nieuws

FOD Economie noemt Albert Heijn bij naam na oneerlijke handelspraktijk

nieuws

De FOD Economie ontving in 2025 acht klachten over oneerlijke handelspraktijken in de agrovoedingsketen. Dat lijkt weinig, maar het zijn er acht keer zoveel als in voorgaande jaren. Voor het eerst noemt de inspectiedienst ook een supermarkt bij naam die zich schuldig maakte aan een oneerlijke handelspraktijk: Albert Heijn. “Zonder op dit specifieke geval in te gaan, is naming-en-shaming een goede zaak”, reageert de federatie van de Belgische voedingsindustrie (Fevia). “Oneerlijke handelspraktijken zijn alomtegenwoordig. Het zal afnemers misschien meer doen afschrikken en aansporen om volledig in regel te zijn.”

Vandaag
supermarktalbertheijn

Kleine en middelgrote leveranciers in de agrovoedingsketen worden via de UTP-wetgeving beschermd tegen oneerlijke handelspraktijken van grotere afnemers. In de wet zijn verschillende handelspraktijken opgenomen die verboden zijn omdat ze onder meer een directe bedreiging vormen voor de winstgevendheid en duurzaamheid van de sector. Zo mogen afnemers facturen niet later dan 30 dagen na levering betalen, bestellingen niet op het laatste moment annuleren en contractvoorwaarden niet eenzijdig wijzigen. Ook producten aankopen tegen een prijs onder de productiekosten is verboden, tenzij daarover vooraf duidelijke afspraken zijn gemaakt.

Stijgend aantal klachten maar nog steeds angst

In 2025 ontving de FOD Economie acht formele klachten of signalen over oneerlijke handelspraktijken in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen. Aangezien er de voorbije jaren telkens hooguit één klacht per jaar binnenkwam, betekenen acht klachten een forse stijging.

Klagers zetten vaak niet door met een officiële klacht omwille van angst voor negatieve gevolgen

FOD Economie

Die klachten werden ingediend door enerzijds belangenorganisaties en anderzijds enkele producenten. “Stakeholders lijken beter hun weg te vinden naar ons om een klacht in te dienen”, aldus de FOD Economie in zijn jaarverslag. “Toch stelt de Economische Inspectie vast dat klagers regelmatig niet doorzetten met een officiële klacht omwille van de angst om negatieve gevolgen te ondervinden.” Leveranciers vrezen daarbij voor een vergelding van de afnemer en willen hun toekomstige relatie niet in gevaar brengen.

De inspectiedienst stelt dat die angst er is omdat de wet geen absolute garantie kan bieden dat de klager anoniem blijft. Bij het opstellen van een proces-verbaal kan er vertrouwelijkheid aangeboden worden, maar als de klacht zou leiden tot een rechtszaak is de anonimiteit niet gegarandeerd vanwege het recht op verdediging voor de onderneming in kwestie. “Afgehaakte klagers of klagers met een de vraag om niet officieel te worden gemeld maakt de bewijsgaring moeilijk. Om die reden worden dossiers van leveranciers minder onderbouwd”, aldus de FOD Economie.

Ook meer opgestarte onderzoeken

Naast de behandelde klachten werden in 2025 ook 20 nieuwe onderzoeken en dossiers geopend. Meer dan 12 waren op initiatief van de Economische Inspectie. In 2025 focusten de onderzoeken zich voornamelijk op ondernemingen in de aardappel- en zuivelsector en in de retail. In de voorbije jaren heeft de inspectiedienst zijn eigen onderzoeken opgevoerd. Vorig jaar waren er nog 16 onderzoeken, maar in 2021 waren het er nog 0.

Vier onderzoeken die in 2025 werden geopend, werden afgesloten omdat er geen inbreuk was. 11 van de in 2025 geopende onderzoeken zijn momenteel nog lopende, voor de andere vijf dossiers werd een proces-verbaal opgesteld. “Het betrof voornamelijk inbreuken in verband met eenzijdige wijzigingen van de leveringsovereenkomsten en laattijdige betalingen”, klinkt het.

Naast deze 20 nieuwe onderzoeken, liepen er ook nog negen onderzoeken uit het jaar ervoor. Die onderzoeken resulteerden uiteindelijk in drie processen-verbaal en één waarschuwing.

Inbreuk vastgesteld bij Albert Heijn

Eén van de drie processen-verbaal betrof supermarktketen Albert Heijn België. De supermarkt zou volgens het jaarverslag een inbreuk gepleegd hebben op de UTP-wet dat afnemers verplicht om leveranciers te betalen binnen de 30 dagen. Daarnaast zou Albert Heijn ook een korting gevraagd hebben voor betalingen die gebeuren binnen de wettelijke termijn. De supermarkt kreeg hiervoor een boete opgelegd van 135.000 euro.

We betreuren dat we met naam worden vermeld zonder de toelichting over de aard en context van de vaststelling

Ann Maes - Woordvoerster Albert Heijn België

De woordvoerster van Albert Heijn verduidelijkt dat het ging om administratieve onregelmatigheden en het onderzoek naar de supermarkt niet werd gestart vanuit een klacht. "Bij een onderzoek van ambtswege stelde de federale overheidsdienst een administratieve onregelmatigheid vast bij twee commerciële vleesleveranciers van Albert Heijn België. Dit hebben we onmiddellijk rechtgezet", luidt het. "Wij blijven van mening dat het om een administratieve onregelmatigheid ging en niet om oneerlijke handelspraktijken. De maatregelen die we namen, waren helaas niet voldoende om een boete te vermijden. We betreuren dat Albert Heijn België in het jaarrapport met naam wordt vermeld zonder de toelichting van Albert Heijn op de aard en context van de vaststelling. Die informatie stond wel in het gepubliceerde besluit van de FOD."

Name-and-shame

Nog nooit eerder werd een supermarkt op deze manier door de FOD Economie bij naam genoemd. “Het is een positieve primeur dat een inbreukpleger wordt genoemd”, vindt Fevia. “De UTP-wet is inmiddels voldoende ingeburgerd bij grote marktspelers. Afnemers die duidelijke of herhaalde inbreuken plegen, moeten dan ook bij naam worden genoemd. Zo’n name-and-shame sanctie behoort tot de mogelijkheden van de Economische Inspectie, met name wanneer dit nuttig is om ondernemingen te verwittigen of informeren over de toegepaste praktijken van de overtreder.”

Alomtegenwoordig

Volgens Fevia zijn oneerlijke handelspraktijken alomtegenwoordig in de sector. Een eerdere bevraging bij haar leden wees erop dat 9 op de 10 bedrijven geconfronteerd werden met zulke handelspraktijken. Volgens de sectororganisatie verdient de afdwinging van de UTP-wet dan ook meer prioriteit en gehoor.

“We zitten vandaag in een context van toenemende concentratie van supermarkten binnen retailallianties. Dit groeiende machtsonevenwicht leidt tot een duidelijke conclusie: de UTP-wet moet sterker verankerd worden in het rechtssysteem”, aldus Fevia.

Name-en-shaming is één techniek om afschrikkingsfactor te verhogen, hogere boetes is een andere

Fevia

De effectiviteit kan volgens Fevia verder worden versterkt door de afschrikkingsfactor te verhogen. “Name-en-shaming is daarin een techniek, maar ook hogere boetes”, aldus Fevia. “In Frankrijk werden reeds miljoenenboetes opgelegd voor inbreuken rond oneerlijke handelspraktijken. Daarnaast moet ook meer transparantie komen over zowel de opgestarte onderzoeken als de opgelegde sancties. Hoe meer informatie geweten is, hoe beter. Het kan ook wat meer nuance brengen in de name-en-shaming.”

Tot slot pleit Fevia er ook voor om het omzetplafond binnen de wetgeving te schrappen. Nu beschermt de wet enkel kleine en middelgrote producenten en leveranciers met een omzet onder de 350 miljoen euro. Maar volgens Fevia zijn ook grotere leveranciers dupe van oneerlijke handelspraktijken. Federaal minister van Economie en Landbouw David Clarinval (MR) liet recent nog weten open te staan om dit omzetplafond te schrappen.

Bekendheid opkrikken

Fevia stelt vast dat de wetgeving eigenlijk nog te weinig bekend is binnen de keten. Ook de FOD Economie komt tot die conclusie. “De bekendheid is wel toegenomen, maar we merken dat er nog altijd onvoldoende kennis is over de correcte toepassing van de regels.”

In het kader hiervan werkte de FOD Economie een FAQ-lijst uit die op de website te raadplegen is. Ook werd er vorig jaar een onafhankelijk aanspreekpunt aangesteld waar alle actoren in de agrovoedingsketen bij terechtkunnen, en ontmoette de inspectiedienst verschillende stakeholders uit de zuivelsector om gemeenschappelijke en specifieke problemen in de sector te bespreken.  “In 2026 zal de Economische Inspectie alvast ook blijven prioriteit geven aan onderzoeken op eigen initiatief”, klinkt het.

België krijgt meer slagkracht om landbouwers te beschermen tegen internationale oneerlijke handelspraktijken
Uitgelicht
De EU heeft nieuwe regels goedgekeurd om grensoverschrijdende oneerlijke handelspraktijken in de agrivoedingsketen aan te pakken. Hierdoor zullen lidstaten in staat zijn om hu...
5 maart 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek