De weg naar aardappelvelden vol robuustere rassen is nog lang
nieuwsDe droogte en hitte hebben de aardappelteelt dit jaar stevig op de proef gesteld. De eerste voorspellingen wijzen alvast op een uitzonderlijk slechte oogst. Aardappeltelersorganisatie NEPG ziet een deel van de oplossing voor de toekomst in robuustere rassen. Maar hoe snel kan de sector die omslag maken? “Dé robuuste aardappel bestaat vandaag nog niet”, duidt Stefanie Dumortier, agro-directeur voor Europa bij Agristo in Wielsbeke. “Er zijn wel rassen die robuuster zijn dan de gangbare standaardrassen, maar die vertonen vaak nog bepaalde kwaliteitstekortkomingen.”
Het aardappelseizoen van 2026 zal niet de boeken ingaan als een topjaar. De aanhoudende droogte en hitte drukten zowel de opbrengst als de kwaliteit. Landbouworganisatie Boerenbond schat de opbrengst per hectare zo’n 20 procent lager dan het vijfjarig gemiddelde. Veel aardappelen haalden bovendien hun normale grootte niet. De komende maanden zullen er dan ook opvallend kortere frieten in onze puntzakken belanden. En dat stemt niemand echt gelukkig, noch de teler, noch de verwerker, noch de consument.
Eerder deze maand benadrukte aardappeltelersorganisatie NEPG de noodzaak om meer in te zetten op robuustere rassen die beter bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering en andere externe factoren. Hoe ver staat Vlaanderen met die omslag?
“Wat we precies onder een robuust ras verstaan, is de voorbije jaren geëvolueerd”, vertelt Ilse Eeckhout, teamleider Aardappelen bij Viaverda. “Oorspronkelijk sloeg de term op rassen die een hoge tolerantie of resistentie vertonen tegen de aardappelziekte. Vandaag worden rassen die beter bestand zijn tegen droogte en hitte, maar ook tegen virussen en aaltjes als robuust bestempeld. In het ideale geval hebben deze rassen ook een lage stikstofbehoefte.”
Rassen die al deze eigenschappen combineren, zijn voorlopig schaars. “Met klassieke veredeling kunnen we proberen de beste eigenschappen in een ras samen te brengen, maar dé robuuste aardappel bestaat niet. In de toekomst zal dit misschien wel mogelijk zijn met CRISPR-Castechnieken.”
Divers aardappellandschap
Maar wachten op de wonderaardappel hoeft Vlaanderen niet te doen volgens Eeckhout. Meer variatie in het aardappellandschap kan volgens haar vandaag ook al een deel van een ‘duurzame oplossing’ zijn. “Vandaag wordt het Belgisch aardappelareaal voor meer dan de helft ingenomen door Fontane. Meer rassendiversificatie is nodig om zowel aaltjes als de aardappelziekte, maar ook droogte en hitte de baas te blijven.”
Efficiënte standaardaardappelen of robuuste aardappelen?
De rassenkeuze van aardappels wordt vandaag sterk gestuurd door de afnemers. Verwerkers werken het liefst met een beperkt aantal rassen. Dat maakt het productieproces efficiënter: de productielijnen hoeven minder vaak te worden aangepast en een uniforme grondstof maakt het eenvoudiger om frieten van een constante kwaliteit te produceren die consumenten graag eten.
Toch hebben ook de aardappeltelers baat bij robuustere aardappelen. Want hoe weerbaarder het ras, hoe meer garantie op een goede opbrengst. “Vandaag bestaat helaas nog geen ‘robuust ras’ dat aan alle verwachtingen voldoet. Er zijn wel rassen die robuuster zijn dan de gangbare standaardrassen, maar die vertonen vaak nog bepaalde kwaliteitstekortkomingen”, vertelt Stefanie Dumortier agro-directeur voor Europa bij Agristo Wielsbeke. “Het gaat om tekortkomingen voor zowel de telers als de verwerking. Aardappelen die bijvoorbeeld kleiner en ronder zijn, waardoor er enkel kortere frieten van gemaakt kunnen worden. Of aardappelen die een donkerdere gelige kleur of meer suikerpunten hebben. Consumenten willen echter lichtgele, lange frieten. De restaurant- en supermarktketens waaraan we leveren, staan daarom niet meteen te springen voor rassen met een andere kwaliteit dan de gekende rassen.”
Agristo biedt zijn telers een vast pakket en een testpakket van rassen aan. Maar niet iedereen staat te springen om testrassen te zaaien. “Ze zijn moeilijker te plaatsen omdat telers ze niet gewend zijn. De testaardappelen vragen een aangepaste teeltwijze die goed opgevolgd moeten worden”, duidt Dumortier. “Ze worden minimum vijf jaar getest en opgevolgd voordat het eventueel in het standaardpakket wordt opgenomen.” Jaarlijks komen op deze manier nieuwe varianten in het standaardpakket terecht van de Vlaamse verwerker.
Pootgoed nodig
Naast het langdurig testen, moet vervolgens ook voldoende pootgoed aanwezig zijn om de grote transformatie te kunnen maken. “Ook dat blijft nog een belangrijk knelpunt. Voldoende pootgoed opbouwen is een proces dat meerdere jaren duurt en in handen is van de kweekbedrijven”, geeft Eeckhout mee. “Overschakelen naar een ander ‘robuust’ aardappelras vraagt daarom tijd.”
Robuustere teelttechnieken
Maar aardappeltelers zijn niet volledig afhankelijk van de rassenkeuze. Ook met teelttechnieken kunnen ze hun aardappelteelt weerbaarder maken en opbrengsten verhogen. “Een bodem met veel organisch materiaal en humus heeft bijvoorbeeld een betere sponswerking. Landbouwers kunnen daaraan werken door compost of stalmest aan te brengen en door groenbedekkers in te zaaien.” Ook dat vraagt echter tijd. “De opbouw van koolstof in de bodem verloopt traag. Je kan niet verwachten dat een bodem van het ene seizoen op het andere plots veel beter bestand is tegen droogte en hitte. Daar pluk je pas na meerdere jaren de vruchten van.”
Ook is er volgens NEPG meer aardappelonderzoek nodig. “Er gebeurt vandaag al veel onderzoek, maar extra onderzoek kan nooit kwaad. Dat is vooral een kwestie van voldoende budget.” Voor de ontwikkeling van nieuwe rassen kijkt ze ook naar de veredelingsbedrijven. “Het zou mooi zijn als zij het veredelingsproces nog wat kunnen versnellen.”
Meer rassendiversificatie is nodig om zowel aaltjes als de aardappelziekte, maar ook droogte en hitte de baas te blijven