfs publiek te maken groter.”
Private eigenaars die bereid zijn om extra natuur te creëren, zouden in ruil bouwmogelijkheden krijgen op een ander perceel
Bestemmingswijziging als compensatie
Volgens Landelijk Vlaanderen moet zo’n langetermijnmodel een sterker compensatiemechanisme bevatten voor wie beleidsdoelstellingen realiseert. De organisatie schuift daarvoor de ‘rood voor groen’- en ‘geel voor groen’-regeling naar voren. “Het principe is eenvoudig: private eigenaars die bereid zijn om extra natuur te creëren of hun grond volop willen ontharden (groen), zouden in ruil bouwmogelijkheden (rood) krijgen op een ander perceel, waar het logischer is voor hen om een gebouw te plaatsen”, duidt Vandenabeele. Hetzelfde zou gelden voor een ruil van landbouw- met natuurgronden, met als resultaat meer aaneengesloten en rendabelere stukken grond.
Als bestemmingwijzigingen logisch zijn en bijdragen aan de beleidsdoelstellingen, moeten we er pragmatisch naar durven kijken
“Het is een groot frustratiepunt bij veel eigenaars dat sommige gronden een onlogische bestemming hebben”, aldus Vandenabeele. “Door de versnippering hebben veel percelen een beperkte waarde. Wij vinden niet dat bestemmingswijzigingen zomaar blind mogen gebeuren, maar als ze logisch zijn en bijdragen aan de beleidsdoelstellingen, moeten we er pragmatisch naar durven kijken.”
Om zulke bestemmingswijzigingen mogelijk te maken, stelt Landelijk Vlaanderen enkele opties voor. “Het is onhaalbaar om voor elke ruil een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op te maken. Daarom leggen we de minister alternatieven voor, zoals vereenvoudigde mini-RUP’s of een bundeling van ruilen per gebied”, zegt zij.
Planologisch potentieel
Minister Brouns ziet alvast potentieel in het ruilsysteem. “Vandaag hebben we zo’n 30.000 hectare aan zonevreemde natuurgebieden en 30.000 hectare zonevreemde landbouwgebieden. Daar kan je planologisch veel mee doen”, aldus Brouns. “Hoe de uitwerking eruit zal zien, moet nog worden bestudeerd. Ik ben voor nu tevreden dat grondeigenaars het signaal geven mee hun schouders te willen zetten onder de beleidsdoelstellingen. Tegelijk is uit de rapportering van Landelijk Vlaanderen duidelijk dat er nog heel wat drempels zijn om een breed draagvlak te creëren. Ik ga met die analyse aan de slag en bekijk wat haalbaar is om ze weg te werken.”
Win voor landbouw?
Een win-win voor overheid en private landeigenaars, maar wat met pachtende landbouwers die hun gronden in zo’n scenario plots tien kilometer verder zien liggen? “Dat zal niet gebeuren”, zegt Guido Mulier, voorzitter van Landelijk Vlaanderen. “Het gaat om langetermijnplannen. Gronden zullen niet van de ene dag op de andere herbestemd worden. Alle betrokkenen moeten mee aan tafel om te bekijken hoe ze samen meerwaarde kunnen creëren.”
De voorzitter verwacht ook weinig tot geen neveneffecten zoals stijgende grondprijzen door speculatie. “Landbouwgrond zal niet worden opgekocht in de hoop op een bestemmingswijziging. Aan de wijziging zouden strenge uitvoeringsvoorwaarden vasthangen en alleen mogelijk zijn in combinatie met ruil voor ander perceel waar landbouw op kan gedaan worden.”
Alle beheerplannen samen in één businessmodel
Bij het uitbouwen van een verdienmodel botsen private landeigenaars volgens Valérie Vandenabeele niet alleen op versnippering, maar ook op de wirwar aan aparte beheerinstrumenten en vergunningsprocedures. “Je hebt natuur, water, landbouw en erfgoed”, somt ze op. “In het Verenigd Koninkrijk hebben ze daar een sterk instrument voor ontwikkeld: het Whole Estate Plan. Dit laat de eigenaars toe om alle beheerplannen samen te laten komen in één officieel businessplan, dat in samenspraak met de verschillende overheden wordt goedgekeurd. Eens die goedkeuring er is, zijn vergunningen gemakkelijker te krijgen om in het licht van het verdienmodel bijvoorbeeld bedrijfsevents of een festival te organiseren. Ze vergemakkelijken ook ingrepen om omgevingsdoelen te realiseren, zoals grondverzet voor waterwerken of ontbossing voor heide. Tegelijk biedt het zowel de overheid als de landeigenaar meer zekerheid en een duidelijke langetermijnvisie.”
160 hectare en kasteel herwaarderen komt met een prijskaartje
Private landeigenaar en kasteelheer Didier ’t Serstevens onthaalt de voorstellen met open armen. “Dit is een stap in de goeie richting. Private landeigenaars willen een visie kunnen opmaken voor minstens tien jaar waarbij we niet enkel afhankelijk moeten zijn van subsidies.”
Landeigenaars zijn de meest gemotiveerde en goedkoopste beheerders die Vlaanderen zich kan wensen
Naast het kasteeldomein heeft ’t Serstevens nog 160 hectare grond in eigendom, waarvan meer dan 100 hectare in beschermd Natura 2000-gebied ligt. Hij noemt zichzelf ook liever beheerder dan eigenaar. “Landeigenaars zijn de meest gemotiveerde en goedkoopste beheerders die Vlaanderen zich kan wensen”, klinkt het. “Al zeven generaties lang beheert mijn familie de percelen. Dat hebben we altijd vol enthousiasme gedaan. Het is niet toevallig dat onze percelen, beschermd natuurgebied zijn. We hebben er altijd zorg voor gedragen en dat doen we nog steeds. We zetten in op waterbeheer, versterken de biodiversiteit en zorgen onder meer voor kwalitatieve houtproductie. We onderhouden niet alleen, we investeren ook in herwaardering. Dat geldt ook voor het kasteel als erfgoedsite. Maar dat onderhoud en die herwaardering brengen hoge kosten met zich mee.”
Hij bouwde zelf een duurzaam financieel model uit door zijn kasteeldomein in Grimbergen jaarlijks open te stellen voor het house- en technofestival Voodoo Village. Daarnaast zorgt een kleinschalige manege op het domein voor extra inkomsten. “Deze verdiensten gaan integraal terug naar het onderhoud van het kasteeldomein. Zonder die middelen zou het mij niet lukken om alles te onderhouden én te herwaarderen. Ik zie bij collega’s dat erfgoed en natuur zonder verdienmodel steeds meer onder druk komen te staan”, concludeert hij.