Zijn speeltjes of net genetica grootste factor voor staartbijten? “Wij hebben het er grotendeels uit gefokt”
ReportageTegen 2030 wordt het systematisch couperen van varkensstaarten effectief verboden in alle Europese landen. Eigenlijk is dit al verboden sinds 2003, maar voorlopig geldt er een gedoogbeleid. Dat komt door moeilijkheden bij staartbijten, waarbij varkens elkaar kwetsen. Om in regel te zijn met staartbijten adviseren specialisten om varkens te voorzien van recreatief materiaal zoals balletjes en vers stro. “Onzin”, vindt varkensboer Neel Gorssen uit het Limburgse Kaulille. In zijn bedrijf worden varkens gangbaar gehouden, zonder stro en mét lange staarten. Staartbijten komt er amper voor. “Dit gedrag heeft niets met speeltjes te maken, wel met genetica. We hebben het er grotendeels uit gefokt.”
Neel Gorssen runt samen met echtgenote Liesbet Berger en zoon Jan een gesloten varkensbedrijf met zo’n 260 zeugen, en fokt zelf piètrain eindberen voor VPF. Een gangbaar varkensbedrijf met standaardhokken zonder stro en als speeltje enkel een ketting met bijtringen. Voorzieningen als deze zouden volgens de aanbevelingen van de Europese autoriteit EFSA niet voldoende zijn om staartbijten te voorkomen, maar toch is het de familie Gorssen gelukt. Een wandeling door de varkenshokken toont hoe deze dieren nauwelijks ooit kwetsuren aan de staarten hebben opgelopen.
“Ik ben geen halve zachte”, zegt Gorssen. “Ik ben een jager en ik ben een visser. Maar ik wil dat een dier goed behandeld wordt, en wat niet nodig is, is niet nodig. Castreren heeft een nut, een staart couperen niet. Dus we zijn ermee gestopt. Het gaf veel extra werk mee en we waren het beu.”
"Couperen is vaak economisch noodzakelijk"
Evident was deze keuze niet. “Het is heel logisch dat varkenshouders massaal kiezen voor couperen. Want breng je een dier naar het slachthuis en heeft het een bijtwonde op de staart, dan wordt het geweigerd. Economisch gezien is het vaak noodzakelijk om te couperen.”
Dat slachthuizen varkens met aangebeten staarten weigeren, is geen keuze van de slachthuizen zelf, bevestigt Michael Gore van vleesfederatie Febev. “Het is een wettelijke verplichting dat dieren met aangebeten staarten niet op transport mogen”, zegt Gore. “Dus zelfs al zouden we ze willen aanvaarden, dan nog zou de producent worden beboet.”
Slecht gedrag uitkweken
Gorssen is erin geslaagd om varkens met intacte staarten groot te brengen, zonder de aanbevelingen van EFSA te volgen. Volgens hem worden varkenshouders op een dwaalspoor gezet om staartbijten te voorkomen. “Verveling bij de biggen heeft er niets mee te maken”, zegt hij. “Vergelijk het met mensen: niet elk kind dat zich verveelt zal zijn vriendjes slaan. Zo'n gedrag is aangeboren en kan je er dus ook uit kweken. Onderzoek door het Centrum voor Huisdiergenetica van KULeuven, dat gebeurd is op vraag van VPF, heeft aangetoond dat er voldoende genetische variatie in de piètrain-populatie is om hierop te selecteren. Onze resultaten bewijzen dit nu.”
Volgens Gorssen is er geen link tussen stalverrijking en staartcouperen. “Dat kan sowieso voorkomen. Soms zal een varken zich zelfs laten bijten omdat een eerder opgelopen wonde jeukt. Bovendien heeft een ongeknipte staart bij een volwassen dier vaak een kwastje dat andere varkens kan verleiden ermee te spelen. En dat zullen ze doen, of er nu ander speelgoed in de stal ligt of niet.”
Stalmanagement en gerichte fok
Het staartbijtplan van Gorssen omvat meerdere elementen. Zo houdt hij de biggen van één worp zoveel mogelijk hun hele leven lang samen in een hok. “Ik geloof dat je staartbijten sneller zal zien bij biggen die elkaar niet kennen”, zegt hij. “Hun eigen familie zullen ze minder snel kwetsen. Zit er een probleemgeval tussen, dan wordt dat trouwens snel duidelijk. Meestal begint dat gedrag tussen de 15 en 25 kg. Als een big dan nog niet aan staartbijten doet, zal dat op latere leeftijd waarschijnlijk ook niet gebeuren.”
Een andere grote pijler is genetische selectie bij de piètrain eindberen. Als een beer moeilijke biggen oplevert, dan vermijdt hij het dier nog te gebruiken. “Dit is volgens mij de grootste factor, waarmee we het merendeel van het staartbijten op ons bedrijf hebben kunnen oplossen. Aan de zijde van de vermeerderingszeugen ligt dat moeilijker. We doen wel eigen opfok, maar zijn afhankelijk van de selectie van de fokkerij-organisaties.”
Daarom is de familie Gorssen ook gaan experimenteren met zeugenrassen. Van oudsher gebruiken ze enkel kruisingen met landrassen. “De laatste jaren gebruiken we Zwitsers landras in de kruising, en dat gaf duidelijk een verbetering ten opzichte van de landrassen van andere fokkerij-organisaties.”
“Wellicht heeft het ermee te maken dat voor hun thuismarkt in Zwitserland de staart couperen al lang verboden is”, vult zoon Jan aan. “De welzijnseisen zijn daar nog strenger en het is logisch dat dit zichtbaar wordt in de selectie.”
"Wat we doen, is niet overal haalbaar"
Een EFSA-bijtfactor waar Gorssen het wel mee eens is, is het stalklimaat. “Bij extreem weer zal staartbijten zeker vaker voorkomen”, zegt hij. “Als je bijvoorbeeld de vloerverwarming te lang laat opstaan, geeft dat problemen. Maar wat geen factor lijkt, zijn de vloeren. We merken geen verschil tussen onze stallen met bolle vloeren en de stallen met volrooster vloeren.”
Gorssen hoopt dat zijn bevindingen verder worden onderzocht, maar verduidelijkt dat zijn inzet op genetica niet voor elke varkenshouder haalbaar is. “We willen zeker niet de indruk geven dat alle varkenshouders kunnen doen wat wij doen. Wij noteren bij elke opzet van biggen de geboortedatum en de gebruikte beer, en dat kan omdat we eigen beren hebben en vrij kleinschalig werken. Wij kunnen aan nakomelingenonderzoek doen, maar bij grote varkensbedrijven is dat niet zo evident.”
Oplossing ligt niet bij individuele varkenhouder
De kwestie van de varkensstaarten moet volgens Gorssen niet enkel worden opgelost op het niveau van de varkenshouder. De grote fokkerij-organisaties moeten mee in het bad. Moest Europa verplichten dat alle verhandelde fokdieren intacte staarten hebben, dan geloof ik dat het merendeel van deze problematiek wordt opgelost.”
Maar wat zegt de wetenschap over de bevindingen van Gorssen? In academische kringen is de genetische factor van staartbijten relatief onbekend terrein. Het landbouwonderzoekscentrum ILVO heeft recent zijn meerjarig ‘Varkstaart’-onderzoeksproject rond staartbijten afgerond en deelt binnenkort de resultaten, maar genetica als factor is hier niet onderzocht. “Rond de genetische piste heeft ILVO nog geen onderzoek gedaan, al weten we wel dat bepaalde rassen hier inderdaad meer of minder aanleg voor hebben”, zegt ILVO-woordvoerder Nele Jacobs. “We hopen financiering te vinden om die piste ook te kunnen onderzoeken.”