nieuws

Dit voorspellen OESO en FAO voor de landbouw tegen 2035

nieuws

Elk jaar onderzoekt de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) hoe de wereldwijde landbouw en de voedselmarkten zullen evolueren in de komende tien jaar. Dat doet de organisatie jaarlijks samen met Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Dit zijn vijf voorspellingen om te onthouden uit hun nieuwste vooruitblik.

Vandaag Jozefien Verstraete
koeien methaan

1. Het gemiddelde landbouwinkomen zal met negen procent stijgen.

Tegen 2035 zal het gemiddelde bruto landbouwinkomen per landbouwer naar verwachting met negen procent stijgen. De groei zou volledig te danken zijn aan productiviteitswinsten, aangezien productiekosten zullen blijven en landbouwprijzen in reële termen grotendeels stabiel zullen blijven.

Ondanks de basisprognose van negen procent, is er ook één kans op vier dat het inkomen lager zal liggen dan vandaag. Daarom moeten beleidsmaatregels volgens de OESO en de FAO inzetten op weerbaarheid en diversificatie, zodat landbouwers de negatieve gevolgen van risico's beter kunnen opvangen.

De wereldwijde groei van negen procent verhult ook grote regionale verschillen en uiteenlopende groeitempo's. Het inkomen van landbouwers in lage-inkomensregio's in Sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië zal slechts beperkt stijgen. “De kleinschalige zelfvoorzieningslandbouw is er sterk arbeidsintensief, weinig gemechaniseerd en heeft slecht beperkte toegang tot markten”, luidt de reden.

De hoogste productie per landbouwer wordt gerealiseerd in Noord-Amerika, West-Europa en Oceanië. Landbouwbedrijven in deze regio's bewerken doorgaans grote oppervlakten en maken gebruik van sterk gemechaniseerde productiesystemen. “Hoewel dat de productiviteit verhoogt, maakt het deze bedrijven ook kwetsbaar voor liquiditeitsproblemen, aangezien landbouwinkomsten van nature sterk kunnen schommelen”, luidt het.

2. Een beperkte uitbreiding van het landbouwareaal en de veestapel is noodzakelijk. Hierdoor zal de landbouwuitstoot in de veehouderij toenemen, maar niet in de EU.

Hoewel productiviteitswinsten de komende tien jaar het grootste deel van de groei van de landbouwproductie zullen dragen, blijft volgens de FAO en OESO ook een beperkte uitbreiding van het landbouwareaal en de veestapel noodzakelijk. Tegelijk zal ook de groeiende wereldbevolking moeten gevoed worden.

Ondanks efficiëntiewinsten zal daardoor de landbouwuitstoot van broeikasgassen naar verwachting met 6,5 procent toenemen. Ongeveer 77 procent van die extra uitstoot zal afkomstig zijn van de groeiende veestapel. De overige 23 procent wordt toegeschreven aan een groter gebruik van kunstmeststoffen dat leidt tot een hogere uitstoot van lachgas. Europa is de enige regio waar de uitstoot ten gevolge van de veestapel zal dalen (-8%), vooral omdat de veestapel in de Europese Unie afneemt.

“De wereldwijde beleidsuitdaging bestaat erin de duurzame productiviteitsgroei te versnellen en technologische achterstanden weg te werken. Zo kan de uitstoot trager toenemen of zelfs dalen ten opzichte van het huidige niveau”, klinkt het.

3. Zuidoost-Azië zal tegen 2035 naar schatting instaan voor 39 procent van de wereldwijde groei in voedselconsumptie.

De bevolkingsgroei in Zuidoost-Azië zal de vraag naar voedsel verder doen toenemen. Tegelijk zullen urbanisatie en stijgende inkomens in de regio en andere middeninkomenslanden ervoor zorgen dat consumenten vaker kiezen voor vlees, zuivel, vis en andere dierlijke producten.

In rijkere landen zal overconsumptie waarschijnlijk verder blijven bestaan, ondanks maatschappelijke initiatieven om gezondere voedingspatronen te stimuleren. Lage-inkomenslanden zullen daarentegen achterop blijven op vlak van voedselzekerheid.

4. De vleesconsumptie zal blijven groeien, maar minder snel dan de voorbije tien jaar. China zal ook de wereldwijde vleesmarkt hertekenen.

De wereldwijde vleesconsumptie per persoon zal tegen 2035 volgens de prognoses met ongeveer 0,7 kilogram toenemen. Daarmee komt de gemiddelde consumptie uit op bijna 30 kilogram per persoon. Vergeleken met het voorgaande decennium zal het groeitempo echter meer dan halveren.

In hoge-inkomenslanden zullen de vergrijzing, hogere prijzen voor rood vlees en de groeiende aandacht voor gezondheid, milieu en dierenwelzijn de verdere groei van de vleesconsumptie afremmen. In lage- en middeninkomenslanden zal de vleesconsumptie per persoon wel toenemen.

De veranderende rol van China op de wereldwijde vleesmarkt zal volgens de FAO en OESO de internationale handelsstromen ook hertekenen. Tegen 2035 zal de Chinese invoer van rundvlees met een half miljoen ton toenemen. Tegelijk daalt het aandeel van China in de wereldwijde vleesimport doordat het land steeds meer zelfvoorzienend wordt in varkensvlees. Daarnaast zal China naar verwachting meer pluimveevlees uitvoeren naar nieuwe afzetmarkten, dankzij competitieve prijzen en het voldoen aan de invoereisen van handelspartners.

5. Ondanks geopolitieke spanningen, zullen voedselprijzen op lange termijn stabiel blijven.

De OESO en FAO zien geen structurele stijging van de internationale landbouwprijzen. De prijzen zullen in reële termen waarschijnlijk stabiel blijven of zelfs iets onder het huidig niveau liggen. Dit vooruitzicht is gebaseerd op aanhoudende productiviteitsgroei en geen abnormale weersomstandigheden. Dit betekent echter niet dat prijsschommelingen voor kortere periodes uitgesloten zijn door oorlogen, droogtes of andere schokken.

Bezorgt El Niño de wereldwijde landbouw een dubbele mokerslag?
Uitgelicht
Terwijl de wereldwijde kunstmestcrisis de landbouw al onder druk zet, loert een nieuwe bedreiging om de hoek. Het weerfenomeen El Niño verhoogt de komende maanden in verschill...
23 juni 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek