nieuws

Boerinnen willen meer dan symboliek: "Maak van 2026 een echt kantelpunt voor vrouwelijk ondernemerschap"

nieuws

Vandaag is ongeveer een derde van alle actieve personen op Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven een vrouw, maar slechts 21 procent is formeel bedrijfsleider. “Dat betekent dat een groot deel van de inzet van vrouwen vandaag onzichtbaar blijft in de cijfers en structuren”, aldus Leen Beke, coördinator bij Ferm voor agravrouwen. De organisatie is dan ook tevreden dat er in het Vlaams Parlement een resolutie is ingediend om het ondernemerschap bij vrouwen in de land- en tuinbouw aan te moedigen. "Wij hopen alvast dat dit Jaar van de Boerin geen eindpunt is, maar een startpunt."

Vandaag Griet Lemaire
Lees meer over:

In de commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid van het Vlaams Parlement stonden woensdag niet de gebruikelijke vragen aan minister Brouns (cd&v) op het programma. Er was wel een hoorzitting met verschillende stakeholders in het kader van de resolutie rond vrouwelijk ondernemerschap, ingediend door Anders. Ook de conceptnota van cd&v over jonge boeren werd tijdens de zitting besproken. Daarover lees je meer op de VILT-nieuwssite.

Motor van ondernemerschap en verbinding

Leen Beke van Ferm voor agravrouwen nam het woord in naam van de ongeveer 6.000 boerinnen en tuiniersters die aangesloten zijn bij de organisatie. Ook het Steunpunt Korte Keten is een onderdeel van de werking van Ferm. Via dit steunpunt bereikt het vandaag ongeveer 2.300 korteketenondernemers. “Het gaat om vrouwen die allemaal actief zijn op een land- of tuinbouwbedrijf, maar hun rol is vaak divers. Het gaat om bedrijfsleiders, mede-ondernemers en meewerkende partners, maar ook om vrouwen die hun engagement op het bedrijf combineren met een job buitenshuis”, verduidelijkte Beke.

Leen Beke agravrouwen

Taken die vrouwen uitvoeren zoals boekhouding, administratie, communicatie of intergenerationele afstemming bij overnames, worden nog te vaak beschouwd als ‘na de uren’, maar dit is volwaardige arbeid ook al wordt ze niet vergoed

Leen Beke - Coördinator Ferm voor agravrouwen

Ferm voor agravrouwen stelt vast dat vrouwen een motor zijn van ondernemerschap, welzijn en verbinding in de landbouw. “Taken die vrouwen uitvoeren zoals boekhouding, administratie, communicatie of intergenerationele afstemming bij overnames, worden nog te vaak beschouwd als ‘na de uren’, maar dit is volwaardige arbeid ook al wordt ze niet vergoed. Als een derde deze taken zou uitvoeren, zou er wel een factuur tegenover staan”, stelde Beke. Ze pleit ervoor om die taken te vergoeden, niet alleen financieel, maar ook via erkenning, juridische en sociale zekerheid en ontwikkelingskansen. Het is aan het beleid om ondernemerschap ook daadwerkelijk toe te laten binnen het huidige kluwen aan regelgeving, zodat wetgeving de praktijk ondersteunt in plaats van afremt.”

Die structurele verankering van vrouwelijk ondernemerschap is belangrijk voor de organisatie. “2026 is het Internationaal Jaar van de Vrouwelijke Landbouwer. Voor ons is dat geen louter symbolisch jaar, maar een belangrijke hefboom om de positie van vrouwen in de sector structureel te versterken. Wij hopen dat dit Jaar van de Boerin niet gezien wordt als eindpunt, maar als startpunt”, stelde Beke.

Belangrijke rol voor korte keten

Ferm voor agravrouwen ziet trouwens een belangrijke rol weggelegd voor de korte keten. “Voor veel vrouwen is de korte keten een instapmodel naar ondernemerschap in de landbouw. Ze nemen vaak het voortouw in verkoop, verwerking, communicatie en samenwerking. Dat zijn geen nevenactiviteiten, maar essentiële economische functies. Korte keten maakt vrouwelijk ondernemerschap zichtbaar én rendabel, en biedt ruimte voor innovatie en nieuwe samenwerkingsvormen”, benadrukte de coördinator van Ferm voor agravrouwen in de commissie.

Schaalvergroting wordt vaak naar voor geschoven als toekomstpiste op land- en tuinbouwbedrijven, maar voor een aantal bedrijven kan de korte keten een alternatief vormen. “Korteketenactiviteiten worden vaak geïnitieerd en gedragen door vrouwen. Ze genereren misschien niet altijd de grootste omzet, maar zorgen wel voor een aanzienlijke meerwaarde voor het bedrijf en het gezin”, aldus Beke. Al bestaan er volgens haar nog steeds drempels, zoals de markttoegang voor korteketenproducten, ondersteuning bij product- en bedrijfsontwikkeling, en ondersteuning van kennisoverdracht en innovatie in de verbrede landbouw. “Maar wat we vooral missen, is een duidelijke ruimtelijke visie op de plaats van verbrede landbouw in Vlaanderen.”

Beleid en praktijk moeten elkaar versterken

De ervaring leert Ferm voor agravrouwen dat investeren in vrouwen gelijk staat aan investeren in de toekomst van landbouwbedrijven. “Het gaat niet enkel over gelijkheid, maar over economische en sociale duurzaamheid”, vertelde Beke. “Korte keten en verbrede landbouw werken als katalysator voor vrouwelijk ondernemerschap. Samenwerking vergroot durf en slagkracht. En begeleiding werkt het best wanneer ze nabij, praktijkgericht en laagdrempelig is.” In dat kader noemt Beke de doelstellingen van de resolutie “niet alleen wenselijk, maar ook haalbaar en uitvoerbaar”.

Ze wijst er ook op dat beleid en praktijk elkaar kunnen en moeten versterken. “Bestaande netwerken kunnen dienen als klankbord en testomgeving. Begeleiding rond statuten, ondernemerschap en korte keten blijven cruciaal.” Daarnaast wijst Beke ook op het belang van dataverzameling. “Een groot deel van de inzet van vrouwen is vandaag onzichtbaar in de cijfers en structuren. Goede data zijn cruciaal om zichtbaarheid te creëren, maar ook om na te gaan waar de mogelijke knelpunten zitten. Onderbouwde data zijn noodzakelijk om tot gerichte en doeltreffende beleidsaanbevelingen te komen”, luidt het.

Sleutelrol in transitie?

Tot slot wijst Ferm voor agravrouwen erop dat vrouwen in het verleden heel vaak aan de grondslag hebben gelegen van nieuwe initiatieven die vandaag als evident of waardevol worden beschouwd. “Denk bijvoorbeeld aan mantelzorginitiatieven, kinderopvang op het platteland, korte keten, groene zorg, landbouweducatie of plattelandstoerisme”, somt Beke op. “Deze ontstaan uit concrete behoeften op het terrein en worden gedragen door vrouwen die kansen zien waar anderen vooral beperkingen zien.”

Door in te zetten op een goede ondersteuning en door vrouwelijk ondernemerschap in de land- en tuinbouw maximaal zichtbaar te maken en te erkennen, kunnen boerinnen, volgens Ferm voor agravrouwen, ook in de toekomst een sleutelrol opnemen in de transitie waar de sector vandaag doorheen gaat. “Wij stellen ons graag kandidaat als partner om dit uit te voeren”, aldus nog Beke.

Naast Leen Beke van Ferm voor agravrouwen kwamen ook Justine Arkens (voorzitter Groene Kring), Frederik Van De Sompel (beleidsmedewerker Jong ABS), Griet Van De Steene (Vrouwen van het Algemeen Boerensyndicaat) en Kim Schoukens (Women in Ag Foundation) aan het woord in deze commissie. De volledige hoorzitting is te herbekijken in deze video:

🎥 #Veldvloggers: Van maaien tot inkuilen: de eerste snede gras
Uitgelicht
Het voorjaar brengt opnieuw heel wat bedrijvigheid op de boerderij, en één van de belangrijkste werken van het seizoen is het maaien van de eerste snede gras. Al vloggend neem...
7 mei 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek