“Meer jonge boeren? Werk de absurditeiten in de regelgeving weg“
nieuwsHoe lokken we meer jonge mensen naar de boerenstiel? Die vraag stond centraal tijdens een hoorzitting binnen de commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid in het Vlaams Parlement. In februari lanceerden enkele parlementsleden van cd&v hun conceptnota over jonge boeren. Het was nu aan diverse organisaties om hun standpunt te geven. Voor Groene Kring, de organisatie voor jonge landbouwers, is er heel veel regelgeving die jonge landbouwers blokkeert. Ook de positie van vrouwelijke landbouwers kwam aan bod.
De organisaties Groene Kring Ferm, Jong ABS Vrouwen van het Algemeen Boerensyndicaat en Women in Ag Foundation stuurden elk een afgevaardigde om hun visie te geven over de vergrijzing in de landbouwsector. De voorzitter van Groene Kring Justine Arkens mocht de spits afbijten en bracht ontluisterende cijfers mee. Waar ondernemen in heel Vlaanderen in de lift zit, zien we bij landbouw het omgekeerde: de sector kent aanzienlijk meer stoppers dan starters.
Die cijfers zijn ook voelbaar op het terrein. Slechts 14 procent van de bedrijfshoofden ouder dan 50 jaar heeft een vermoedelijke opvolger. Elk jaar bereikt een nieuwe reeks landbouwers de pensioenleeftijd en verdwijnt alweer een bedrijf.
“Deze vaststelling bewijst dat de drempels die onze jonge starters in de land- en tuinbouwsector ervaren nog steeds te hoog zijn om ambities waar te maken, en dat deze dringend aangepakt moeten worden”, meldt Groene Kring. De organisatie benadrukt dat de uitvoering van de conceptnota en het opzetten van concrete initiatieven absoluut een prioriteit zijn om drempels voor startende jonge boeren weg te werken.
Dure rechten
Een van de centrale punten in de conceptnota is de afroming van de nutriënten-emissierechten (NER). Die bepalen hoeveel dieren een landbouwer mag houden. De facto heeft een overnemer minder NER dan zijn voorganger. “Wanneer je vandaag als jonge boer of als zij-instromer wil starten, dan vindt er automatisch een afroming van 25 procent plaats”, duidt Arkens. “Dit maakt een overname nog complexer en nog duurder. Want om het over te nemen bedrijf te behouden in omvang en activiteit, dient de startende landbouwer deze NER elders te gaan zoeken en aan te kopen. En de prijzen hiervoor schieten momenteel de lucht in.”
Om het over te nemen bedrijf te behouden in omvang en activiteit, dient de startende landbouwer deze NER elders te gaan zoeken en aan te kopen. En de prijzen hiervoor schieten momenteel de lucht in
Die afroming van NER gebeurt niet alleen bij een overname tussen twee onafhankelijke partijen, maar ook bij familiale overdracht. Ook hier zijn er problemen bij het veranderen van aandeelhouders of bestuurders in landbouwbedrijven, het omschakelen van de vennootschapsvorm en bij de overdracht tussen broers en/of zussen. “Het is absurd dat bij deze situaties, waarbij de setting van het landbouwbedrijf behouden blijft, ook een afroming van 25 procent NER plaatsvindt,” zegt Arkens. “Deze ongewenste gevolgen van de aanpassing van de regelgeving zet een serieuze rem op het ondernemerschap van onze jonge boeren en de potentiële zij-instromers in onze sector.” Groene Kring pleit er dan ook voor om de afromingregel in voorgaande situaties uitzonderlijk te laten vervallen.
Als alle vinkjes op groen staan ga je misschien twee jaar na datum wat steun krijgen. Maar dat is slechts goed voor je volgende investering
Cd&v lanceert actieplan voor jonge landbouwers
4 maart 2026Van De Sompel pleit ervoor om de timing waarop VLIF-steun wordt uitbetaald eveneens te herzien. “Als alle vinkjes op groen staan ga je misschien twee jaar na datum wat steun krijgen. Maar dat is slechts goed voor je volgende investering”, stelt hij.
De jonge landbouwer pleit hier niet voor een blanco cheque, maar voor een uitbetaling in schijven waarbij middelen eerder vrijkomen. “Zo geef je mensen met een goedgekeurd businessplan ruimte voor investering”, aldus Van De Sompel.
Landbouwvrouwen verdienen erkenning
Parlementsleden van Anders dienden ook een voorstel van resolutie in om het ondernemerschap voor vrouwen in de land- en tuinbouwsector aan te moedigen. Ook die zaken werden door de aanwezige organisaties besproken.