Nieuwe futures op boter en mageremelkpoeder moeten nog meer prijszekerheid bieden aan zuivelsector
nieuwsBeursmaatschappij Euronext lanceert nieuwe futures op boter en mageremelkpoeder. Futures zijn termijncontracten om een product, in dit geval zuivel, op een afgesproken moment in de toekomst te leveren tegen een afgesproken prijs. Deze nieuwe futures volgen de zuivelprijzen in zes Europese landen (Nederland, Frankrijk, Duitsland, België, Ierland en Denemarken). Dit biedt zuivelverwerkers en melkveehouders een nauwkeuriger alternatief op de gangbare zuivelfutures van de Europese marktorganisatie EEX die binnenkort in handen komen van de Amerikaanse marktorganisatie CME.
Investeren in futures is niet alleen relevant voor beursspeculanten. Volgens Dirk Coucke van DLV, adviseur bij Milk Trading Company, kan het gebruik van zuivelfutures een goed middel zijn voor melkveehouders en zuivelverwerkers om zich in te dekken tegen plotse prijsschommelingen.
Wat zijn futures?
Futures werken grosso modo als volgt. Vandaag kan al wie dat wil een ‘future’ of termijncontract kopen op een product, in dit geval boter of mageremelkpoeder. Volgens de huidige prijsontwikkelingen zou een ton mageremelkpoeder in oktober 2027 3.165 euro per ton waard zijn. Handelt men in deze future door een verkoop van het product en blijkt op de vervaldatum de actuele zuivelprijs lager te liggen, dan heb je met je future een goede zaak gedaan. Wordt de reële prijs bijvoorbeeld 3.000 euro per ton, dan heb je 165 euro per ton winst gemaakt omdat jouw future meer waard is. Maar men kan uiteraard ook verlies maken. Blijkt jouw product op vervaldatum 3.365 euro per ton waard te zijn, dan zal je het verschil bij het verlopen van de termijn moeten compenseren.”
België behoort tot de grootste groeiers in melkaanvoer in Europa
8 september 2026“Sommigen gebruiken futures louter om te speculeren op de beurs, zij maken winst of verlies”, zegt Coucke. “Maar voor melkveehouders en verwerkers kan dit net een goede manier zijn om je in te dekken, omdat je ook producent bent. Stel: je bent boterproducent en je weet dat je volgend jaar in een bepaalde maand vijftig ton boter zal verkopen. Dan kan je zichzelf indekken door te handelen met tien futures van vijf ton boter aan bijvoorbeeld 4.460 euro per ton (de huidige prijs voor oktober '27). Blijkt de boterprijs na afloop lager te liggen, dan kan je de minprijs op je fysieke boter compenseren met de winst die je gemaakt hebt op je future. Concreet: stel dat je door een prijsval je boter aan slechts 4.000 euro per ton kan verkopen, dan wordt dat gecompenseerd door de 460 euro per ton winst die je gemaakt hebt op je future. Zo heb je dus nog steeds het bedrag dat je bij het afsluiten van je future voorzien had.”
Ook dit werkt in omgekeerde richting. Als je je boter voor 5.000 euro per ton kan verkopen, dan zal je ook moeten aanvaarden dat je op je future 540 euro verlies hebt gemaakt, en je eindtotaal dus op 4.460 euro ligt. “Dat kan jammer zijn, maar de bedoeling van futures is dat je ze afsluit aan prijzen waar je zelf tevreden mee bent, of het nu meer of minder is dan wat je eruit had kunnen halen. We raden futures dus niet aan bij producenten of verwerkers met een hoge spijtfactor”, zegt Coucke.
Kortweg: door je op deze manier in te dekken ben je beschermd tegen plotse dalen, maar dan moet je aanvaarden dat je niet kan profiteren van plotse pieken.
Coucke raadt producenten aan om niet meer dan de helft van hun productie in te dekken met futures. Dat heeft twee redenen. “Ten eerste kan het gebeuren dat je productie lager ligt dan voorzien. In dat geval kan je verliezen op futures niet compenseren door fysieke producten te verkopen”, zegt Coucke.
Een tweede reden is dat houders van futures slachtoffer kunnen worden van hun eigen succes. Zo moet men bij het afsluiten van een future een waarborg van circa 15 procent betalen. Dit moet het beurshuis ervan verzekeren dat de belegger eventuele verliezen kan opvangen. Als de actuele prijs van een product stijgt, dan moet men een bijkomende waarborg storten op de future die men heeft afgesloten. “Je moet dus zien dat je voldoende liquide middelen hebt om toekomstige winsten in de fysieke markt voor te financieren”, zegt Coucke.
Nieuwe index volgt markten getrouwer
Terug over naar de nieuwe futures. Die zijn uitgegeven door Euronext en gebaseerd op de Vesper Price Index. “Het voordeel aan deze futures is dat ze de Europese markt getrouwer volgen”, legt Coucke uit. “De boterprijs werd vroeger genoteerd door de European Energy Exchange, een beurs in Duitsland die ook zuivelcontracten aanbiedt. Maar die hebben ze verkocht aan de Amerikaanse beurs CME tegen eind 2027. De huidige Europese boter- en melkpoederprijs noteert volgens de gemiddelde prijs in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Euronext heeft nu nieuwe boter- en melkpoederfutures die noteren tegen de Vesper Index. Vesper is een bedrijf dat wekelijks de belangrijkste zuivelbedrijven in zes landen opbelt om te vragen aan welke prijs men verhandelt. En dat doen ze in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Ierland en Denemarken. Hoewel de Vesper Index en de melkpoederprijzen van EEX vrij gelijklopen, zien we bij de boterprijzen aanzienlijke verschillen. De marktprijs van de Vesper Index zal wellicht nog iets beter de markt volgen.”
Voordeliger dan prijsafspraken?
De vraag rijst hoeveel voordeliger werken met futures is tegenover de prijsafspraak via een vast contract. Twee voordelen staan vast: ten eerste hoef je voor het afsluiten van een future geen overeenkomst te sluiten met je afnemer. Ten tweede hebben ook prijsafspraken een risico: een afnemer kan bijvoorbeeld failliet gaan en telers in de wind laten staan.
Zelfs adviseert DLV de Milk Trading Company MTC, een coöperatieve die melkveehouders bijstaat in het managen van futures. “Momenteel hebben we zo’n 65 leden”, zegt hij. MTC werkt momenteel niet meer met futures op boter of melkpoeder, maar met futures op vloeibare melk. Deze volgen de index van de Duitse marktorganisatie BLE. “De futures op vloeibare melk zijn iets eenvoudiger dan die op boter en magere melkpoeder omdat je met lagere melkvolumes kan werken”, zegt Coucke. “Als je met boter of melkpoeder handelt op de EEX (met contracten van 50 ton), dan gaat elk futurecontract om een miljoen liter melk. We konden ze dus alleen gebruiken als we melk van verschillende leden bundelden of bij melkveehouders die minstens 12 miljoen liter melk per jaar produceren. Zo lopen er niet veel rond. Met deze nieuwe zuivelcontracten van vijf ton per contract biedt dit ook weer mogelijkheden om daarmee te handelen voor de MTC.”
Futures op vloeibare melk zijn vaak logischer voor modale melkveebedrijven. “Bij futures op liquid milk spreken we over volumes van 25 ton (ongeveer 24.200 liter melk, red.). Dat is meer behapbaar”, zegt Coucke.
In een tijd van volatiele melkprijzen, kunnen futures voor vele melkveehouders dus het overwegen waard zijn. De nieuwe Euronext-contracten sluiten nauwer aan bij de Europese markt en kunnen daardoor een aantrekkelijker instrument worden voor producenten die hun prijsrisico willen afdekken.
Bron: Eigen berichtgeving