header.home link

"Wie aan voorwaarden voldoet, moet op vergunning kunnen rekenen"

26 november 2020

De uitspraken van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) over vergunningen voor grote landbouwbedrijven, blijven de gemoederen bedaren. Zo beklemtoont de provincie West-Vlaanderen dat er in geen geval sprake is van een verdrievoudiging van het aantal vergunningen voor intensieve veebedrijven in de provincie, zoals Demir beweerde. Landbouwminister Hilde Crevits (CD&V) pleit er op haar beurt voor dat een landbouwbedrijf wiens aanvraag voldoet aan alle voorwaarden, steeds moet kunnen rekenen op een vergunning.

In Het Belang van Limburg verklaarde Vlaams omgevingsminister Demir dat ze de vergunningen voor grote stallen zoveel mogelijk wil verhinderen. Ze deed die uitspraak naar aanleiding van een parlementaire vraag over de cijfers over het aantal omgevingsvergunningen voor intensieve landbouwbedrijven die werden uitgereikt. Uit die cijfers bleek dat in de laatste drie jaar het aantal vergunningen voor intensieve veebedrijven verdrievoudigd is.

De minister wees erop dat de meeste van deze vergunningsbeslissingen genomen worden door het provinciebestuur. “Als minister kom ik alleen aan zet als er beroep aangetekend wordt. Sinds mijn aantreden ben ik betrokken geweest bij 50 gevallen en in 90 procent van de gevallen heb ik besloten om niet te vergunnen”, stelde ze. Demir gaf ook aan dat ze in dat kader ook een omzendbrief zou sturen naar de provincies en gemeenten om te vragen om vergunningsaanvragen strenger te beoordelen.

Als sp.a willen we naar een meer kleinschalige, meer duurzame en meer diervriendelijke landbouw. De agro-industrie hoort daar niet bij

Ludwig Vandenhove - Vlaams parlementslid

Ze krijgt daarbij steun van sp.a-parlementslid Ludwig Vandenhove. Opnieuw in Het Belang van Limburg roept hij op tot een maatschappelijk en politiek debat over welk soort landbouw we willen in Vlaanderen. “Als sp.a willen we naar een meer kleinschalige, meer duurzame en meer diervriendelijke landbouw. De agro-industrie hoort daar niet bij. Ook landbouwers zijn het slachtoffer van het gebrek aan visie uit het verleden”, stelt hij.

“Geen sprake van drie keer zoveel vergunningsaanvragen”

In een persbericht laat de provincie West-Vlaanderen nu weten dat er geen sprake is van een verdrievoudiging van het aantal vergunningsaanvragen in wat de grootste landbouwprovincie van het land is. “In 2019 verleende de provincie 201 klasse I-vergunningen met dieren. Door de gewijzigde procedure is een vergelijking met voorgaande jaren moeilijk, maar dat er drie keer zoveel vergunningen zijn aangevraagd klopt niet”, zegt West-Vlaams landbouwgedeputeerde Bart Naeyaert (CD&V) nadat hij hier een vraag over kreeg van zijn partijgenote Els Kindt.

Dat wordt volgens de provincie ook bevestigd door de cijfers over het aantal geregistreerde dieren. “Zo is er de afgelopen tien jaar een daling van het aantal runderen, een status-quo van het aantal varkens en een stijging van het aantal kippen”, luidt het.

Dat intensieve veebedrijven nefast zouden zijn voor duurzaamheid, milieu en dierenwelzijn, zoals in het artikel in Het Belang van Limburg werd beweerd, is volgens provincieraadslid Kindt niet correct. “West-Vlaanderen is rijk aan familiale veeteeltbedrijven die afhankelijk zijn van de nodige opschaling om te kunnen overleven. Daarenboven staan die investeringen net garant voor bijkomende maatregelen op het vlak van duurzaamheid, milieu en dierenwelzijn”, laat ze weten in een persbericht.

"Een vlot vergunningsbeleid staat voor een ondernemersvriendelijk beleid, maar milieu, duurzaamheid en dierenwelzijn zijn voor onze provincie primordiaal

Bart Naeyaert - Gedeputeerde Landbouw West-Vlaanderen

“Een vlot vergunningsbeleid staat voor een ondernemersvriendelijk beleid, maar milieu, duurzaamheid en dierenwelzijn zijn voor onze provincie primordiaal”, benadrukt gedeputeerde Naeyaert. Daarbij verwijst hij naar de Vlaamse VLAREM-wetgeving dat als kader gehanteerd wordt. “Uiteraard levert de provincie enkel vergunningen af binnen dat vastgestelde kader. West-Vlaanderen kiest daarenboven voor aangescherpte indicatoren. Zo zijn de provinciale parameters voor geurstudie strenger dan die van Vlaanderen.”

Dat er slechts bij vijf procent van de vergunningsaanvragen beroep wordt aangetekend, wijst er volgens Naeyaert op dat de provincie West-Vlaanderen een degelijk vergunningsbeleid voert.

Crevits pleit voor realiteitszin

Ook in de Commissie Landbouw van het Vlaams Parlement kwamen er vragen over de uitspraken van minister Demir over vergunningen. Vlaams landbouwminister Hilde Crevits liet weten dat ze beseft dat de sector voor enorme uitdagingen staat op vlak van verduurzaming. “Maar ik pleit ervoor dat er samen met de landbouw wordt gezocht naar oplossingen die op het terrein haalbaar zijn. De ervaring leert mij dat niet realistische of al te rigide maatregelen vaak niet leiden tot het gewenste effect.”

Volgens Crevits hanteren boeren vandaag al enorm hoge standaarden als het gaat om impact op het milieu. “Bij elke vergunningsaanvraag van een landbouwbedrijf – of het nu gaat om een nieuwe inplanting, om een hernieuwing of een uitbreiding – worden alle potentiële milieueffecten uitgebreid onderzocht en strikt beoordeeld”, benadrukte ze. “Dus een aanvraag voor bijvoorbeeld een bedrijfsuitbreiding die aan alle voorwaarden voldoet en met een goedgekeurd milieueffectenrapport (MER), zou, zoals elke andere economisch actieve onderneming, op een vergunning moeten kunnen rekenen.”

Ik pleit voor de nodige realiteitszin om de verdere ontwikkeling van landbouwbedrijven te garanderen en te faciliteren

Hilde Crevits - Vlaams minister van Landbouw,

De minister stelt dat boeren bijzonder veel aandacht hebben voor de leefomgeving, dat ze voortdurend innoveren en dat ze hun teelten en productie continu aanpassen, niet alleen met oog op meer rendement, maar ook met veel aandacht voor het leefmilieu.

“Ik vind het belangrijk om dat nog eens uitdrukkelijk in de verf te zetten. Landbouwers produceren ons voedsel en hebben daarmee een onmisbare rol in de samenleving. Voor mij is het cruciaal dat zij ook bij vergunningsaanvragen als ondernemers behandeld worden”, aldus Hilde Crevits. Zij pleit daarom voor de nodige realiteitszin om de verdere ontwikkeling van landbouwbedrijven te garanderen en te faciliteren. “Ruimte voor landbouw moet daarbij het credo zijn.”

Te grote focus op het economische?

Groen-parlementslid Chris Steenwegen merkte op dat de minister sterk de nadruk legt op de economische component van duurzame landbouw. “Ik vind dat we de landbouw daarmee toch wel echt verengen. Landbouw is meer dan dat: de sector bepaalt al eeuwenlang ons landschap, bepaalt de manier waarop we eten. Klimaat, bodem en weersomstandigheden zorgen ervoor dat landbouw overal ter wereld anders is. In die zin bepaalt landbouw heel sterk de identiteit van een bepaalde regio. Daarom moet landbouw aan andere randvoorwaarden voldoen”, klinkt het.

Op die manier vindt Steenwegen dat landbouw meer is dan een louter economische sector. De sector neemt volgens hem een heel speciale plaats in, ook in de uitdagingen die voor ons liggen. “Maar dan moet de sector een vernieuwende rol opnemen: de biodiversiteit versterken, de positie van de boer versterken, net als de link tussen stad en platteland”, meent hij.

Als de minister dan zegt dat een landbouwbedrijf moet bekeken worden als elk ander bedrijf als het gaat om het verlenen van vergunningen, dan volgt Steenwegen die redenering niet. “Het gaat niet alleen om de milieu-impact van een individueel bedrijf. Er is een bepaalde milieugebruiksruimte en binnen die ruimte moeten alle activiteiten kunnen gebeuren. Daar slagen we vandaag niet in. De vergunningen worden uitgereikt aan individuele bedrijven, maar we moeten altijd rekening houden met het grotere plaatje”, meent Steenwegen. “Dat betekent dat de optelsom van de impact van alle bedrijven en alle sectoren, ook buiten de landbouw, samen die milieugebruiksruimte niet mogen overschrijden.”

Elke ondernemer is verantwoordelijk voor zijn eigen onderneming en het is op dat niveau dat vergunningsaanvragen bekeken en beoordeeld moeten worden

Tinne Rombouts - Vlaams parlementslid

Zijn CD&V-collega Tinne Rombouts ziet dat anders. “Elke ondernemer is verantwoordelijk voor zijn eigen onderneming en het is op dat niveau dat vergunningsaanvragen bekeken en beoordeeld moeten worden. We kunnen ook niet ontkennen dat wanneer er inspanningen worden geleverd op elk individueel bedrijf dat dit ook effectief een bijdrage levert in het gehele plaatje”, stelde ze. Rombouts benadrukte nog dat het minste waarop een ondernemer moet kunnen rekenen, een overheid is die rechtszekerheid biedt.

Minister Crevits erkende dat landbouw naast een economische, ook een ecologische en sociale component heeft. “Maar als ik sommigen hoor spreken, heb ik het gevoel dat het economische geen rol speelt en vandaar dat ik die component meer benadruk dan ik anders zou doen”, legde ze uit. Als landbouwminister vindt ze het belangrijk dat de drie componenten in balans met elkaar zijn. “De landbouw versterken is een kernopdracht en de focus ligt daarbij, wat mij betreft, op voedselproductie. Tenzij we bereid zijn om die op te geven en op dat vlak volledig afhankelijk te worden van het buitenland. Maar dat staat haaks op wat ik wil als landbouwminister”, besloot ze.

Bron: Eigen verslaggeving / Het Belang van Limburg

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek