Opinie: "We willen meer duurzame gewasbeschermingsmiddelen, maar blokkeren de route ernaar toe"
OpinieNieuwe gewasbeschermingsmiddelen moeten sneller op de Europese markt komen. Hoe sneller die er zijn, hoe minder de landbouw- en industriesector zich moeten vastklampen aan de oude. Dat stelt Eva Van Hende, 'Hoofd regelgeving en duurzaamheid' bij Biotalys, in een opiniestuk. "Er wordt verwacht dat het nog tot 2050 zal duren alvorens het aandeel chemische pesticiden en biopesticiden even groot zal zijn."
Hoe groot is jouw medicijnenkastje? In ons gezin is dat toch een goedgevulde Curverbox. De gezonde mens heeft precies af en toe toch wat hulp nodig. Voor planten die in weer en wind staan of in een vochtige serre groeien, is het dan ook vreemd te verwachten dat ze het telkens op eigen houtje volhouden tot het einde van de teelt. Een goedgevulde kast om plagen te kunnen beheersen, is daarom van groot belang voor de boer(in). Echter, de kast van de Europese boer(in) is ondertussen verontrustend leeg. Daar bestaan twee oorzaken van.
Europa is streng en traag
Enerzijds zijn we de regio die bepaalde bestaande stoffen als eerste (en vaak enige) verbiedt. Zo werden er sinds 2019 zo’n 84 chemische actieve stoffen van de markt gehaald in Europa, waarvan het leeuwendeel van die stoffen vandaag wel toegelaten is in bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Europa is de allerstrengste voor bestrijdingsmiddelen ter wereld.
Anderzijds zijn we ook de allertraagste (7 tot 10 jaar) in het evalueren en toelaten van nieuwe middelen. In diezelfde periode dat 84 chemische actieve stoffen geschrapt werden, is geen enkele nieuwe chemische stof goedgekeurd. Ook heel wat innovatieve middelen zagen in Europa nog geen levenslicht. Zo zijn er nieuwe middelen op basis van peptiden die in de VS ondertussen al vele jaren beschikbaar zijn. Het probleem van de tijdslijn is kolossaal: zelfs als we er in Europa op miraculeuze wijze zouden in slagen om vanaf nu de evaluatietijd te halveren, dan zijn we nog steeds de allertraagste leerling in de wereld.
Wettelijke tijdslijnen worden voortdurend overschreden door de overheid, zonder enige sanctie. Het systeem zit volledig strop
Hoe komt het nu dat we zo traag zijn?
Daar kan je een boek over schrijven, maar in kort zit het als volgt: de vereisten zijn gigantisch, het proces is ultra-complex, en er zijn veel experten en 29 partijen bij betrokken. Ook het het grote publieke debat speelt een rol. Zo'n draak van een proces vraagt een strakke coördinering, maar dit laatste valt duidelijk tegen: dossiers liggen soms jaren stil op bureaus van overwerkte teams voor ze naar de volgende post gestuurd worden
Het gaat over wetenschap, maar ook een gevoelig politiek thema. Enkel door stoffen te verbieden, kan je applaus oogsten bij het grote publiek. Als je als wetenschapper-ambtenaar de taak op je bord krijgt om het risico van een stof in kaart te brengen, is het steeds een veilige keuze om extra vragen of zelfs bijkomende studies op te vragen aan de uitvinder of producent, alvorens jouw besluit op papier te zetten. En dat gebeurt dan ook, veelvuldig, met de gekende gevolgen op de tijdslijnen van de evaluatie. Wettelijke tijdslijnen worden zo voortdurend overschreden door de overheid, zonder enige sanctie. Het systeem zit volledig strop.
De vereisten zijn zo ontspoord in Europa, dat slechts enkele innovators nog het geld en de moed bijeen harken om eraan te beginnen
Nieuwe schoenen
En zo is de Europese boer(in) dus de pineut: die verliest bestaande stoffen, sneller dan de collega’s in andere continenten, maar nieuwe komen er veel trager bij.
Als we uit deze impasse willen geraken, moeten we een manier vinden om de nieuwe generatie middelen sneller in de handen van de boer(in) te krijgen.
En daar knelt het schoentje: oude én nieuwe gewasbeschermingsmiddelen vallen onder dezelfde Europese wetgeving. Ze moeten door dezelfde overbelaste teams worden geëvalueerd en gestemd. Wie dus ijvert voor nog strengere eisen voor de klassieke chemische pesticiden, verhoogt automatisch ook opnieuw de drempel voor de duurzamere alternatieven. Die vereisten, tijdslijnen en kosten zijn echter ondertussen zo ontspoord in Europa, dat slechts enkelingen van de innovators nog het geld en de moed bijeen geharkt krijgen om eraan te beginnen. En dat is zo’n zonde.
In Brazilië zijn ondertussen meer dan 600 gewasbeschermingsmiddelen met een lage impact ter beschikking. Door bijna de helft van de boeren worden ze ook gebruikt. Want zo gaat dat, eens we nieuwe schoenen hebben, zijn de oude niet meer zo interessant. Maar je doet toch ook je oude niet weg alvorens je nieuwe hebt? We hebben variatie en diversiteit nodig, zeker ook in het medicijnenkastje van de boer(in). Wereldwijd hebben biopesticiden een marktaandeel van slechts 5 procent. Er wordt verwacht dat het nog tot 2050 zal duren alvorens het aandeel chemische pesticiden en biopesticiden even groot zal zijn. Oud en nieuw zullen dus nog even hand in hand moeten gaan.
Caesar is overal
De kans dat jij meer dan 80 jaar wordt in Vlaanderen, is ondertussen vrij waarschijnlijk. Dat heeft onder andere te maken met het gezonde, gevarieerde en betaalbare voedsel dat we zonder schimmels en andere plagen drie keer per dag op ons bord krijgen. Dat succes is mede te danken aan bestrijdingsmiddelen. Ook al kan het anders aanvoelen, de kans dat je sterft aan de gevolgen van pesticiden is bijzonder klein. Wellicht sterf je aan teveel zout, suiker of vet in je eten, of te weinig beweging. En ook al zitten er inderdaad sporen van pesticiden op onze appel: het kan echt geen kwaad. Jouw appel mét schil is veel gezonder dan zonder. Dat heeft Europa zeer strikt berekend en gecontroleerd.
Lieven Scheire rekende het uit: elk glas water, waar ter wereld je dat ook opschept, bevat ongeveer 100 moleculen water die uit Caesar gevloeid zijn toen hij stierf. “Caesar is overal”, zo zei hij. Dat iedereen die zijn slaapkamerstof of persoonlijk biologisch afval laat analyseren daarin dus sporen van een pesticide terugvindt, hoeft dus ook niet perse te verwonderen. Het kan geen kwaad, het is bangmakerij.
De weg naar vernieuwing
Mijn oproep naar mensen die actief zijn in dit thema en opstaan voor een beter leefmilieu is dan ook om volop te strijden voor snellere evaluatie voor innovatieve, duurzame middelen. Hoe sneller er nieuwe middelen zijn, hoe minder de landbouw en industrie zich moeten vastklampen aan de oude. De strijd tegen de gevaarlijkste pesticiden in Europa is ondertussen al enkele jaren gestreden. Petities om de oude nog strenger te reguleren, doen meer kwaad dan goed. Hoe contradictorisch het ook klinkt: in dit geval staat de strijd tegen het oude, het nieuwe in de weg.
Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.
De auteur
Eva Van Hende is 'Hoofd regelgeving en duurzaamheid' bij Biotalys. Biotalys is een agritechbedrijf dat biologische bestrijdingsmiddelen ontwikkelt. De middelen zijn gebaseerd op eiwitten die ontworpen zijn om plagen gericht aan te pakken.