Analyse

Bezorgt El Niño de wereldwijde landbouw een dubbele mokerslag?

Analyse

Terwijl de wereldwijde kunstmestcrisis de landbouw al onder druk zet, loert een nieuwe bedreiging om de hoek. Het weerfenomeen El Niño verhoogt de komende maanden in verschillende landbouwregio's de kans op extreme weersomstandigheden. Voor sommige landen dreigt daardoor een dubbele klap. Europa lijkt daarbij grotendeels gespaard te blijven, maar de gevolgen voor de wereldwijde voedselproductie en voedselprijzen zullen ook hier voelbaar zijn.

Vandaag Jozefien Verstraete
tractor droog droogte_unsplash

Zeestromingen spelen een belangrijke rol in ons weer en klimaat. Dat geldt ook voor El Niño. Bij dit weerfenomeen zorgen veranderingen in de windpatronen ervoor dat het oppervlaktewater in het oostelijke deel van de Stille Oceaan warmer wordt dan normaal. Die opwarming verstoort weerpatronen, vooral in gebieden rond de evenaar. Het kan leiden tot extreme droogte of juist uitzonderlijk hevige regenval. Doorgaans duurt een El Niño negen tot 12 maanden en doet het zich gemiddeld om de twee tot zeven jaar voor. De meest recente vond plaats in 2023-2024 en behoorde tot de vijf krachtigste ooit gemeten. Wereldwijd zijn er toen tal van temperatuurrecords gesneuveld.

De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) en het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie meldden onlangs dat er 80 procent kans is dat zich tussen juni en augustus opnieuw een El Niño zal ontwikkelen. En ook nu ziet het er naar uit dat het fenomeen de wereldwijde temperatuur naar een recordhoogte zal stuwen. “De kans is groot dat het een zeer krachtig gebeurtenis wordt, mogelijk zelfs een uitzonderlijke”, stelt JRC. Omwille van de verwachte intensiteit duikt intussen de term ‘Super El Niño’ op.

“Het lijkt er inderdaad op dat het een krachtige zal worden”, licht klimaatexpert Pieter Boussemaere toe. “Maar het is niet de eerste keer dat we met een zogenaamde 'Super El Niño' te maken krijgen.”

Boussemaere helpt alvast nog een andere misvatting de wereld uit: onze huidige hittegolf is niet het gevolg van El Niño. “Europa ligt niet alleen te ver van het epicentrum om daar nu al de gevolgen van te ondervinden. El Niño begint zich nu pas te ontwikkelen en de gevolgen voelt men doorgaans pas enkele maanden later. De piek wordt begin november verwacht. In Europa zouden we eventuele piekeffecten dus pas tegen februari kunnen opmerken.”

In onze regio vertaalt een El Niño zich doorgaans in een iets zachtere en nattere periode tussen januari en maart

Pieter Boussemaere - Klimaatexpert

Van extreme droogte tot hevige regenval

De impact van elke El Niño laat zich niet altijd overal op dezelfde manier voelen en hangt erg af van de kracht van het fenomeen. “In onze regio vertaalt een El Niño zich doorgaans, maar lang niet altijd, in een iets zachtere en nattere periode tussen januari en maart”, zegt Boussemaere.

De grootste impact wordt meestal gevoeld in gebieden rond de ongewoon warme wateren van de Stille Oceaan. In landen als Australië, Indonesië, de Filipijnen en grote delen van Afrika zorgt El Niño vaak voor drogere omstandigheden dan normaal. Extreme droogte en bosbranden kunnen hier grote problemen vormen.

Aan de andere zijde van de Stille Oceaan zorgt El Niño vaak voor het tegenovergestelde effect. Landen als Peru en Ecuador, maar ook delen van het zuidwesten van de Verenigde Staten, krijgen geregeld af te rekenen met uitzonderlijk veel neerslag. Dat kan leiden tot verwoestende overstromingen.

Het fenomeen gaat ook vaak gepaard met zwakkere moessonregens in India, terwijl het zuidwesten van de Verenigde Staten juist meer winterregen ontvangt. Voor de periode van juni tot augustus worden in grote delen van deze gebieden sowieso al bovengemiddelde temperaturen verwacht.

ENSO_report_map_impacts

“Bereid je voor op El Niño, de verwoestende gevolgen zullen alle verwachtingen overstijgen’ waarschuwde António Guterres, Secretaris-Generaal van de VN deze maand nog. De WMO riep intussen overheden en humanitaire organisaties op zich tijdig voor te bereiden op de mogelijke gevolgen voor klimaatgevoelige sectoren zoals de landbouw, de gezondheidszorg en de energie- en watervoorziening.

Fluctuaties in de landbouwproducties

De verwachte 'Super El Niño' dreigt de landbouwproductie in verschillende belangrijke landbouwregio's tegelijk onder druk te zetten. “Er worden gevolgen voor de gewasproductiviteit verwacht in grote delen van de wereld, zoals Sub-Sahara Afrika, India, China, Australië en Brazilië”, aldus JRC. De prijs van durumtarwe baart het onderzoekcentrum zorgen. “De wereldprijzen zullen naar verwachting stijgen naarmate El Niño zich verder ontwikkelt.” Ook voor maïs wordt een lichte prijsstijging verwacht, al is daar meer onzekerheid over. Voor sojabonen en harde rode wintertarwe voorspelt het JRC dan weer een prijsdaling.

Door de hogere kunstmestprijzen wordt het voor landbouwers moeilijker om hun opbrengsten op peil te houden, terwijl de gevolgen van El Niño de productie tegelijk onder druk zetten

De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties

Extra vuur olie op het vuur

Naast de extremere weersomstandigheden dreigt voor veel landbouwers nog een tweede probleem. De ontwikkeling van El Niño valt samen met een periode waarin kunstmeststoffen fors duurder zijn geworden en voor sommige landen zelfs moeilijk beschikbaar zijn. Daardoor wordt het voor boeren moeilijker om hun opbrengsten op peil te houden, net op het moment dat droogte, hittestress en watertekorten de productie onder druk zetten. Tegelijk stuwen hogere energieprijzen de kosten voor voedseltransport en andere essentiële landbouwactiviteiten de hoogte in.

In een recent rapport stelt de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) dat haar "grootste zorg" vooral ligt in die combinatie van de El Niño en de marktdruk als gevolg van de crisis in het Midden-Oosten.

Tweede dubbele schok voor landbouwmarkten

Het zou niet de eerste keer zijn dat landbouwers met een dubbele schok worden geconfronteerd. Na de Russische inval in Oekraïne in 2022 kwam de wereldwijde aanvoer van kalium- en fosfaatmeststoffen onder druk te staan. Kort daarna ontwikkelde zich ook een El Niño. Toen daalde de productie van verschillende basisgewassen ook.

“Er waren toen wel verzachtende factoren”, merkt J.P. Morgan op, één van de grootste financiële instellingen van de wereld. “De wereldwijde tarweproductie bleef relatief stabiel dankzij sterke oogsten in onder meer de Verenigde Staten en India, die de verliezen in Australië en China compenseerden.” Voor rijst en cacao lag dat anders. De export uit India en delen van equatoriaal Afrika kreeg zware klappen. India voerde zelfs exportbeperkingen in om de binnenlandse bevoorrading van rijst veilig te stellen.

Volgens economen van J.P. Morgan dreigt de impact deze keer toch anders te zijn. De landen die het kwetsbaarst zijn voor productieverliezen door El Niño behoren namelijk ook tot de grootste afnemers van meststoffen uit het Midden-Oosten. Bovendien heeft de oorlog aanzienlijke schade toegebracht aan gasinfrastructuur en kunstmestinstallaties in de regio.

Volgens J.P. Morgan kan het nog tot vier jaar duren voordat de kunstmestproductie opnieuw op volle capaciteit draait. Ook het bouwen van nieuwe kunstmestfabrieken biedt op korte termijn geen uitweg voor de aankomende El Niño , aangezien de engineering en vergunningsprocedures veel tijd vergen.

“Tijdens de vorige crisis konden andere regio's bovendien nog een deel van de landbouwproductieverliezen opvangen”, luidt het nog. “Maar als die regio's zelf worden geconfronteerd met hogere inputkosten, kan het moeilijk worden om deze keer toch een evenwicht te vinden in de markt.”

Schermafbeelding 2026-06-23 190212

Kwetsbare landen en landbouwfamilies

De gevolgen zullen wereldwijd voelbaar zijn als El Niño zwaar toeslaat en de kunstmestcrisis lang aanhoudt. Maar sommige landen staan er slechter voor dan anderen. Volgens WMO en FAO loopt Thailand het grootste risico om getroffen te worden door de samenloop van omstandigheden. Daarna volgen Indonesië en de Filipijnen Ze maken veel kans op confrontatie met extremere weersomstandigheden en zijn tegelijk sterk blootgesteld aan de indirecte gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten, zoals hogere kosten voor brandstof, meststoffen en transport.

Voor landen die vandaag al in een zeer kwetsbare positie verkeren, kan die dubbele schok zelfs catastrofale gevolgen hebben. In Oost-Afrika worden tegen eind 2026 bijvoorbeeld verdere oogstverliezen verwacht als gevolg van El Niño. “De landbouw in Soedan en Zuid-Soedan is door de aanhoudende conflicten al zwaar ontwricht, waardoor grote delen van de bevolking nu al met ernstige voedselonzekerheid kampen", waarschuwt FAO. "Maar ook in de buurlanden zonder gewapend conflict worden landbouwers geconfronteerd met opeenvolgende droogtes en hoge inputkosten.”

Wanneer die druk verder toeneemt, dreigen gezinnen hun toevlucht te nemen tot noodmaatregelen zoals zelf minder eten, schulden aangaan, kinderen van school halen of migratie op zoek naar een inkomen. De FAO waarschuwt dan ook voor een mogelijke humanitaire crisis in verschillende regio’s ten gevolge van El Niño.

Zes op tien Amerikaanse landbouwers zien inkomen wegzakken
Uitgelicht
De financiële druk op Amerikaanse landbouwers neemt toe. 58 procent ziet zijn situatie verslechteren tegenover vorig jaar. Dat blijkt uit cijfers van de American Farm Bureau F...
4 mei 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek