Antwerpse veehouders betalen prijs voor politieke onenigheid
nieuwsAntwerpse rundveehouders zullen hun dieren niet tijdelijk buitengebruik kunnen stellen om aan de verplichte 5%-reductiedoelstelling te voldoen. Dat liet de Antwerpse deputatie vandaag weten in de provincieraad. De beslissing zet het debat over de interpretatie van het stikstofdecreet terug op scherp, waardoor politieke verdeeldheid opnieuw tevoorschijn komt.
Om tegen 2030 de reductiedoelstellingen uit het stikstofakkoord te halen, hebben rundveebedrijven eind vorig jaar al een tussentijdse stikstofreductie van vijf procent moeten doorvoeren. Volgens het stikstofdecreet kunnen veehouderijen hun ammoniakuitstoot reduceren door een AER-maatregel te implementeren, hun veestapel te verminderen, of een combinatie van beiden.
Eind vorig jaar lichtte Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v) ook nog een andere mogelijkheid toe. Tot veehouders structurele maatregelen op hun bedrijf doorvoeren om de reductieverplichting tegen 2030 te halen, kunnen ze hun veestapel ook tijdelijk verkleinen. Veehouders die van deze mogelijkheid gebruikmaken, hebben bij de start van dit jaar dus niet al hun dierplaatsen ingevuld. Zodra voor hun bedrijf een passende AER-maatregel beschikbaar is en ze die implementeren, zullen ze uiteindelijk de dierplaatsen terugkrijgen. Zonder die tijdelijke piste zouden ze de dierplaatsen definitief verliezen en opnieuw een vergunningsprocedure moeten opstarten om ze terug te krijgen.
Nieuwe AER-techniek voor kalverhouders
23 februari 2026Antwerpen weigert
Waar vier Vlaamse provincies deze tijdelijke piste aanvaarden bij hun veehouders, houdt Antwerpen de boot af. De deputatie neemt officieel geen akte van meldingen van rundveehouders voor een tijdelijke buitengebruikstelling. Dat vertelde de deputatie in een interpellatie van provincieraadslid Ward Kennes (cd&v) en mondelinge vraag van provincieraadslid Kinga Pajak (Vlaams Belang).
De beslissing in Antwerpen legt een groot spanningsveld bloot. Zo komt duidelijk een wrijving in de deputatie tussen Vooruit en N-VA naar voren, en toont het opnieuw de spanning tussen rechtszekerheid en een pragmatische omgang met het stikstofdecreet.
We nemen onze verantwoordelijkheid op en kiezen bewust voor een aanpak die landbouwers maximale rechtszekerheid biedt
Kiezen voor maximale rechtszekerheid
De essentie van de spanning lijkt opnieuw bij interpretatie van het stikstofdecreet te liggen. In de communicatie van het kabinet van Brouns wordt de tijdelijke buitengebruikstelling benoemd als louter een toelichting of verduidelijking bij de betreffende reductiebepaling uit het stikstofdecreet.
Maar volgens eerste gedeputeerde Luk Lemmens (N-VA) heeft deze toelichting geen enkele ‘normatieve kracht’. “Het ontbreken van een decretale verankering van de tijdelijke buitengebruikstelling is de juridische reden waarom de provincie geen akte neemt van meldingen”, aldus Lemmens. Volgens hem is er in het stikstofakkoord nergens expliciet verwezen naar een tijdelijke buitengebruikstelling en kan die daarom niet worden aanvaard als een rechtsgeldige invulling van de reductieverplichting. “We nemen onze verantwoordelijkheid op en kiezen bewust voor een aanpak die juridisch correct is en landbouwers maximale rechtszekerheid biedt”, klinkt het.
Daarmee biedt de deputatie duidelijkheid na maanden van onzekerheid over de mogelijkheid van buitengebruikstelling. Volgens Lemmens zal de beslissing niet noodzakelijk tot een andere situatie op het terrein leiden dan wanneer er wel ingegaan zou worden op de vraag naar tijdelijke buitengebruikstelling. "Van de 288 meldingen die werden ingediend waren er eind vorige maand slechts 17 dossiers die een tijdelijke buitengebruikstelling vroegen", klinkt het.
Ik heb gepleit om binnen die interpretatieruimte de pragmatische lijn te volgen
Brouns geeft stand van zaken over 5%-maatregel en piekbelasters
6 februari 2026Kiezen voor pragmatiek
Een andere interpretatie is te horen bij gedeputeerde Jinnih Beels (Vooruit). Volgens haar stelt het decreet duidelijk dat een combinatie van een vermindering van dierplaatsen en een AER-maatregel mogelijk is. “Het decreet preciseert niet hoe die combinatie concreet moet worden ingevuld. Noch of die maatregelen gelijktijdig en permanent moeten gelden, of als ze gefaseerd in de tijd mogen toegepast worden”, aldus Beels. “Ik heb gepleit om binnen die interpretatieruimte de pragmatische lijn te volgen. Dit deed ik niet om de reductiedoelstelling te ondermijnen, want tegen 2030 zullen de reducties gehaald moeten worden. Maar wel om kleinere familiale landbouwbedrijven de kans te geven de reductie te realiseren, zonder hen vandaag al tot onomkeerbare beslissingen te dwingen.”
De interpretatie van Lemmens lijkt ook haaks te staan op de eerder pragmatische visie van premier Bart De Wever (N-VA). Hij liet recent in De Standaard optekenen dat “een afbouw van de veestapel onvermijdelijk moet zijn in het dichtbevolkte gebied dat Vlaanderen is", maar dat Vlaanderen “dit moet doen op een ritme dat toch ook nog een businessmodel mogelijk maakt".
Had de vorige regering een robuust decreet gemaakt, dan stonden wij hier vandaag niet te discussiëren op de kap van onze landbouwers
Drie tegen één
Dat de interpretatie van Beels uiteindelijk het onderspit moet delven, is volgens Beels pure wiskunde. In de Antwerpse deputatie is ze de enige Vooruit-gedeputeerde tegenover drie N-VA gedeputeerden. “Politiek is geven en nemen, langs twee kanten. We hebben telkens op een correcte en professionele manier met elkaar kunnen overleggen, maar we zijn niet tot een akkoord kunnen komen”, aldus Beels in de provincieraad. “Ik ben dan ook niet koppig om toe te geven dat ik hierin als gedeputeerde voor Landbouw heb gefaald.”
Volgens haar zou het wel onterecht zijn om “de schuld op Lemmens te steken”. “Ik heb begrip voor Lemmens dat hij zijn interpretatie naar voren schuift. Het is de schuld van de vorige Vlaamse regering die er niet in geslaagd is om een robuust en sluitend decreet te maken”, aldus Beels. “Was dit wel het geval, dan stonden wij hier vandaag niet te discussiëren op de kap van het welzijn van onze landbouwers.”
Anders spelregels voor Antwerpse boer dan voor Limburgse
Provincieraadslid Kennes gaat niet akkoord met de beslissing van de deputatie. “Niet het decreet is het probleem, maar de wil om het op een bepaalde manier te interpreteren”, klinkt het bij hem. “Ik stel vast dat vier deputaties in Vlaanderen hierin meegaan, maar de Antwerpse niet. Ik stel vast dat wanneer creatief gezocht moet worden naar oplossingen voor bedrijven, gedeputeerde Lemmens daartoe bereid is, maar als het gaat over landbouwbedrijven hij vasthoudt aan één rigide interpretatie. Hierdoor zijn de spelregels niet gelijk in de provincies.”
Ook provincieraadslid Wouter Bollansée (Vlaams Belang) gaat niet akkoord met de uitspraken van Lemmens. “Ik vind het ongehoord dat u kabinetten, de Antwerpse oppositie en andere provinciedeputaties als onverantwoordelijk wegzet. In die deputatie zitten ook leden van uw eigen partij”, aldus Bollansée. “Zijn die dan ook onverantwoordelijk? En wat als de tijdelijke buitengebruikstelling juridisch niet aangevochten wordt, en stel dat die uiteindelijk wel overeind zou blijven? Welke verantwoordelijkheid neemt u dan naar de bedrijven waarvan je de tijdelijke buitengebruikstelling hebt ontzegd?”
"Trieste vaststelling"
Landbouworganisatie Algemeen Boerensyndicaat, die de onduidelijkheid in Antwerpen eerder al aankaartte, spreekt van een “trieste vaststelling dat veehouders richting gedwongen afbouw worden geduwd”. “De veehouders die kiezen voor een tijdelijke buitengebruikstelling zijn overwegend kleinere familiale bedrijven. Net voor hen moest dit wat ademruimte creëren om verschillende toekomstscenario’s te overwegen”, aldus Mark Wulfrancke van ABS. Hij vraagt zich af hoe dit besluit rijmt met de Antwerpse landbouwvisie.