Universitaire studie: drempels voor vrouwen remmen duurzame akkerbouw af
nieuwsOm de implementatie van duurzame landbouwpraktijken te stimuleren, moeten beleidsmaatregelen sterker inzetten op het wegwerken van drempels voor vrouwen en hen actief aanmoedigen om voor een landbouwcarrière te kiezen. Dat stellen onderzoeksters Sophie Henrotte en Goedele Van den Broeck van de UCLouvain, met hoofdcampus in Louvain-la-Neuve. Uit hun onderzoek blijkt dat Waalse landbouwvrouwen in de akkerbouw vaak zelfvertrouwen en kennis missen om duurzame landbouwpraktijken toe te passen.
Hoewel veel Europese studies focussen op de implementatie van duurzame landbouwpraktijken, blijft gender vaak een onderbelichte factor. “Opmerkelijk, aangezien vrouwen een aanzienlijk en groeiend deel van de landbouwarbeidskrachten uitmaken”, stellen Henrotte en Van den Broeck in hun onderzoek. “Wij pakken deze onderzoekskloof aan in onze studie binnen de akkerbouwsector in Wallonië.”
De onderzoeksters interviewden 29 landbouwers, onder wie 11 vrouwen en 18 mannen, afkomstig van 22 bedrijven waarvan zeven biologisch. De landbouwers pasten duurzame landbouwpraktijken in verschillende vormen en mate toe, gaande van een verminderd gebruik van meststoffen en synthetische gewasbeschermingsmiddelen, tot praktijken zoals minder mechanische bodembewerking of meer gewasdiversiteit. Ook de beslissingsposities van de geïnterviewden verschilden binnen hun bedrijf.
Take-aways uit voorgaande studies
De onderzoeksters doken eerst in het beperkte aantal bestaande studies en identificeerden daarbij vier belangrijke verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke landbouwers. Ten eerste ondervinden vrouwen meer moeilijkheden om toegang te krijgen tot landbouwgrond in gangbare landbouwsystemen, omdat erfenispraktijken vaak mannen bevoordelen. Daardoor beheren zij doorgaans kleinere landbouwbedrijven.
Ten tweede zijn vrouwen traditioneel minder betrokken bij gemechaniseerd werk en het bedienen van zware machines. Zij verrichten vaker handmatig werk. Ten derde zijn vrouwelijke landbouwers, door hun traditionele rol in het huishouden als kok en verzorger, vaak gevoeliger voor gezondheidskwesties die samenhangen met synthetische inputs, in het bijzonder gewasbeschermingsmiddelen. Ten vierde nemen vrouwen vaker deel aan korteketenactiviteiten, omdat zij het directe sociale contact met klanten vaak meer waarderen.
“Deze verschillen zouden kunnen bijdragen aan een hogere implementatie van duurzame praktijken. Want duurzame praktijken vragen doorgaans minder mechanisatie en minder synthetische inputs, maar zijn arbeidsintensiever. Ook wordt korteketenverkoop vaak geassocieerd met duurzame praktijken. De beperkte internationale onderzoeken wezen ook aan dat bedrijven met vrouwelijke bedrijfsleiders vaker maatregelen rond agrobiodiversiteit toepassen, vooral landschapselementen”, klinkt het.
Waalse resultaten
De bevindingen van de onderzoeksters over de Waalse akkerbouwsector bevestigen enkele conclusies van de voorgaande onderzoeken. Zo toont het onderzoek aan dat vrouwelijke landbouwers vaker betrokken zijn bij diversificatie-activiteiten, zoals verkoop in korte keten, en dat vrouwen doorgaans meer nadruk leggen op voedingskwaliteit en -veiligheid. “Dit wil niet per definitie zeggen dat ze milieubewuster zijn”, klinkt het. “Wel leidt het tot een negatieve houding tegenover gewasbescherming. Om die houding ook te vertalen naar duurzame landbouwpraktijken, ervaren ze echter veel barrières.”
In drie van de zeven bedrijven die voor overdracht aan zonen bestemd zijn, had ook een dochter interesse getoond. Maar zodra de zonen interesse toonden, werd de overname automatisch naar hen gericht
Veldwerk is werk geworden die mannen doen
De eerste fundamentele vaststelling over deze barrières is dat op alle deelnemende bedrijven aan de steekproef mannen het gemechaniseerde werk op het veld uitvoeren. “Alle vrouwelijke landbouwers in onze steekproef noemden de werktuigen de grootste drempel om zelf veldwerk te doen”, stellen de onderzoeksters. Vroeger was het nochtans anders. Toen stonden ook vrouwen op het veld, maar sinds de mechanisatiegolf zijn het voornamelijk mannen.
Dit verschil tussen mannen en vrouwen wordt al vaak gestimuleerd in de opvoeding. Jongens gaan vaker mee met hun vader op het veld, terwijl meisjes worden geweerd om in de buurt te komen van grote machines.
Verschillende deelnemers gaven ook aan dat het voor een landbouwfamilie erg belangrijk is om zonen te hebben. Dit hangt samen met de overdracht van landbouwbedrijven en landbouwgrond, die traditioneel van vader op zoon gebeurt. Van de 22 bedrijven in de steekproef is het de bedoeling dat zeven door zonen worden overgenomen en slechts vier door dochters. In drie van de zeven bedrijven die voor overdracht aan zonen bestemd zijn, had ook een dochter interesse getoond. Maar zodra de zonen interesse toonden, werd de overname automatisch naar hen gericht.
Uitbesteding is niet altijd goed voor duurzame praktijken
De onderzoeksters stellen vast dat de vrouwelijke bedrijfsleiders het veldwerk uitbesteden. Met gevolg voor de implementatie van duurzame praktijken. Want uitbesteding leidt vaak tot minder gewasdiversiteit, minder landschapselementen, minder inspanningen rond bodembehoud en een meer preventief gebruik van inputs.
“Toch deden sommige van de meest duurzame landbouwbedrijven in onze steekproef ook sterk een beroep op uitbesteding van arbeid”, luidt het. “Het verschil is dat die mannelijke bedrijfsleiders uitgebreide ervaring en opleiding hebben, en dat de loonwerkers worden aangestuurd door hen.”
Ik heb minder vertrouwen in mijn beslissingen omdat ik geen basislandbouwopleiding heb gehad. Mijn leveranciers adviseren mij
Vrouwen nemen bedrijf later over en met beperktere opleiding
Het feit dat vrouwen niet vaak op het veld terug te vinden zijn, heeft ook deels te maken met hun opleiding. De meeste mannelijke landbouwers volgen eerst een informele opleiding binnen de familie, daarna een formele landbouwopleiding en vervolgens een vroege overname van het familiebedrijf. Dit traject gold voor 14 van de 18 mannelijke landbouwers in de steekproef en voor slechts één van de 11 vrouwelijke landbouwers.
De vrouwelijke landbouwers werden meestal aangemoedigd om een niet-landbouwgerelateerde carrière te volgen en om pas later in hun leven terug te keren naar een landbouwbedrijf. Opvallend in de Waalse studie is dat alle vrouwelijke bedrijfsleiders het bedrijf pas hebben overgenomen na een overlijden in de familie of omdat een familielid met pensioen ging.
De manier waarop vrouwen aan het hoofd van een bedrijf komen te staan is niet onbelangrijk. “In een Franse casestudy werd eveneens vastgesteld dat vrouwelijke landbouwers het bedrijf overnamen na een eerdere carrière. Deze vrouwen kiezen dan vaak voor duurzame projecten. Maar in hun geval gebeurde dit op vrijwillige basis. Dit contrasteert met onze steekproef”, stellen de onderzoeksters. Voor de Waalse vrouwelijke landbouwers was het eerder een noodzaak om de bedrijfsleiding over te nemen.
Naast het uitbesteden van veldwerk doen vrouwen met een beperkte opleiding of ervaring vaker beroep op commerciële adviesdiensten, die doorgaans het gebruik van inputs aanmoedigen. “Soms moet je het gewoon aandurven om op jezelf te vertrouwen. Maar ik heb geen landbouwstudies gedaan”, getuigt een deelneemster. “Die verplichte cursussen om landbouwer te worden zijn goed, maar twee jaar avondonderwijs vervangt geen bachelor- of masteropleiding. En het vervangt ook niet meer dan 50 jaar praktijkervaring op het veld.”
Dit wordt bevestigd door nog een andere deelneemster: “Ik heb minder vertrouwen in mijn beslissingen omdat ik geen basislandbouwopleiding heb gehad. Mijn grote probleem is dat ik niet weet welk insect bijvoorbeeld welk insect is”, vertelt ze. “Ik heb technici die mij adviseren, maar in mijn model zijn die technici ook mijn leveranciers.”
Vrouwen gaan niet naar bijeenkomsten van landbouwgroepen en missen daardoor toegang tot adviesdiensten, netwerken en gespecialiseerde machines voor duurzame praktijken
Seksisme en discriminatie in landbouwgroepen
Dat vrouwen vaker een beroep doen op commerciële adviseurs, hangt niet alleen samen met een gebrek aan kennis van thuis uit of een formele opleiding. Ook hun beperkte deelname aan landbouwgroepen speelt daarin een belangrijke rol. Bij landbouwers met een hoge implementatie van duurzame praktijken werd de overstap van traditionele commerciële adviesdiensten naar onafhankelijke adviesdiensten gezien als een sleutelelement. Die onafhankelijke adviesdiensten worden via verschillende kanalen aangeboden, maar meestal via landbouwgroepen.
Tijdens de interviews kwamen landbouwgroepen onder meer naar voren als de belangrijkste plek waar vrouwelijke landbouwers seksisme en discriminatie ervaren. “Ik ben bijna altijd de enige vrouw”, vertelt een deelneemster. “Ik ken vrouwelijke landbouwers die nochtans interesse hebben, maar niet naar bijeenkomsten gaan omdat ze zich daar niet op hun gemak voelen, en soms ook omdat hun man niet wil dat ze gaan.” Deze drempel beperkt ook hun netwerken met collega-landbouwers, toegang tot adviesdiensten en gespecialiseerde machines voor duurzame praktijken. Want landbouwgroepen zijn ook een manier om toegang te krijgen tot machineringen.
Jagers implementeren meer duurzame praktijken
De Waalse onderzoeksters stootten ook op een opvallend element, dat in hun literatuuronderzoek amper aan bod kwam. Ze zagen een sterke link tussen de jacht en een milieubewuste houding, en de implementatie van duurzame landbouwpraktijken. “Landbouwers die jagen, vaak mannen, erkennen de impact van landbouw op biodiversiteit en stellen de traditionele visie in vraag waarin landbouw en natuur tegenover elkaar worden geplaatst”, aldus Henrotte en Van den Broeck. “Wij stellen dat niet de jacht op zich het milieubewustzijn versterkt, maar eerder de deelname aan vrijetijdsactiviteiten buitenshuis die de band tussen mensen en fauna versterken.”
Anders vraagt meer zicht op rol van vrouwen in landbouw
14 maart 2026Grotere inclusie kan zelfvertrouwen en vaardigheden versterken
In de steekproef bestond consensus dat de sector evolueert naar meer inclusie van vrouwelijke landbouwers. De deelnemers gaven herhaaldelijk aan dat vrouwen steeds vaker bedrijfsleider worden, omdat de sociale normen rond landbouw stilaan veranderen. “Beleidstrends in Europa sturen aan op een grotere implementatie van duurzame landbouwpraktijken, maar dat gebeurt traag. Tegelijk nemen vrouwen een grotere plaats in binnen de sector. Daarom moeten beleidsmaatregelen sterker inzetten op genderinclusieve landbouwomgevingen”, klinkt het.
Een grotere inclusie kan meer vrouwen aanmoedigen om voor een landbouwcarrière te kiezen, wat hun vaardigheden, opleiding en zelfvertrouwen versterkt. Daarnaast bevordert inclusie ook toegang tot middelen, technische ondersteuning en kennisdeling, allemaal cruciale factoren voor een bredere toepassing van duurzame landbouwpraktijken.
Meer onderzoek nodig
Daarnaast geven Hernrotte en Van den Broeck aan dat gender-gesegregeerde data nodig zijn om meer inzicht te krijgen in sociale en ecologische duurzaamheid. Ze benadrukken ook dat het belangrijk is om niet enkel onderzoek uit te voeren bij vrouwen in duurzame landbouwsystemen, maar ook bij vrouwen in de gangbare landbouw. “Gangbare systemen domineren de landbouw en bieden het grootste potentieel om de milieu-impact te verminderen. Bovendien kunnen conclusies uit de duurzame systemen niet zomaar worden veralgemeend naar andere contexten. Dat zou het risico inhouden dat vrouwelijke landbouwers in de gangbare systemen onderbelicht blijven en dat stereotypes blijven bestaan, zoals het idee dat vrouwelijke landbouwers van nature milieubewuster zijn.”