Analyse

Hoe realistisch zijn doelstellingen rond een eiwitshift?

Analyse

Tussen de Vlaamse eiwitshift-ambitie en wat er dagelijks op ons bord ligt, gaapt nog een grote kloof. Is die op voldoende tijd te overbruggen of botsen we stilaan op de grenzen van de flexibiliteit van de consument? Wetenschapper Erik Mathijs (KU Leuven) is expert in voedselsystemen en ziet ruimte voor een versnelling. Hoogleraar consumentengedrag Wim Verbeke (UGent) is sceptischer: "Ik heb de indruk dat heel wat consumenten, ook flexitariërs denken: we hebben al ferm afgebouwd, en verder foert, ik eet weer wat ik wil."

Vandaag Jozefien Verstraete
eten maaltijd vlees_unsplash

Vlaanderen wil tegen 2030 de verhouding tussen plantaardige en dierlijke eiwitten in ons voedingspatroon omkeren. Het streefdoel is 60 procent eiwitten uit plantaardige en gemengde voedingsmiddelen en 40 procent uit dierlijke producten. Die ambitie werd vijf jaar geleden vastgelegd in de Vlaamse ‘Green Deal Eiwitshift op ons bord’. Halverwege is er echter weinig vooruitgang zichtbaar. Volgens de recentste meting haalde de Vlaming in 2024 42,6 procent van zijn eiwitten uit plantaardige en gemengde voedingsmiddelen. Waarschijnlijk weinig sportief om nu al te stellen dat Vlaanderen zijn doelstelling niet zal halen, maar drie jaar lijkt toch erg kort om de verhouding nog om te kunnen keren.

Is 2050 haalbaar?

Europese sancties hoeft Vlaanderen bij het missen van die deadline niet te vrezen, we hebben de ambitie zelf vastgelegd. De EU moedigt een verschuiving naar meer plantaardige voeding wel aan, maar legt daarvoor geen algemene 60/40-verhouding of deadline op. Wel wil de EU tegen 2050 klimaatneutraal zijn. Studies die onderzoeken hoe die klimaatdoelstelling haalbaar is, schuiven vaak een eiwitshift naar voren als belangrijk onderdeel van de oplossing. Zou deze langere termijn meer perspectief bieden voor Vlaanderen? Of blijft het ook binnen 25 jaar bijzonder ambitieus om mensen vrijwillig hun eetgewoonten zo ingrijpend te laten veranderen?

Landbouweconoom en voedselsysteem-wetenschapper Erik Mathijs (KU Leuven) acht een verhouding van 60 procent plantaardige en 40 procent dierlijke eiwitten tegen 2050 alvast haalbaar. Daarvoor moeten wel verschillende ontwikkelingen tegelijk in beweging komen. “Als we op elkaar inhakende dynamieken kunnen creëren, geloof ik dat we die 60/40-doelstelling kunnen halen”, stelt hij.

Fundamentele veranderingen in onze eetpatronen verlopen traag, maar er is een verandering en dynamiek gaande

Erik Mathijs - Landbouweconoom en voedselsysteemwetenschapper (KU Leuven)

Daling of plateau?

Enkele jaren gelden bracht Mathijs de evolutie van onze vleesconsumptie in kaart. “Sinds de Tweede Wereldoorlog is de vleesconsumptie sterk gestegen, maar die stijging is de laatste jaren gestabiliseerd. We zien zelfs het begin van een daling. De vraag is of dit een structurele daling is, of eerder het begin van een plateau. Dat kunnen we nog niet zeggen, fundamentele veranderingen in onze eetpatronen verlopen traag, maar er is wel degelijk verandering en dynamiek gaande.”

Wim Verbeke, hoogleraar agro-voedingsmarketing en consumentengedrag aan de UGent, beaamt dat voedingsveranderingen uiterst traag verlopen. Ook hij ziet een daling van de consumptie van vlees en dierlijke eiwitten, maar is minder optimistisch over het verdere verloop. “De daling van de vleesconsumptie is al 25 jaar geleden ingezet, lang voor de eiwitshift dus. Hormonen in rundvlees, de gekkekoeienziekte, dierenwelzijnsproblemen en fraudegevallen waren belangrijke drijfveren hiervan. Voor de coronaperiode was die daling vrij substantieel met gemiddeld 1 kilogram per jaar in de periode van 2010 tot 2020. Sinds corona hebben we dat tempo niet meer gehaald. Toch ligt ons vleesverbruik nog steeds een kwart onder het niveau van eind jaren negentig”, duidt Verbeke.

Ik geloof eerlijk gezegd niet dat duurzaamheid als thema doorslaggevend genoeg zal zijn

Wim Verbeke - Hoogleraar agro-voedingsmarketing en consumentengedrag (UGent)

“We komen al van vrij ver, en de quick wins zijn gerealiseerd. De daling zal niet in hetzelfde tempo doorgaan. Consumenten zijn daar niet meer toe bereid. Voedselveiligheid en dierenwelzijn spelen vandaag minder als drijfveer. Nu moet vooral duurzaamheid mensen overtuigen hun eetgewoonten aan te passen. Ik geloof eerlijk gezegd niet dat dit thema doorslaggevend genoeg zal zijn.”

Flexitariërs over de streep krijgen

Dat ziet Mathijs anders, hij ziet vooral potentieel in één grote middengroep met een open houding. “Er zijn in deze eiwitshift grofweg drie groepen. Aan het ene uiterste staan consumenten die al volop plantaardig eten, aan het andere mensen die nooit te overtuigen zullen zijn om hun eetpatroon te veranderen. Dit zijn de personen die steevast boodschappen brengen zoals ‘Neem onze biefstuk niet af’”, aldus Mathijs. “Voor alle duidelijkheid, de eiwitshift draait niet om een vleesverbod. Ook spelers uit de dierlijke productieketen behoren tot die laatste groep. Zij zijn vanzelfsprekend niet enthousiast over een dalende consumptie van vlees en zuivel.”

Tussen die uitersten ziet Mathijs een grote middengroep die al minder dierlijke eiwitten eet, maar de 60/40-verhouding nog niet haalt. “De flexitariërs”, aldus Mathijs. Bij die groep ziet hij ruimte voor verdere verandering, geholpen door generatieverschillen in eetgewoonten. “Jongeren experimenteren vandaag sneller met keukens waarin vlees een minder centrale plaats inneemt”, aldus Mathijs.

“Er zijn meer en meer jongeren die vandaag in de ban zijn van eiwit- en vleesrijke diëten”, weerlegt Verbeke. Hij ziet in het huidige maatschappelijke klimaat weinig ruimte voor een snellere eiwitshift. “Consumenten hechten vandaag sterk aan hun keuzevrijheid en horen niet graag wat ze wel en niet mogen eten. In onzekere tijden zoeken consumenten houvast in wat ze zelf kunnen bepalen, zoals wat ze eten. Ze verkiezen smaken en voeding die ze gewoon zijn en lekker vinden.”

De tegenreacties zijn volgens hem ook niet te onderschatten. “Ik heb de indruk dat heel wat consumenten, ook flexitariërs denken: we hebben al ferm afgebouwd, en verder foert, ik eet weer wat ik wil. Mensen die terug meer vlees eten vormen geen georganiseerde beweging. Je leest er weinig over in de krant, maar onder de radar leeft het wel. Vandaar mijn aanvoelen dat de daling niet zal versnellen, zelfs dat we stilaan de bodem inzake vleesconsumptie naderen. De vleesconsumptie zal blijven afnemen, maar er zit niet veel rek meer op. Veel mensen eten al één of twee dagen per week geen vlees. Dat waren net die quick wins die leidden tot een groeiende groep flexitariërs. De stap naar drie of vier dagen is groter en lijkt me niet voor de nabije toekomst. Een bijkomende factor is dat veel van de beschikbare alternatieven nog steeds tekortschieten op het vlak van sensorische kwaliteit, bewerking en vaak ook prijs."

Het kantelpunt bereiken is het moeilijkste, maar eens je er bent, kan het snel gaan

Erik Mathijs - Landbouweconoom en voedselsysteem-wetenschapper (KU Leuven)

Wachten op het kantelpunt

Mathijs ziet wel meer rek op de flexibiliteit van de consument, zeker wanneer ook andere ketenpartners volledig overtuigd geraken. “Daarin zijn we al goed bezig. Verschillende grote spelers in de voedingsketen hebben zich inmiddels achter doelstellingen rond de eiwitshift geschaard”, klinkt het. Maar beloftes maken, is iets anders dan ze nakomen tot aan het einde van de meet. Zo hebben supermarkten in alle stilte recent hun beloftes rond het Better Chicken Commitment teruggeschroefd. Al verwacht Mathijs niet dat de eiwitshift-beloftes hetzelfde lot wacht. “Zodra voldoende consumenten uit de middengroep structureel minder dierlijke eiwitten eten, wordt het voor voedingsbedrijven en retailers interessanter om volop in plantaardige voeding te investeren. Een groter en beter aanbod kan vervolgens opnieuw meer consumenten overtuigen”, duidt hij. “Dat kantelpunt bereiken, is het moeilijkste, maar eens je er bent, kan het snel gaan.”

Het draait echt om verschillende ontwikkelingen die in elkaar klikken en versterken

Erik Mathijs - Landbouweconoom en voedselsysteem-wetenschapper (KU Leuven)

Wat kan de omslag boosten?

Om de transitie in de aanloop naar het kantelpunt te versnellen, moet er volgens Mathijs meer financiële ondersteuning komen. Onder meer de budgetten voor sensibilisering zijn volgens hem klein tegenover de reclamebudgetten van grote voedingsbedrijven.

“Daarnaast moet plantaardig eten ook gemakkelijk en lekkerder worden. Er liggen nog veel kansen bij kookboeken bijvoorbeeld. Plantaardige eiwitten moeten er een prominentere plaats in krijgen. Het moet ingeburgerd en het nieuwe normaal worden.”

Maar sensibilisering en kookboeken alleen zullen Vlaanderen geen nieuw eetpatroon doen aannemen. “Het draait echt om verschillende ontwikkelingen die in elkaar klikken en versterken”, verduidelijkt Mathijs. “Aan de producentenzijde moet bijvoorbeeld een omslag komen waarbij men de eiwitshift niet langer als een bedreiging ziet voor bestaande economische activiteiten, maar als een economische opportuniteit. Vlaanderen kan misschien het model van Denemarken volgen waarin ze topexporteur willen worden van plantaardige voeding in de plaats van vlees”

Meer investeringen in onderzoek, innovatie en de ontwikkeling van plantaardige producten kunnen volgens hem een economische motor achter de transitie vormen. “Met voldoende innovatiebudget, creëer je nieuwe opportuniteiten. Veel actoren zullen bereid zijn te veranderen wanneer ze daar ook economische kansen in zien.”

Studies focussen op attitudes tegenover gezondheid, milieu en dierenwelzijn. Alsof economische variabelen geen grote rol meer spelen vandaag

Wim Verbeke - Hoogleraar agro-voedingsmarketing en consumentengedrag (UGent)

Kijk naar de prijs

Verbeke is niet overtuigd. “Meer budget en sensibilisering zullen de bereidheid van consumenten niet zomaar vergroten”, aldus Verbeke. “De consument doet wat die wil. Nog meer pushen, kan zelfs averechts werken”, stelt hij. “Als er één ding is waar Vlamingen weinig aan willen veranderen zijn het eetgewoonten. Tenzij er geen ontkomen aan is, bij voorbeeld omwille van gezondheid of medische redenen.”

Toch sluit Verbeke scenario’s voor een snellere eiwitshift niet uit. Vooral de rol van de prijs verdient volgens hem meer onderzoek in dit thema. “Studies focussen steevast op attitudes tegenover gezondheid, milieu en dierenwelzijn. Alsof economische variabelen geen grote rol meer spelen vandaag. We hebben vandaag nochtans een mooie case: die van rundvlees. Het zou interessant zijn om eens grondig inzicht te krijgen op de gevolgen van de prijsstijging bij rundvlees”, geeft hij aan.

Volgens hem behoren economische prikkels tot de weinige factoren die het consumentengedrag wezenlijk sturen. Al betekent dat niet automatisch dat de overheid een vleestaks moet invoeren om de doelstellingen te halen. “Vandaag betalen we niet de volledige kost van de dierlijke productie. Externe factoren zoals onder meer de impact op het milieu en dierenwelzijn zitten vandaag niet vervat in de prijs. Als die worden meegerekend en veehouders een correctere vergoeding krijgen, zou dat al veel in beweging kunnen zetten.”

Welke eiwitten liggen er morgen op ons bord?
Uitgelicht
Welke eiwitten liggen er morgen op ons bord? Die vraag schotelde VILT voor aan twee ILVO-wetenschappers in een nieuwe aflevering van de podcast ‘Komt het goed met ons eten?’....
27 oktober 2025 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek