Onderzoek toont kloof tussen wat landbouwers vragen en wat beleid levert
nieuwsEr gaapt een kloof tussen de brede waaier aan bezorgdheden van landbouwers die in 2024 internationaal op straat kwamen en de beleidsmaatregelen die daarop volgden. Dat blijkt uit een studie die de individuele motieven van landbouwers in vier landen in kaart bracht. Opvallend is dat milieumaatregelen en de beleidsreacties prominent aanwezig waren in het debat, terwijl ze in geen enkel onderzocht land de meest genoemde klacht vormden van landbouwers. Het verzet tegen milieuregels groeide uit tot een symbolisch strijdpunt, strategisch versterkt door politieke partijen en belangengroepen.
Met scherpe slogans en veel zichtbaarheid kwamen landbouwers in heel Europa begin 2024 op straat. In zowel nationale als Europese boerenprotesten maakten ze aan het brede publiek duidelijk dat de onvrede in de sector zeer diep zat. Door de diversiteit aan bezorgdheden werd het debat al snel teruggebracht tot een beperkt aantal dominante grieven, zowel door Europese landbouwkoepelorganisatie Copa-Cogeca als door de media.
Een team van zes onderzoekers toont nu aan dat beleidsmakers vooral op die gegeneraliseerde onvrede reageerden, en minder op de concrete motieven die landbouwers zelf naar voren schoven. Een vaak aangehaald thema in discussies was bijvoorbeeld dat landbouwprijzen te laag zijn om een eerlijk inkomen te garanderen. “Onze bevindingen bevestigen deze zorg bij Franse en Belgische landbouwers, maar niet bij Duitse en Nederlandse landbouwers”, klinkt het. Ook concurrentie van goedkope import en milieumaatregelen werden frequent genoemd in media. Hoewel dit thema in alle vier de landen opdook, was het nergens de meest genoemde klacht.
Individuele beweegredenen in kaart gebracht
De onderzoekers brachten de individuele protestmotieven van landbouwers in Duitsland, Frankrijk, België en Nederland in kaart. De motieven werden verzameld via een open vraag, om te vermijden dat respondenten in een bepaalde richting werden gestuurd via antwoordopties. Gemiddeld gaven de landbouwer 2,4 verschillende redenen aan waarom ze op straat kwamen. Belgische landbouwers vermeldden gemiddeld het grootste aantal argumenten.
De resultaten tonen dat verschillende thema’s terugkeerden in alle landen. Dat geldt voor bureaucratie, regelgeving, financiële druk, gebrek aan toekomstperspectief, oneerlijke marktvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. De dominante protestredenen verschilden echter per land en onderwerpen kregen vaak ook een eigen nationale invulling. Zo uitte beleidsontevredenheid zich in Duitsland en België vooral als kritiek op de nationale regering, terwijl Franse landbouwers hun pijlen vaker op het Europese beleid richtten.
Grootste frustratiebron verschilt per land
In Duitsland was bureaucratie de meest vernoemde klacht (53%). En hoewel het Duitse boerenprotest oorspronkelijk werd uitgelokt door besparingen op landbouwdiesel en een belasting op landbouwmachines, behoorde die financiële druk niet tot de drie meest genoemde klachten. Het werd slechts in 28 procent van de antwoorden genoemd. In Frankrijk domineerde financiële druk dan wel weer. In 53 procent van de Franse antwoorden kwam deze klacht terug. De Franse media hadden het ook heel vaak over milieumaatregelen, maar die speelden opvallend minder een rol bij de landbouwers zelf. In Nederland was beleidsontevredenheid (52%) de voornaamste klacht. Daarna volgden maatschappelijke kritiek en algemene onvrede (beide 33 procent).
Belgische landbouwers uitten breedste waaien aan klachten
De onderzoekers stelden voor België een breed spectrum aan klachten vast, de ontevredenheid viel niet te herleiden tot één dominante frustratie. Financiële druk werd in 53 procent van de antwoorden genoemd, maar ook regelgeving kwam met 49 procent bijna even vaak terug als klacht. Volgens de onderzoekers is het opvallend dat er bij de klacht van financiële druk geen verschillen zijn naargelang bedrijfsomvang of productiesysteem. “Dit wijst erop dat het een breed gedragen probleem is”, klinkt het. De onderzoekers wijzen er wel op dat in de steekproef veel grotere bedrijven zaten. Over het algemeen verdienen Belgische landbouwers wel gemiddeld minder dan de Duitse en Nederlandse landbouwers, maar gemiddeld net iets meer dan hun Franse collega’s.
Andere klachten bleken dan weer vrij specifiek voor België te zijn. Zo kwamen een gebrek aan toekomstperspectief (44%), klachten over milieu-, dierenwelzijn- en klimaatmaatregelen (43%) en beleidsontevredenheid (42%) erg naar voren. Deze werden gevolgd door bureaucratie, maatschappelijke kritiek en oneerlijke marktvoorwaarden.
In ons land kregen financiële druk, milieu en bureaucratie elk aanzienlijke beleidsaandacht. Regulering en toekomstperspectief kregen relatief minder aandacht. Nochtans beschouwden Belgische landbouwers deze thema’s als belangrijk, met respectievelijk 49 procent en 44 procent van de antwoorden.
Milieumaatregelen prominent bij beleid, maar niet bij landbouwers
Overkoepelend zagen de onderzoekers dat enkele kernklachten, zoals bureaucratie en financiële druk, zowel nationaal en Europees beleidsmatig vrij snel werden opgepikt. “Dit ondersteunt de stelling dat samenhangende eisen effectiever zijn in het afdwingen van beleidsverandering en dat brede steun de kans op succes vergroot”, besluiten de onderzoekers.
Tegelijk zien de onderzoekers ook een mismatch tussen de grieven en het beleid. Hoewel landbouwers milieubeperkingen doorgaans minder belangrijk vonden dan andere thema’s, kregen deze maatregelen relatief veel beleidsaandacht. “Dat suggereert dat beleidsmakers mogelijk onevenredig sterk inzetten op het versoepelen van milieuregels, ondanks het feit dat bevraagde landbouwers daar relatief weinig nadruk op legden”, aldus onderzoekers.
Verzet tegen milieuregels strategisch uitvergroot
Volgens de onderzoekers groeide de oppositie tegen milieuwetgeving uit tot een symbolisch strijdtoneel, onder andere omdat het een verbindend narratief is tussen de diversiteit aan klachten. De focus op milieubeperkingen past ook in strategische framing van het debat. “Hierdoor verschuift de aandacht onder meer van andere, mogelijk fundamentelere kwesties, zoals de herverdeling van GLB-steun, naar wie die het meest nodig heeft”, stellen de onderzoekers. “Een thema dat sommige belangengroepen, die grotere landbouwbedrijven vertegenwoordigen, liever vermijden.” Ook politieke partijen spelen hier doelbewust op in. Partijen die klimaatbeleid scherp bekritiseren, kunnen zo aanhaken bij het landbouwverhaal en hun eigen agenda versterken.
Minder agressieve woede dan de media doen vermoeden
Naast de inhoud analyseerden de onderzoekers, met behulp van artificiële intelligentie, ook de emotionele toon van de landbouwers. Geërgerde boosheid bleek de dominante emotie bij landbouwers in Duitsland, Frankrijk en Nederland. Belgische landbouwers formuleren hun protestredenen het vaakst in een neutrale toon. Opvallend is dat agressieve woede minder vaak voorkomt dan mediabeelden van boze landbouwers en acties doen vermoeden. Volgens de onderzoekers mobiliseerden populistische actoren selectief agressieve woede om boerenprotesten in te passen in bredere rechtse narratieven.
Wanneer agressieve woede voorkomt, richt die zich meestal op bredere en algemenere klachten, die moeilijker via afzonderlijke maatregelen kunnen worden opgelost. Optimisme kwam dan weer nauwelijks voor. En ook verdriet en angst werden slechts sporadisch geuit.
Niet goed luisteren houdt frustratie in stand
“Beleidsmakers vallen vaak terug op kant-en-klare of gemakkelijker implementeerbare oplossingen, ook wanneer die niet volledig aansluiten bij de grieven van landbouwers”, concluderen de onderzoekers. “Huidige beleidsmaatregelen volstaan daardoor mogelijk niet om frustraties te verminderen, en kunnen zelfs nieuwe politieke en economische neveneffecten uitlokken.” Volgens de onderzoekers kunnen de geïdentificeerde motieven daarom bijdragen aan effectiever beleid.