Sojaproject ImPuls kent overweldigende start: "De rassen zijn er, nu nog opschalen"
ReportageNiet in Ecuador, wel in Eeklo hebben leerlingen van College ten Doorn een hectare soja ingezaaid. Het tropisch gewas zal bloeien op een akker van de Huysmanhoeve, en misschien mee het startschot geven van een sojarevolutie. De inzaai maakt immers deel uit van een grootschalig sojaproject: ImPuls van landbouwonderzoekscentrum ILVO. 50 kandidaat-landbouwers konden zich voor elk één hectare inschrijven. “De interesse was dubbel zo groot als het aantal plaatsen, we hebben veel deelnemers moeten weigeren”, klinkt het bij ILVO.
Ten Doorn-studenten Jasper Rademaker en Mike Vercauteren offerden hun vrije woensdagmiddag op om de laatste zaden in het bijzijn van de pers en gedeputeerde Joke Schauvliege (cd&v) in de grond te steken. De locatie was geen toeval, want de Huysmanhoeve is naast een trekpleister als Plattelandscentrum ook een bakermat voor landbouwinnovatie in Oost-Vlaanderen. “De hoeve was één van de eerste waar koeien automatisch werden gemolken”, zegt Schauvliege.
Uitdagingen overwonnen
De inzaai van soja in België leek lang een moeilijke zaak. Ons klimaat is niet bepaald Braziliaans, en onze bodem mist traditioneel de bodembacteriën die cruciaal zijn om de plant te laten groeien. Een uitdaging die dankzij eerdere veldproeven is overwonnen. Door de zaden te inoculeren met de bodembacterie rhizobium kunnen de plantjes zelfs in Belgische grond overleven. “Soja is heel afhankelijk van bacteriële stikstof”, zegt Margo Vermeersch van ILVO. “Deze bacterie neemt stikstof op uit de lucht en geeft ze af aan de plant. We hebben deze bodembacteriën in België gezocht en gevonden. Nu hebben we onze Belgische, lokale bacteriën voor soja en lokale, Belgische rassen.”
Hoewel de teelt zich nog wel degelijk in een nichefase bevindt, is er volgens Vermeersch potentieel voor een bredere adoptie. “Maïs is ook klein begonnen”, zegt ze.
“Technisch zijn we er nu wel, wat maakt dat we de landbouwers goed kunnen begeleiden”, zegt Vermeersch nog. “De vraag is nu vooral: eens we de soja hebben, waar gaan we er dan mee naartoe? Het is geen product zoals kikkererwt dat je bijna kant-en-klaar kan aanbieden aan de consument. Soja heeft extra stappen nodig, en daar wringt het schoentje momenteel. Maar we hebben al heel wat bedrijven gevonden met interesse om lokale bonen af te nemen.”
Op naar de grote volumes
Opschaling is hoe dan ook cruciaal. De 50 hectare in België is volgens de onderzoekers een mooi begin. “Te kleine volumes zijn voor afnemers minder interessant”, zegt Vermeersch.
Drie hectare soja onder het ImPulsproject ligt in het Meetjesland, tien elders in Oost-Vlaanderen, de rest is over België verdeeld. Landbouwdochter en ILVO-onderzoeker Nicky Verstrynge volgt de zaken mee op. “Sommige landbouwers zijn zelfs iets groter gegaan dan de ene hectare voorzien voor het project”, zegt ze. “Wij vergoeden maar tot die ene hectare, voor hun ‘overschot’ hebben ze natuurlijk afzet buiten het project.”
“Vorige projectjes op proefvelden waren kleiner en vooral een zoektocht naar geschikte rassen voor ons Belgisch klimaat”, zegt Verstrynge nog. “Nu werken we echt naar afzet toe.”
De eerstkomende dagen zijn spannend. Want hoewel veel in handen ligt van het weer, zal een goede of slechte oogst bepalend zijn om het enthousiasme bij landbouwers aan te wakkeren. “Je mag maar weinig gebruiken als spuitproduct, dus onkruid wordt een uitdaging”, zegt Verstrynge. “Maar belangrijkst van al is de vogelafweer, tenminste bij opkomst. Vogels eten heel graag deze plantjes als ze jong zijn, dus het is cruciaal om ze af te schrikken. Zodra de plantjes twee centimeter hoog staan, blijven de vogels ervan af.”
Al bij al vallen de uitdagingen voor sojateelt wel mee. “Je moet er geen speciale machines voor aankopen”, meldt Nicky Verstrynge nog.
Onze nieuwe dagelijkse kost?
Hoewel veel landbouwers soja vooral kennen als krachtvoer, is een belangrijke afzetketen voor deze teelt de humane consumptie. Naast sojascheuten zijn ook de hippe, felgroene edamameboontjes afkomstig van de sojaplant. Peulvruchten zijn eiwitrijk, en dat is eens zo waar voor soja: de bonen kunnen tot 45 procent proteïne bevatten. “De afzetprijs voor humane voeding ligt natuurlijk ook hoger, dus uiteraard zal je daar als landbouwer op mikken”, zegt Sandra Leroy van ILVO.
College ten Doorn uit Eeklo is fier om deel uit te maken van het project. “We zijn superblij dat we via dit project leerkansen kunnen geven aan onze leerlingen”, zegt coördinator Lieven Cauwels. “We zijn in omschakeling naar een agro-ecologische schoolhoeve. We vinden het dus belangrijk dat dit een innovatieve teelt is. En als school die niet altijd heel veel centjes heeft, is het een goede keuze dat we onze bestaande machines kunnen inzetten voor deze nieuwe teelt. We hebben ingezaaid en kunnen aan mechanische onkruidbestrijding doen. We hebben niet veel nood aan loonwerk.”
In september organiseert de school bovendien een info-avond, niet alleen voor landbouwers of leerlingen, maar voor iedereen die over soja wenst te leren. “De oogst is in oktober. We willen een deel gebruiken als voer voor ons extensief vleesvee”, zegt domeincoördinator Sofie Baeyens. “We gaan ook kijken welke stappen daarvoor nodig zijn en onze kennis delen met andere landbouwers. En bovendien willen we kijken naar humane consumptie. Daarvoor zullen we ook kookworkshops organiseren met het Plattelandscentrum.”
Bron: Eigen berichtgeving
Beeld: VILT