Ventilusproject krijgt sensoren om elektromagnetische straling te controleren
nieuwsHet Ventilusproject krijgt sensoren om de magnetische velden rond het tracé te meten. Dat stelde Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&v) in een commissievergadering in het Vlaams Parlement. De afgeleverde vergunning voor het Ventilusproject stuit op weerstand bij diverse burgerbewegingen en lokale besturen. Vele lokale besturen langs het tracé gaan in beroep tegen de beslissing van Brouns. In Wingene en Lichtervelde zijn inwoners bovendien bezorgd om de mogelijke komst van twee grote windturbines, onder meer omdat de afstandsregels voor deze turbines niet gelden voor zonevreemde woningen in landbouwgebied.
Het Ventilusproject omvat een 82 kilometer lange nieuwe hoogspanningslijn in West-Vlaanderen, waarvan tien kilometer ondergronds zal lopen. De lijn moet elektriciteit van de toekomstige windmolenparken op zee naar het binnenland brengen. Er zijn compensaties voor omwonenden, ook een kader om bedrijven te compenseren wordt uitgewerkt. Toch zien velen de hoogspanningslijn er liever niet komen, deels door het uitzicht, deels door mogelijke gezondheidseffecten.
Elektromagnetische straling
Parlementslid Lydia Peeters (Anders) vroeg Brouns naar zijn motivatie om Elia een omgevingsvergunning te verlenen voor vijf onderdelen van het Ventilusproject. Ze vroeg ook of er een monitoringsnetwerk komt om de niveaus elektromagnetische straling te controleren. Dit netwerk moet bepalen waar de 0,4 microtesla-zone zich bevindt. Dat is een perimeter langs de hoogspanningslijn, waar de jaargemiddelde blootstelling aan magnetische velden 0,4 microtesla bedraagt. De Hoge Gezondheidsraad adviseert immers om kinderen jonger dan 15 jaar niet langdurig bloot te stellen aan gemiddelde magneetveldsterkten boven deze waarde. Eventuele pieken kunnen, maar mogen niet sterker zijn dan 100 microtesla.
Ook Jeremie Vaneeckhout (Groen) vroeg naar dit monitoringsnetwerk, al benadrukte hij dat zijn partij wel degelijk voorstander is van dit project. Bovendien uitte hij zijn frustratie over politici die volgens hem uit profileringsdrang valse informatie verspreiden over het project. “Het dossier werd door politici van verschillende fracties in dit parlement voor een stukje misbruikt om de mensen in West-Vlaanderen blaasjes wijs te maken”, zegt hij. “Ik ben zelf West-Vlaming en ik denk dat dat nefast was voor het draagvlak van het project, en dat de West-Vlamingen op dat gebied beter verdienden.”
Sensorensysteem
Minister Brouns bevestigt dat er wel degelijk een monitoringsnetwerk wordt opgesteld om te controleren of er geen sprake is van schadelijke straling. “Het netwerk zal gebruikmaken van een heel nieuw sensorensysteem, ontwikkeld in samenwerking met imec (een onderzoekscentrum voor nano-elektronica, red.)”, zei hij tijdens de commissievergadering. “Uit het proefproject blijkt dat de sensoren betrouwbaar functioneren. Metingen van magnetische velden kunnen onder realistische omstandigheden succesvol worden uitgevoerd. De technologie is dus klaar voor een uitrol in een permanent meetnet.”
Brouns voegt toe dat de resultaten van het meetnet transparant worden weergegeven in een publiek dashboard. “Het meetnet zal vanaf september 2026 met een eerste twintigtal meetpunten beschikbaar zijn. Daarna, tot uiterlijk 2029, wordt het dan stapsgewijs verder opgeschaald tot 250 locaties voor het volledige Vlaamse hoogspanningsnet.”
Hij benadrukte ook nog dat deze verbindingslijn tussen de windmolenparken en het binnenland wel degelijk essentieel is voor de toekomstige energievoorziening van het land. “Ik denk te mogen stellen dat de geopolitieke situatie van de afgelopen maanden en jaren voldoende heeft aangetoond waartoe onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en onze energievoorziening in haar geheel kan leiden.”
Weerstand
Parlementslid en burgemeester van Ledegem Bart Dochy (cd&v) herhaalde wel zijn teleurstelling dat Elia kiest voor een verbinding op wisselstroom en niet gelijkstroom. “Er is geen enkele discussie over dat de aanlanding van elektriciteit op gelijkstroom perfect kan. Het is in andere landen van Europa zelfs de regel geworden, maar hier niet. Dat is de keuze van Elia, een keuze die wij als burgemeesters in de regio ten zeerste betreuren.”
Eerder in VILT kondigde Dochy aan dat hij de vergunning samen met collega-burgemeesters zou aanvechten. Dat is onder meer het geval voor Lendelede, dat het zwaarst is getroffen door het project. Ook Ardooie zal in beroep gaan.
Gemeenten die in mindere mate impact voelen van dit tracé nemen een meer afwachtende houding aan. Op de gemeenteraad van 5 mei in Waregem kondigde het stadsbestuur aan niet in beroep te gaan tegen de Ventilusvergunning, hoewel de stad een negatief advies had verleend en een bezwaarschift had ingediend bij het openbaar onderzoek. Raadslid Jan Capelle (Groen) vroeg of de Waregemse burgemeester ‘zijn’ minister zou volgen.
Schepen Kim Deplancke (cd&v) en burgemeester Kristof Chanterie (cd&v) antwoordden dat het stadsbestuur de lopende procedures tegen het project afwacht. Zo loopt er bij de Raad van State een procedure tegen het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) waarop het Ventilusproject leunt. Deplancke verduidelijkte ook nog dat er in Waregem zelf geen palen bijkomen, enkel een verzwaring van een bestaande lijn.
Waarom de gemeente dan toch een negatief advies heeft verleend? “We beseffen dat het Ventilusproject er moet komen, en zelfs zeer noodzakelijk is. Maar we zijn solidair geweest met onze buren waar extra palen komen op het grondgebied”, antwoordde de burgemeester. “We hebben een voorkeur voor het ondergronds aanleggen.”
Windmolens impacteren zonevreemde woningen
In Wingene en Lichtervelde worden de zorgen om de Ventilus-hoogspanningslijn aangevuld met de mogelijke komst van twee grote windturbines met een tiphoogte van 230 meter. De turbines zouden zo nog een derde groter worden dan de eerste aanvraag tien jaar geleden. Eerdere aanvragen zijn wel telkens vernietigd.
Het project stuit onder meer op protest bij omwonenden in landbouwgebied. "In Vlaanderen geldt de regel dat een windturbine niet dichter mag staan dan de afstand van drie keer de tiphoogte”, vertelt René Claeys van de lokale burgerbeweging aan VRT NWS. “Maar dat geldt enkel voor woongebieden. Omdat onze buurt officieel als landbouwzone wordt ingekleurd en niet als woongebied, mag men deze industriële turbines dicht bij onze woningen plaatsen.”
Bron: Eigen berichgeving