Opinie

Fermettetaks? Het probleem is niet de boerderij, maar de landbouwgrond

Opinie

Wat te doen tegen ruimtelijke versnippering? Boerenbond en Natuurpunt pleitten zaterdag in De Standaard voor een 'fermettetaks': financiële con­sequenties voor wie in een hoeve gaat wonen zonder aan landbouw te doen. Dat voorstel wordt echter niet overal warm onthaald. Landbouweconoom en bioboer Bavo Verwimp stelt twee alternatieve maatregelen voor in een opiniestuk dat eerder ook in De Standaard verscheen.

gisteren
hoeve zonevreemd wonen_Vastgoed Vanhove

Niet iedereen was even enthousiast over het voorstel van de fermettetaks, maar dat Boerenbond en Natuurpunt samenzaten, was op zich al goed nieuws. Ze pleiten voor een strengere aanpak van de verlaten hoeves in het Vlaamse platteland. Elk jaar geven honderden boeren er de brui aan zonder een opvolger te vinden. Die boerderijen worden vaak opgekocht door kapitaalkrachtige burgers die er een ruime villa van maken.

De open ruimte staat in Vlaanderen nog altijd onder druk. Uiteraard ben ik dus blij met die bezorgdheid vanuit het middenveld, maar tegelijk hoop ik te kunnen rekenen op enige mildheid bij de uitvoering van die ideeën. Als alles volgens plan verloopt, zal ik op mijn 67ste alle leningen voor de aankoop van en de werkzaamheden aan onze boerderijgebouwen afbetaald hebben. Al jaren gaat elke vrije dag die we hebben naar het onderhoud van die eeuwenoude boerderij. Maar als ik straks geen opvolger vind, dan draai ik ook nog eens op voor de kosten van de sloop. Ik heb nu al stress voor de kosten van een mogelijke afbraak van de stallen. Met wat ik verdiend heb in mijn loopbaan als boer, kan ik dat onmogelijk betalen.

Misschien moeten we eerst maar even kijken naar al de scheefgegroeide situaties die er nu al zijn op het platteland. Zo moet een boer een vergunning aanvragen om in zijn huis te mogen blijven wonen als hij met pensioen gaat. Maar tegelijk heeft iedere boer tientallen gebouwen in de onmiddellijke omgeving waar al jaren mobilhomes staan opgeslagen, waarvan maneges werden gemaakt, waarin al dan niet vergunde extra woningen zijn ondergebracht, enzovoort.

Ik pleit voor een pragmatische aanpak, een soort praktijktest. Maar daarmee lossen we uiteraard het probleem niet op. In een commentaarstuk (DS 18 mei) vraagt deze krant zich terecht af waar de voorstellen en concrete maatregelen blijven om de open ruimte te redden. Want over de principes zijn we het min of meer eens.

Tijdelijke vergunning

Ik doe twee concrete voorstellen. Een eerste gaat over de boerderijgebouwen zelf. De vraag is of die wel echt zo’n probleem zijn, als de gronden eromheen voorbehouden blijven voor de voedselvoorziening. Is het echt zo erg dat een jonge architect een verlaten boerderij opknapt en er zijn praktijk uitbouwt? Is het echt zo schadelijk voor onze omgeving als een verlaten boerderij wordt omgebouwd tot een groene leef- en werkplek voor mensen die zorg vragen?

Het probleem is vaak niet de activiteit op zich, maar de verworven rechten die ontstaan als bepaalde activiteiten worden toegelaten in een “zonevreemd” gebouw. Dat kan alleen worden opgelost als we het idee van de “tijdelijke” vergunning van stal halen. Het is perfect mogelijk om een instrument te ontwikkelen dat ondernemen op het platteland toelaat, voor een beperkte periode en onder strikte voorwaarden. Zo kunnen we het vaak waardevolle patrimonium op het platteland herwaarderen en tegelijk verspilling van energie en (bouw)materialen vermijden. De tijdelijke omgevingsvergunning is een heel concreet, juridische werkbaar en budgettair neutraal instrument. Waar wachten we op?

Als we echt de open ruimte willen vrijwaren, dan moeten we de blik verruimen van de gebouwen naar de gronden. Vaak is niet die nieuwe buurman in de boerderij het probleem voor de boeren, wel dat er tientallen hectare ruimte voor voedselproductie verloren gaan. Dat kun je alleen oplossen door een echt Vlaams grondbeleid te ontwikkelen. Op dat vlak is de vrije markt nog altijd de heilige graal.

Onroerende voorheffing

Daarom pleit ik niet voor een fermettetaks, maar wel voor een ingrijpende verschuiving van de onroerende voorheffing. Voor wie zelf boer is, of (schriftelijk) kan aantonen dat hij zijn gronden voor minimaal negen jaar verpacht, mag die onroerende voorheffing gereduceerd worden tot nul. Maar wie weigert om zijn landbouwgronden in te schakelen in de voedselketen, mag daarvoor de rekening gepresenteerd krijgen. Ook dat is een concreet instrument dat de overheid geen geld kost, dat perfect realiseerbaar is en zowel de open ruimte als onze voedselvoorziening een duwtje in de rug kan geven. Is dat zo’n gek idee?

Om die voedselvoorziening te garanderen, is het belangrijkste uiteraard om het beroep van landbouwer en tuinder weer aantrekkelijk te maken. We moeten erop toezien dat boeren en boerinnen een inkomen kunnen realiseren, waarbij het mogelijk moet zijn om te starten vanuit een leegstaande hoeve. Dan raakt het probleem van de zonevreemde hoeves misschien vanzelf opgelost.

In afwachting daarvan kunnen de tijdelijke omgevingsvergunning en een sturende onroerende voorheffing alvast soelaas brengen.


Met dit opiniestuk, dat eerder in De Standaard verscheen, wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. 

De auteur:

Bavo Verwimp is landbouweconoom en runt de bioboerderij De Kijfelaar.

Beeld: Vastgoed Vanhove

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek