Hete en droge zomer weegt op ondernemersvertrouwen van landbouwers
nieuwsRuim driekwart van de Vlaamse land- en tuinbouwers heeft de afgelopen zes maanden problemen ondervonden als gevolg van het extreme weer. Het weer was dan ook één van de grootste belemmeringen voor hun bedrijfsvoering, gevolgd door overheidsmaatregelen. Daardoor beoordelen ze hun economische situatie het laatste halfjaar als negatiever dan de zes maanden daarvoor. Dat blijkt uit de halfjaarlijkse conjunctuurindex van het Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij.
Elke zes maanden wordt aan 600 landbouwers uit het Landbouwmonitoringsnetwerk gevraagd om de landbouw-conjunctuurenquête in te vullen. Die peilt naar de economische situatie van hun bedrijf de voorbije zes maanden en naar hun verwachtingen voor de komende zes maanden. Verkoopprijzen, productie, belemmeringen en investeringen neemt de enquête mee in de beoordeling. Dit wordt omgezet naar een index die kan gaan van 0 (alle landbouwers zeer negatief) tot 200 (alle landbouwers zeer positief).
Lichte stijging, maar op laag niveau
Afgelopen september vulden 470 landbouwers de enquête in en daaruit blijkt dat de landbouwconjunctuur op een relatief laag niveau blijft, al is de index wel licht gestegen (van 75 naar 79). Dat is vooral te danken aan een positievere inschatting van de economische toestand in de komende zes maanden, want de deelnemende boeren evalueerden de periode maart tot september 2026 niet zo positief.
Vooral de weersomstandigheden wogen zwaar door: 78 procent van de landbouwbedrijven signaleerde problemen als gevolg van het extreme weer. De aanhoudende hitte en droogte, met drie hittegolven in juni, juli en augustus, leidden tot hogere sterftecijfers bij dieren en zorgden voor kwaliteitsproblemen bij gewassen, wat in verschillende sectoren resulteerde in lagere opbrengsten.
Daarnaast speelden aanhoudende geopolitieke spanningen de landbouwers parten. Onder meer de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten zorgen internationaal voor hogere prijzen van graan, energie, transport en kunstmest. Toch viel er ook goed nieuws te rapen, want in verschillende sectoren was de prijsvorming gunstiger dan tijdens de vorige bevraging.
Verschil tussen sectoren
Akkerbouw
Binnen de landbouwsectoren verbeterde het vertrouwen enkel in de akkerbouw en de melkveehouderij. Na de recordoogsten en lage aardappelprijzen van 2025 werd het aardappelareaal teruggeschroefd, waardoor landbouwers rekenen op een gunstigere marktsituatie. Voor granen compenseren hogere marktprijzen gedeeltelijk de lagere opbrengsten als gevolg van de droogte. Ook de wereldmarkt voor suikerbieten vertoont tekenen van herstel. Dit deed de conjunctuurindex voor de akkerbouwsector stijgen van 64 naar 72.
Melkvee
Melkveehouders verwachten dat de melkprijs opnieuw zal aantrekken na een zwakke eerste helft van 2026. Na de hoge melkprijzen van de voorgaande jaren kwam de zuivelmarkt onder druk te staan door een ruim aanbod op de internationale markt en een afzwakkende vraag naar zuivelproducten. Daardoor kwam de melkprijs in de eerste helft van dit jaar onder druk te staan. Dat had een negatieve impact op de rendabiliteit van de melkveebedrijven. Voor de komende maanden wordt verwacht dat de melkprijs zich zal herstellen. De conjunctuurindex voor deze sector steeg van 64 naar 77.
Varkens
In de varkenshouderij blijft het vertrouwen onder druk staan door exportbeperkingen richting China en de uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen in Spanje. Die heeft geleid tot bijkomende onrust op de markt. Hoewel de Europese varkensstapel verder afneemt, blijft de prijsvorming onzeker. Deze combinatie van lagere prijzen, hoge kosten en onzekerheid over de internationale afzetmarkten heeft ervoor gezorgd dat de conjunctuurindex in de varkenssector stevig daalde: van 81 naar 66. Daarmee heeft de varkenssector de laagste index van alle deelsectoren.
Vleesvee
De hoogste is weggelegd voor de vleesveesector, al daalde die wel van 98 naar 93. Na 2025 bleef ook in 2026 de rundvleesmarkt relatief gunstig. Het beperkte aanbod van runderen in België en de EU blijft de belangrijkste verklaring voor deze stevige prijsvorming. De structurele afname van de rundveestapel in verschillende EU-lidstaten leidt immers tot een lager aanbod van slachtrijpe dieren. Toch lijkt de sterke opwaartse prijstrend van de voorbije jaren stilaan af te vlakken. Ook de productiekosten, de onzekerheid rond milieuwetgeving en de impact van weersomstandigheden blijven aandachtspunten.
Openluchtgroenten
Binnen de tuinbouwsectoren zijn de vooruitzichten vooral verbeterd bij de openluchtgroenten en de sierteelt onder glas. Producenten van openluchtgroenten rekenen op een betere prijsvorming, omdat het areaal van verschillende gewassen afnam. Toch hadden ze zwaar te lijden onder de weersomstandigheden, vooral bedrijven met beperkte irrigatiemogelijkheden ondervonden hinder van de droogte. Ondanks deze uitdagingen overheerst toch een voorzichtig optimisme waardoor de conjunctuurindex toch steeg van 73 naar 80.
Groenten onder glas
De index voor telers van groenten onder glas daalde van 89 naar 80. De marktsituatie in deze sector werd de voorbije maanden in belangrijke mate bepaald door de tomatenteelt. De hitte veroorzaakte er problemen bij de vruchtzetting, wat leidde tot kwaliteitsverlies. Naar het najaar toe normaliseerde de marktsituatie, maar de productievolumes blijven lager dan in voorgaande jaren. De hogere prijzen konden niet verhinderen dat de rendabiliteit onder druk blijft staan door productieverliezen, kwaliteitsproblemen en aanhoudend hoge productiekosten.
Sierteelt onder glas
In de sierteelt onder glas blijven de afzetmogelijkheden en prijzen relatief gunstig, ondanks de impact van de droogte. Dat zorgde meteen voor een grote sprong in de index: van 67 naar 84. Toch blijven de structurele uitdagingen in de sector groot, bijvoorbeeld de hoge energie- en transportkosten, een voorzichtige consumentenvraag en de sterke afhankelijkheid van exportmarkten.
Fruit
Een stabiele productie, onzekere prijsverwachtingen en kwaliteitsverliezen door de extreme weersomstandigheden zorgen voor een licht dalende conjunctuurindex voor de fruittelers (van 76 naar 73). Al is de situatie voor de appelteelt minder rooskleurig dan voor de perenteelt. Appeltelers werden de afgelopen zes maanden geconfronteerd met een moeilijke marktsituatie door een ruime Europese oogst en een overaanbod, wat de prijsvorming onder druk zette. Dit jaar wordt de oogst veel lager ingeschat. Voor perentelers was de prijsvorming gunstiger, maar ook daar is er weinig sprake van afzetgroei.
Grootste belemmeringen: het weer en de overheid
Het aandeel land- en tuinbouwers dat de afgelopen zes maanden minstens één belemmering heeft ondervonden, stijgt in het najaar van 2026 van 78% naar 92%. Daarmee bereikt het aandeel het hoogste niveau sinds de start van de bevraging in 2007. De stijging is vrijwel volledig toe te schrijven aan een sterke toename van de aan het weer gerelateerde problemen. Het aandeel landbouwers dat hiervan hinder ondervond, neemt toe van 15% naar 78%. De droge en warme weersomstandigheden tijdens de zomer van 2026 speelden hierbij een belangrijke rol.
Daarnaast kampen landbouwers ook met belemmeringen door overheidsmaatregelen. Het aandeel ervan daalde licht naar 40 procent, maar het blijft de op één na meest vermelde uitdaging. Veehouders vermelden de overheidsmaatregelen vaker als belemmering dan akkerbouwers of tuinbouwers. De onzekerheid rond milieuwetgeving, stikstofbeleid en administratieve verplichtingen blijft wegen op het ondernemersvertrouwen.
Ook de financiële problemen namen verder toe in de landbouw en werden gemeld door 26 procent van de bedrijven. Ze kwamen het vaakst voor in de varkenshouderij (37%), gevolgd door vleesvee (32%), groenten in openlucht (28%) akkerbouw (27%).