Slechts twee landen volgen Europees verbod op couperen varkensstaarten. Hoe doen ze het?
ReportageAl sinds 2003 verbiedt de Europese Unie om routinematig varkensstaarten te couperen, maar in de meeste Europese landen – waaronder België - gebeurt het nog steeds. De sector ziet dit immers als de eenvoudigste manier om staartbijten te voorkomen. Omdat Europa het verbod in 2030 van kracht wil zien bij alle landen, rijst de vraag hoe dit verzoenbaar is met grootschalige veehouderij. Vilt nam een kijkje op Heikkilä Farm nabij de Finse stad Turku. Naast Zweden is Finland de enige EU-lidstaat waar het EU-verbod op het afsnijden van varkensstaarten wordt gerespecteerd.
Kinderen zullen een varken altijd met een krulstaart tekenen, maar dat komt niet overeen met de realiteit. In Vlaanderen en nagenoeg elk EU-land worden biggenstaarten systematisch gecoupeerd. De Europese en Belgische wetgeving verbieden dit, maar de sector maakt massaal gebruik van een uitzonderingsregel die stelt dat couperen mag als laatste redmiddel, wanneer andere, minder invasieve maatregelen tegen staartbijten zijn geprobeerd.
In praktijk vindt de sector het heel moeilijk om staartbijten te voorkomen. Varkens die zich vervelen sabbelen of bijten op elkaars staart, wat kan lijden tot infecties en gezondheidsproblemen die groter zijn dan wanneer men de staart van bij de geboorte wegknipt. Dat is ook de reden waarom vele EU-landen en Vlaanderen op de rem staan om de staartenwet hard te maken, want een direct verbod op couperen zonder een aanpassing van de houderij, zou het dierenleed weleens kunnen vergroten.
Wat zijn de alternatieven?
Al in 2008 noemde dierenwelzijnsspecialiteit dr. Marc Bracke van de Wageningen Universiteit WUR staartbijten “één van de grootste welzijnsvraagstukken in de hedendaagse varkenshouderij.”
“De huidige ‘oplossing’, het couperen van de staart, wordt gezien als net zo welzijnsonvriendelijk als het staartbijten en is zeker géén duurzame oplossing voor de toekomst”, stelt hij.
Nochtans heeft de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) twee decennia geleden al belicht dat een intacte staart lang niet de grootste risicofactor is voor staartbijten. Een hoge bezettingsgraad is dat opvallend genoeg ook niet. Beiden zijn relevant, maar onvoldoende hokverrijking, een gebrek aan lang stro en een leefruimte die uitsluitend uit roostervloeren bestaat zijn volgens EFSA veruit de grootste risicofactoren.
Finland verzoent grootschaligheid met lange staarten
Dit brengt ons bij het Finse Heikillä Farm, een bedrijf dat propageert de ‘gelukkigste varkens van Europa’ te kweken. Dit is voor de duidelijkheid geen kleinschalig bedrijfje gericht op de enkeling die bereid is duurder vlees te kopen in ruil voor extra dierenwelzijn, maar een rendabele en grootschalige varkenssite met 25 werknemers en een productie van 100.000 biggen per jaar.
Hoe ze het doen? Door alle EFSA-risicofactoren effectief aan te pakken. De dieren leven kortbij elkaar, maar ze beschikken over stro en speelmateriaal. De biggen krijgen daglicht en de grote kraamhokken bieden extra bewegingsruimte. De dieren blijven effectief gezond: de sterftegraad bij zeugen ligt onder de vier procent. Dat is vrij weinig. In Vlaanderen bedragen de percentages van uitval vijf tot tien procent doodgeboren biggen, tien tot vijftien procent uitval in de kraamstal en één tot vier procent uitval in de biggenstal. Volgens ILVO bereiken veel biggen in Vlaanderen de leeftijd van tien weken dus niet.
Hoe verwachten we dat de Mercosurlanden zich aan onze regels houden, als wij het zelf niet doen?
De weg naar dit soort bedrijfsvoering was voor de 59-jarige varkensboer Timo Heikkilä echter niet met rozen bezaaid. Hoewel hij fier is op zijn bedrijf, voelt hij zich gefrustreerd dat de spelregels in Finland strenger zijn dan elders. “We hebben nooit begrepen waarom niet iedereen in de EU zich aan dezelfde wetten moet houden”, zegt hij. “Hoe verwachten we dat de Mercosurlanden zich aan onze regels houden, als wij het zelf niet doen?”
Reputatie van de sector gered
Toch zij hij zijn bedrijf niet anders willen runnen. “Veebedrijven in andere landen hebben een slechte reputatie. Je ziet kinderen van varkensboeren die gepest worden. Activisten die je stallen binnenbreken om te filmen. Zulk negativisme hebben we niet meer in Finland. We hebben het respect van bevolking gewonnen, want ze begrijpen nu hoe ons vak in elkaar zit, en dat we het beter doen dan vele andere landen.”
De staarten zijn voor Heikkilä ook een goede graadmeter om te zien hoe het met zijn biggen gaat. “Een hond die blij is, die kwispelt. Bij varkens is het net hetzelfde. Als hun staart languit hangt, is het ongelukkig. Staat hun staart in een krul, dan zijn ze gelukkig.”
Heikillä geeft wel toe dat het couperen van varkensstaarten een goedkopere route had geweest om staartbijten te voorkomen. “Het kost een beetje meer. Maar een deel van de gemaakte kosten krijgen we terug via beter dierenwelzijn en een betere biologische kwaliteit van de dieren.”
Geen stikstof-, maar fosforcrisis
Niet alleen op vlak van dierenwelzijn, maar ook op klimaatvlak wil Heikkilä vooruitstrevend zijn. Soja wordt zoveel mogelijk geweerd. De dieren krijgen vooral eiwit binnen via gerst en in mindere mate via aardappelen en tarwe. “Maar deze eiwitbronnen zijn duur, dus experimenteren we nu met restproducten uit de visverwerkingsindustrie.”
Geen minister van Landbouw meer in Denemarken
5 juni 2026Omdat het bedrijf zich bevindt in een gevoelige visserijzone, is mest wel een uitdaging voor het bedrijf. Om fosforuitspoeling naar de zee te vermijden scheidt Heikillä de vaste en vloeibare fracties van zijn mest. Het grootste deel van het fosfor bindt zich aan de vaste fractie, terwijl het stikstof grotendeels in de vloeibare fractie achterblijft. “Dit heeft 10 keer meer stikstof dan fosfor. Dat mogen we gebruiken op onze fosforrijke bodems”, zegt Heikillä. Finland bevindt zich voor de duidelijkheid niet in een stikstofcrisis zoals België en Nederland, maar fosfor is er wel een probleem.
Niet concurrentieel in Europa
Zowel op het niveau van klimaat als dierenwelzijn zou Heikillä een meer uniforme regelgeving willen zien in Europa. Want hoewel zijn vlees geleefd is bij de Finnen, voelt hij de gevolgen van een scheve concurrentiedruk. “We kunnen door onze werkwijze qua prijs niet opboksen tegen Denemarken, dat volop gaat voor efficiëntie. En dat heeft gevolgen. Finse varkenshouders produceren enkel vlees voor de Finnen. Deense varkenshouders produceren voor heel de wereld. Ze zetten volop in op efficiëntie, en zijn dus ook goedkoper.”
In de supermarkt ligt er vlees in de rekken dat ik zelf niet zou mogen produceren
Hoewel Heikkilä zich frustreert in de Deense 'oneerlijke' concurrentie, is het wel relevant om te weten dat ook dit land versneld komaf wil maken met staartcouperen. De nieuwe Deense regering zet in op een forse krimp van de varkensstapel en wil enkel nog produceren voor eigen land.
Maar of het nu gaat om Denemarken, België of Duitsland: landen die het Europese verbod op staartcouperen aan hun laars lappen, zijn voor Heikkilä qua prijszetting niet te beconcurreren. “In de supermarkt ligt er vlees in de rekken dat ik zelf niet zou mogen produceren”, zegt hij. “Moest ik te werk gaan als de landen die hun vlees in onze rekken leggen, dan was dat illegaal.”
Bron: Eigen berichtgeving
Beeld: Atria / Vilt