Aardappeloverschot als fastfood voor meelwormen, maar regels houden het tegen
nieuwsZijn er nog afzetkanalen die momenteel niet benut worden om aardappelen kwijt te raken? Ja, zo blijkt. “Meelwormen worden vandaag nog niet ingezet”, vertellen onderzoeksters Lotte Frooninckx en Isabelle Noyens van de Thomas More Hogeschool. “Ze zijn nochtans een mooi voorbeeld van circulaire bio-economie. Maar ondernemers die ermee aan de slag willen, botsen op regelgeving die niet is afgestemd op insecten.”
Een weetje om mee uit te pakken bij je volgende frituurbezoek: gefermenteerde aardappelresten zijn voor meelwormen pure fastfood. Het is het ideale voeder om hen vet te krijgen, met nog steeds een hoog eiwitgehalte. “Vervolgens kan uit de meelwormen een heldere, zuivere olie worden geëxtraheerd die als grondstof dient voor diverse toepassingen”, vertelt Lotte Frooninckx. “Denk aan hydraterende cosmetica, maar ook aan smeer-, ontvettings- of schoonmaakmiddelen. Twee kilogram aardappelen kan in combinatie met droogvoer 1,5 kilogram meelwormen produceren.”
Toch is er vandaag niemand die aardappeloverschotten opkoopt bij boeren om er meelwormen op los te laten. Frooninckx en Noyens halen de ongebruikte opportuniteit aan om een hiaat in de huidige regelgeving aan te kaarten. “Er is al veel onderzoek naar insecten geweest, praktisch alles is al in kaart gebracht. Maar de drempels om er echt mee aan de slag te gaan, zijn nog niet weggewerkt”, luidt het.
Gebrek aan verbindend algemeen kader
“Insecten en reststromen zijn de perfecte combinatie voor circulaire bio-economie. Vlaanderen beschikt vandaag al over de nodige kennis, ervaring en technologie om van die afvalberg hoogwaardige grondstoffen te maken”, vertelt Frooninckx. “We hebben alles in huis om de brug te slaan tussen ondernemers, consumenten en beleid.”
Maar die brug blijkt vandaag niet de verschillende partners te verbinden. “Er is een verstikkende en tegenstrijdige regelgeving die deze innovatie in de weg staat”, klinkt het. “De regelgeving is niet gemaakt voor kleine pioniers, en al zeker niet voor pioniers van insecten. Daar hebben we tientallen voorbeelden van. Een klassieker zijn de emissieregels bij de vergunningsprocedures. Er zijn bijvoorbeeld geen standaardwaarden voor emissies bij insecten. Aangezien het een vereiste is om te weten hoeveel ammoniak een productie teweeg zal brengen, is het voor de vergunningverlenende instanties moeilijk om zonder bewijs een vergunning te verlenen. Dan wordt er vaak gekozen voor de veiligste optie en geraken de enthousiaste starters niet verder.”
“Ze botsen vaak op administraties die niet goed weten hoe ze met deze vorm van landbouw om moeten. De wetgeving is niet gemaakt voor insecten”, gaat Froonickx verder. “Een ander voorbeeld hiervan is de omzetting van een reststroom naar een diervoeder voor insecten. Daar zijn heel veel randvoorwaarden voor. Eén daarvan is de track-en-traceregel. Zo hebben we in een vorige studie onderzocht of we de producten die overtijd zijn in supermarkten konden gebruiken als voeding voor insecten. Dit leek perfect te werken. Administratief was dit echter verre van perfect, want alle producten die in de diervoeding zitten, moeten traceerbaar zijn. Een heus werk aangezien het over een zeer flexibele stroom gaat met telkens andere producten en hoeveelheden.”
Veerkracht bij de pioniers
Toch hebben we enkele pioniers die zich niet laten doen. “Ondanks alle moeilijkheden zijn er nog steeds ondernemers die trekken en sleuren. Ze geloven erin en willen het ook waarmaken”, klinkt het. Ook de pioniers die er ondertussen niet meer zijn, mogen in de bloemetjes gezet worden, vindt Frooninckx. “Mede dankzij hen is er veel kennis opgedaan.” Voor diegene die vandaag wel nog bezig zijn, hoopt ze dat er binnenkort een regelgevend kader komt dat de transitie naar een circulaire bio-economie mogelijk maakt. “Als we meer lokale grondstoffen willen gebruiken, moeten we ook durven te pushen om insecten als afzetkanaal te gebruiken. In het kader van duurzaamheidsdoelstellingen zijn met insecten verworven grondstoffen een hefboom naar een betere, eerlijke maatschappij met respect voor onze planeet."
Bron: Eigen berichtgeving / De Standaard