nieuws

Onderzoek in vleesketen: "Voedselverlies draait niet alleen om afval, maar ook om verloren waarde"

nieuws

Het beperken van voedselverliezen in de vleesketen vraagt om meer dan het vinden van nieuwe toepassingen voor bijproducten. Het vereist een evenwicht tussen voedselveiligheid, naleving van regelgeving, consumentenverwachtingen, technische haalbaarheid en economische leefbaarheid. Bovendien is het belangrijk om vast te stellen dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen voedselverspilling en het verlies van commerciële waarde. Dat is de conclusie van een Europees onderzoeksproject.

Vandaag

Binnen het Europese Breadcrumb-project onderzochten de vleessectorpartners FEBEV en FENAVIAN en de Europese vereniging van de pluimveevleessector AVEC, samen met deelnemende vleesverwerkende bedrijven, hoe regelgeving, markteisen en technische beperkingen de waardecreatie binnen de vleesketen beïnvloeden. Door wetenschappelijke analyse te combineren met praktijkgerichte industriële casestudy's bracht het project in kaart waar waarde verloren gaat, waarom dit gebeurt en welke opportuniteiten bestaan om de valorisatie van producten en nevenstromen te verbeteren.

Onnodig waardeverlies beperken

Eén van de belangrijkste bevindingen van het project is dat waardeverlies niet noodzakelijk gelijkstaat aan voedselverspilling. Producten kunnen perfect veilig, voedzaam en geschikt voor menselijke consumptie blijven. Toch kunnen ze commerciële waarde verliezen omdat ze niet langer voldoen aan klantspecificaties, marketingstandaarden of vereisten van kwaliteitssystemen. Een product dat niet meer voldoet aan de eisen van een premiumsegment kan bijvoorbeeld nog steeds worden geconsumeerd, maar wordt verkocht in een marktsegment met een lagere toegevoegde waarde.

Het onderscheid tussen voedselverspilling en economische declassering is daarom van groot belang, blijkt uit het project. Initiatieven rond voedselverspilling richten zich vaak op het vermijden dat producten de voedselketen verlaten. “Minstens even belangrijk is echter het beperken van onnodig waardeverlies en het behouden van producten op hun hoogst mogelijke valorisatieniveau”, klinkt het.

Eén van de meest uitgebreide regelgevende kaders

De vleessector opereert binnen één van de meest uitgebreide regelgevende kaders van de voedingsindustrie, aldus het onderzoek. Voedselveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn en kwaliteitsvereisten zijn geïntegreerd in alle schakels van de productie. Deze waarborgen zijn essentieel om consumenten te beschermen en het vertrouwen in de voedselketen te behouden.

“Tegelijkertijd beperken deze vereisten soms de mogelijkheden om producten, die niet langer aan bepaalde commerciële verwachtingen voldoen, een alternatieve bestemming te geven””, luidt het. Opportuniteiten voor upcycling en alternatieve valorisatie moeten volgens de onderzoekers steeds worden bekeken binnen een kader dat in de eerste plaats gericht is op het beschermen van de volksgezondheid en diergezondheid. Officiële veterinaire controles spelen hierin een centrale rol. Daarnaast beïnvloeden marketingstandaarden, classificatiesystemen, lastenboeken en klantenspecificaties mee hoe producten worden gecommercialiseerd en gewaardeerd.

Het Breadcrumb-project bracht deze regelgevende, technische en commerciële factoren systematisch in kaart en identificeerde kritische beslissingsmomenten waar waarde verloren kan gaan. “Hierdoor ontstaat een beter inzicht in de mechanismen die valorisatie beïnvloeden en in de mogelijkheden om deze verder te optimaliseren”, duidt Michael Gore, die het project vanuit FEBEV nauw opvolgde.

Casestudy: van vleessnippers tot hampoeder

Om de uitdagingen en opportuniteiten rond valorisatie beter te begrijpen, ontwikkelde het project verschillende praktijkgerichte casestudy's binnen deelnemende bedrijven. Eén van deze casestudy's richtte zich op de productie van gekookte ham. Tijdens het snij- en verpakkingsproces ontstaan vleessnippers die vaak moeilijk aan hun hoogste potentiële waarde kunnen worden gevaloriseerd. Binnen het project werd onderzocht of deze nevenstroom kan worden verwerkt tot hampoeder als alternatieve valorisatieroute.

De casestudy toonde aan hoe innovatie nieuwe mogelijkheden kan creëren om grondstoffen optimaal te benutten, zonder afbreuk te doen aan voedselveiligheid of kwaliteitsvereisten. Daarnaast keek men ook naar de perceptie en acceptatie van dergelijke toepassingen door consumenten. Aangezien succesvolle valorisatie niet alleen afhangt van technische haalbaarheid, maar ook van marktacceptatie.

Circulariteit is ingebed in de sector

Het project benadrukte ook een realiteit die in het publieke debat soms onderbelicht blijft: de vleessector kent vandaag reeds een hoge mate van circulariteit. Producten en bijproducten die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie worden vaak ingezet in andere waardevolle toepassingen. Denk aan diervoeding, voedermiddelen, farmaceutische producten, cosmetica, biomaterialen en technische toepassingen. “Al decennialang zoekt de sector actief naar afzetmogelijkheden voor producten en nevenstromen die anders verloren zouden gaan. Deze aanpak weerspiegelt zowel economische noodzaak als verantwoord grondstoffenbeheer, stelt Gore.

Toch blijft de hoogste vorm van valorisatie de productie van voedsel voor menselijke consumptie. “Vanuit zowel duurzaamheids- als economisch oogpunt is het belangrijk dat dierlijke eiwitten gedurende het volledige productieproces hun hoogst mogelijke waarde behouden”, klinkt de motivatie. Daarom moet maximaal worden ingezet op het behouden van producten binnen de humane voedselketen. Waar declassering onvermijdelijk is, moet worden gestreefd naar een zo hoog mogelijke terugwinning van waarde via alternatieve toepassingen.

Naar een duurzamer en efficiënter voedselsysteem

“Met dit project wordt aangetoond dat het beperken van verliezen in de vleesketen om meer vraagt dan het vinden van nieuwe toepassingen voor bijproducten. Een evenwicht tussen voedselveiligheid, naleving van regelgeving, consumentenverwachtingen, technische haalbaarheid en economische leefbaarheid zijn daarbij nodig”, concludeert Gore uit het project. Door het onderscheid te maken tussen voedselverspilling en economische declassering, door inzicht te geven in waar waarde verloren gaat en door innovatieve valorisatieroutes te onderzoeken, draagt het project volgens hem bij aan een duurzamer, efficiënter en veerkrachtiger voedselsysteem.

“De centrale vraag is uiteindelijk niet alleen hoeveel voedsel verloren gaat, maar ook hoeveel waarde behouden blijft. Het maximaal behouden van waardevolle dierlijke eiwitten binnen de humane voedselketen moet daarbij het uitgangspunt blijven. Dat inzicht zal essentieel zijn bij de verdere ontwikkeling van duurzame voedselketens in Europa”, luidt het tot slot.

Gered van de vuilnisbak: ondernemers zien steeds meer kansen in kadavers en afvalstromen
Uitgelicht
Bij de Amerikaanse multinational Darling Ingredients, het moederbedrijf van Rendac, Sonac en Ecoson, groeit de belangstelling voor biovergisting. Directeur Sebastian Feyten ve...
20 december 2024 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek