nieuws

Bieden innovatieprojecten wel een bruikbare oplossing? Vlaanderen kiest voor strenge selectie

nieuws

Vlaanderen evalueert niet of gesubsidieerde projecten binnen het Europees programma voor innovatieprojecten (EIP) resulteren in bruikbare oplossingen voor landbouwers. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v) stelt met ‘redelijke zekerheid’ dat dit wel het geval is. Volgens hem beperken de strenge selectievoorwaarden het risico op een lage effectieve impact. Daarmee reageert hij op een vernietigend rapport van de Europese Rekenkamer over EIP-projecten in vier andere landen, en op vragen van Eva Ryde (N-VA) en Lydia Peeters (Anders) over de Vlaamse procedures.

Vandaag Jozefien Verstraete
drones in de landbouw

Uit een steekproef van de Europese Rekenkamer blijkt dat de algemene resultaten van Europese innovatieprojecten (EIP) ondermaats zijn in Spanje, Frankrijk, Nederland en Polen. Het EIP-programma steunt innovatieprojecten die samenwerking tussen landbouwers, onderzoekers, adviseurs en bedrijven moest bevorderen. De Rekenkamer stelde echter vast dat de impact van de projecten op de landbouwpraktijk gering bleef. Bovendien bleek bijna een derde van de projecten nauwelijks of zelfs helemaal niets met landbouw te maken te hebben. Daarnaast werd vastgesteld dat veel projecten geen praktische resultaten opleverden, dat de kennis uit de projecten vaak onvoldoende werd verspreid en dat landbouwers zelf niet altijd centraal stonden in het projectopzet.

De Rekenkamer sprak zich niet uit over Vlaamse projecten. Op vraag van Vlaams parlementsleden Eva Ryde (N-VA) en Lydia Peeters (Anders) verduidelijkte de minister de procedures rond de Vlaamse EIP-projecten.

Effectiviteit niet gemeten, maar landbouwer zit mee aan tafel

Op de vraag of landbouwers voldoende betrokken zijn bij EIP-projecten, verzekert minister Brouns dat sinds 2014 bij alle 147 gesubsidieerde projecten minstens één actieve landbouwer betrokken was als partner of coördinator. “Zonder actieve landbouwer is het project onontvankelijk en wordt het niet meegenomen in de selectieprocedure voor subsidiëring”, klinkt het.

Of de gesubsidieerde projecten uiteindelijk leiden tot innovaties die landbouwers ook echt kunnen gebruiken, weet Vlaanderen niet. Er worden geen evaluaties of audits uitgevoerd naar de effectiviteit van de projecten en of het geld goed besteed is. “Evaluaties hangen af van de mogelijke budgetten hiervoor en de weging van het relatief beperkt budget dat via EIP wordt uitbetaald", duidt de minister. "Een audit kan gebeuren op vraag van de Europese Commissie."

Wel wordt er volgens Brouns nauwlettend op toegezien dat enkel projecten die praktijkgerichte innovaties willen ontwikkelen een subsidie krijgen. Bij de selectie zijn vraaggedrevenheid, het bottom-upkarakter van het project, het engagement van landbouwers om actief mee te werken, en het voorleggen van een plan voor de verspreiding van de projectresultaten, belangrijke selectiecriteria. “Projecten die hierop slechts matig scoren, komen niet in aanmerking voor subsidiëring. Op die manier wordt het risico gereduceerd dat er slechts een beperkte effectieve impact zou zijn”, aldus Brouns. “Door de verplichte betrokkenheid van landbouwers, kan met redelijke zekerheid gesteld worden dat de projecten resulteren in bruikbare oplossingen voor de landbouwers.”

Worden dan enkel risicoloze projecten geselecteerd waarbij succes quasi gegarandeerd is? Neen, zo blijkt. “Aangezien risico op mislukking eigen is aan innovatieprojecten, worden zowel projecten met een zeker risico op mislukking geselecteerd als projecten waarvan tamelijk zeker is dat ze zullen leiden tot een praktijkinnovatie”, aldus Brouns

Aanbevelingen worden al opgevolgd

In het kritische rapport formuleert de Europese Rekenkamer verschillende aanbevelingen om situaties te vermijden, zoals in de vier onderzochte landen. Volgens de minister volgt Vlaanderen al grotendeels de lijst op met aanbevelingen. “De projecten worden reeds gebaseerd op de innovatiebehoeften van landbouwers en we leggen ook al selectiecriteria op: dat er een duidelijke additionele impact en complementariteit moet zijn zijn ten opzichte van bestaande initiatieven”, klinkt het. Projecten die overlappen met lopende of afgelopen projecten zouden daarom niet meer in aanmerking komen. “Ook wordt tijdens de selectie geëvalueerd of er een goede mix van competenties onder de projectpartners zit, en of de landbouwers wel telkens actief betrokken worden gedurende de volledige projectperiode.”

Als tijdens de uitvoering blijkt dat het project afwijkt van het voorstel, heeft dat gevolgen voor de uitbetaling van de subsidies. “Het overgrote deel van de projecten wordt echter conform de beschrijving uitgevoerd”, luidt het.

"Alhoewel Vlaanderen al grotendeels tegemoetkomt aan de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer zal de administratie de aanbevelingen grondig bekijken", sluit de minister af op de vragen van Ryde en Peeters. "Zo kunnen we de uitvoering van de projecten en verspreiding van de resultaten verder verbeteren om de interventie doeltreffender te maken en innovatie in de landbouwsector te versnellen."

Digitale land- en tuinbouw is sterk ingeburgerd, maar drempels blijven bestaan
Uitgelicht
Digitalisering is sterk ingeburgerd bij land- en tuinbouwbouwbedrijven. Dat blijkt uit een bevraging van landbouworganisatie Boerenbond bij 500 landbouwers. 75 procent van de...
13 februari 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek