"Als China exporteur van het nieuwe vlees wordt, kantelt de wereldmarkt"
nieuwsChina heeft eerder laten zien hoe snel een mondiale markt kan kantelen: zonnepanelen, batterijen, elektrische auto's,... Wat begon als strategische achterstand, werd door staatssturing, goedkope financiering, schaal, technologie en geduld omgezet in industriële overmacht. In The Financial Times schrijft Adam Tooze dat het niet ondenkbaar is dat hetzelfde nu met voedsel zal gebeuren.
China importeert soja, veevoer, vleesgrondstoffen en eiwitten op wereldschaal. Vroeger uit noodzaak, inmiddels als tegenbalans voor zijn functie als fabriek van de wereld. De Verenigde Staten en Brazilië hebben hun landbouwexport mede gebouwd op de Chinese honger naar dierlijke eiwitten. Maar daar zit de kwetsbaarheid die Beijing niet langer wil accepteren in de geopolitiek onrustige wereld die het nieuwe normaal is geworden.
Voedsel als strategisch wapen
Een land dat zichzelf als grootmacht ziet, wil niet afhankelijk blijven van de akkers, havens en geopolitieke grillen van anderen. Voedsel is voor China geen sector, maar veiligheidspolitiek. Onder president Xi Jinping staat voedselzekerheid naast energie en financiën in het rijtje harde nationale belangen. De oorlog in Oekraïne, verstoringen in aanvoerketens en de spanning met de Verenigde Staten hebben die reflex alleen maar versterkt. Landen die een wapen van energie maken, zullen dat ook doen met voedsel. Daarom moet China minder afhankelijk worden.
Hightech-voedselproductie
China wil niet terug naar klassieke zelfvoorziening. Daarvoor heeft het te weinig landbouwgrond per hoofd, te weinig water en te veel vraag naar hoogwaardige eiwitten. Maar China kan voedsel gaan behandelen zoals het land groene energie heeft aangepakt. Als een technologisch-industrieel project dat draait om hightech-productie. Gebaseerd op genetisch aangepaste maïs en soja, fermentatie-eiwitten, veevoeradditieven, precisievoeding, kweekvlees, alternatieve eiwitten, datagedreven ketens en staatsbanken die de opschaling financieren.
Van importeur naar exporteur
Als het land erin slaagt boeren te vervangen door geïntegreerde fabriekssystemen en nutriënten aan te voeren en recycleren, kan China zich van klant tot leverancier ontwikkelen. In dat geval zal eerst de vraag naar soja dalen. Daarna kan China efficiënter vlees, zuivel, eieren, vis en vooral nieuwe eiwitten produceren. Uiteindelijk kan het land niet alleen zijn eigen afhankelijkheid verminderen, maar ook een concurrerende leverancier worden van betaalbaar, industrieel geproduceerd nieuw vlees voor de rest van de wereld. Dan kantelt de wereld. Exporterende landen die dachten dat China hun eeuwige groeimarkt was, moeten nieuwe kopers vinden.
Europa moet zich afvragen of het straks, na zonnepanelen en batterijen, ook zijn voedseltechnologie uit China haalt. Voedselzekerheid wordt in die wereld niet bepaald door graanvoorraden, maar door de vraag wie de techniek, schaal en het kapitaal heeft om het efficiëntste eiwitvoedselsysteem van morgen te bouwen. Tot voor kort had de EU de beste technische kaarten.
Bron: Foodlog