Wordt tuinboon de nieuwe soja? ‘Protein Project’ vindt gewas ernstig ondergewaardeerd
nieuws63.000 ton minder mest, 209 ton minder chemische gewasbescherming, 7 miljoen ton minder broeikasgas en 42 miljoen euro minder medische kosten. Dat is volgens non-profitorganisatie The Protein Project het vooruitzicht als we favabonen of tuinbonen opwaarderen tot een centraal gewas. Volgens de onderzoekers worden tuinbonen voor zowel veevoer als humane consumptie ernstig onderschat. Zeker in de eiwitshift zouden ze een belangrijke rol kunnen spelen.
The Protein Project wil op EU-niveau tuinbonen promoveren van een “minder belangrijk gewas” naar een concurrentiële waardeketen. Daarvoor heeft de organisatie een concreet actieplan ontwikkeld. Dit is tot stand gekomen in samenwerking met diverse organisaties en deskundigen op het gebied van landbouw, verwerking, detailhandel uit de academische wereld en het maatschappelijk middenveld.
“Het eiwitsysteem in Europa staat onder druk door verschillende factoren. Denk aan risico's voor de strategische autonomie door de afhankelijkheid van import en toenemende gezondheidsproblemen als gevolg van voedingsgewoonten. Ook is er de aantasting van het milieu en aanhoudend lage inkomens voor landbouwers”, duidt The Protein Project. “Onze routekaart is bedoeld als input voor beleidsbeslissingen op korte termijn. Met name de komende alomvattende EU-eiwitstrategie en de openingsfase van de onderhandelingen over het GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) na 2027.”
Het actieplan ziet tien knelpunten waarom de productie van tuinbonen achterblijft. Zo zijn er tekortkomingen op het gebied van veredeling en gewasbescherming, verwerkingsbeperkingen en een beperkte vraag en afzetmarkt. Om deze uitdagingen te tackelen ontwierp het project concrete beleidsinstrumenten om daar verandering in te brengen.
Eerste Belgische edamamebonen in de winkelrekken
9 september 2025Uitdagingen
Eerst de uitdagingen. Verschillende door de EU gefinancierde onderzoeksprojecten rond peulvruchten, zoals VALPRO Path en Giant Leaps, hebben veelbelovende resultaten opgeleverd. Toch blijven tuinbonen en andere peulvruchten structureel ondervertegenwoordigd in de financiering. In vergelijking met granen is er beduidend minder geïnvesteerd in veredeling en innovatie.
Nog een probleem: de ontwikkeling van een nieuwe variëteit duurt doorgaans 10 tot 12 jaar. De looptijd van publieke onderzoeksprojecten is vaak korter, waardoor veelbelovende rassen de stap naar commerciële toepassing niet halen. Bovendien worden industriële partners vaak pas in een late fase betrokken, wat de valorisatie bemoeilijkt.
De beperkte omvang van de huidige waardeketen vormt een bijkomende rem. Particuliere zaadbedrijven zien onvoldoende economische prikkels om substantieel te investeren. Daardoor blijft het aanbod van competitieve commerciële rassen achter.
Bovendien zijn er weinig plantbeschermingsmiddelen afgestemd op peulvruchten. De toegelaten middelen verschillen per lidstaat, waardoor de markt versnipperd raakt. Peulvruchten hebben vaak baat bij het gebruik van dezelfde gewasbeschermingsmiddelen als belangrijke gewassen. Maar dit voordeel keert zich snel om wanneer deze producten plotseling van de markt worden gehaald zonder een doordacht alternatief.
Bovendien is er onvoldoende onderzoek gebeurd naar het gebruik van tuinbonen in veevoer, terwijl dit volgens het rapport wel interessant kan zijn. De weinige proeven zijn immers veelbelovend. Maar er zijn geen grootschalige en gerichte studies om dit definitief te bevestigen. Zeker wat betreft varkens en kippen is er veel onduidelijkheid. Moest onderzoek duidelijk bewijzen dat tuinbonen goed verteerbaar zijn voor deze dieren, zullen distributeurs ook het vertrouwen krijgen om hun areaal tuinbonen verder uit te breiden.
Voordelen van tuinbooneconomie
Volgens de vzw ligt een groot deel van de oplossing dus bij meer onderzoek. Zodat ook nieuwe afgeleide producten op basis van tuinbonen snel een goedkeuring kunnen krijgen voor humane en dierlijke consumptie. Promocampagnes met een focus op gezondheid en lekkere recepten moeten ook helpen om tuinbonen vaker op de borden te krijgen.
Als de aanbevelingen worden gevolgd, schat het actieplan in dat de totale vraag naar tuinbonen in 2040 kan verdubbelen. 48 procent zou gaan naar diervoeder, 32% naar humane voeding en 20 procent naar export.
De humane consumptiegroei van 250 procent baseert men op basis van bestaande succesvolle initiatieven in publiek-private samenwerking. Zoals het Deense volkorenpartnerschap, dat de consumptie van volkorenproducten in tien jaar tijd heeft verdubbeld. Dat moet volgens The Protein Project ook voor tuinbonen haalbaar zijn. De stijging komt neer op ongeveer één extra tuinboon per persoon per dag in de hele EU.
Met een groeiende vraag voor veevoer en export erbij gerekend, zou er 360.000 hectare extra tuinboonproductie nodig zijn. Zo kunnen mogelijk ongeveer 30.000 nieuwe landbouwers tegen 2040 een positieve businesscase met tuinbonen opbouwen. Het project voorziet hierbij een aanzienlijke verbetering van de bodemgezondheid en de menselijke gezondheid, lagere kosten voor de invoer van meststoffen en veevoer, en een geringere afhankelijkheid van geopolitiek
Vele doelen in één klap
Een overstap naar tuinbonen zou meerdere EU-doelen in één klap aanpakken. Zoals eerder aangegeven zou de afhankelijkheid van kunstmest en ingevoerde eiwitten significant minderen, net zoals de behoefte voor gewasbescherming. The Protein Project voorspelt dat het inkomen van landbouwbedrijven tot 20 procent zou toenemen in een tuinboon-centrale landbouweconomie.
Dat een tuinboonfocus de behoefte aan kunstmest met 63.000 ton per jaar zou verminderen, komt omdat tuinbonen een goed vermogen hebben om stikstof in de bodem vast te leggen. Tegelijkertijd zou een verhoogde productie van tuinbonen voor veevoer de invoer van krachtvoer uit Amerika met 350.000 ton verminderen. Dit beschermt de Europese landbouw tegen geopolitieke volatiliteit en prijsschokken op de wereldwijde grondstoffenmarkten.
Dat de kosten voor gezondheidszorg zouden dalen met 42 miljoen euro per jaar, komt door een verhoogde vezelconsumptie uit tuinbonen. Tuinbonen bevatten aanzienlijk meer vezels dan de gemiddelde eiwitbron die momenteel in het Europese dieet wordt geconsumeerd. Deze vermindering van vezelarme voeding zou de incidentie van hart- en vaatziekten en diabetes type 2 verlagen, wat zou leiden tot kwantificeerbare besparingen op de gezondheidszorg.
Bovendien wordt de milieu-impact verminderd met zeven miljoen ton CO2-equivalent, 209 ton minder chemische gewasbeschermingsmiddelen per jaar. Tuinbonen hebben immers een lagere gemiddelde uitstoot van broeikasgassen dan de huidige eiwitmix in de EU. De uitstootvermindering weegt nog sterker door aangezien we zo ook soja en tarwe in veevoeder vervangen.
Op naar Europa
“Aangezien de aanbevelingen in deze roadmap grotendeels ten goede zouden komen aan de bredere sector van eiwithoudende gewassen in de hele EU, zullen de totale effecten van de systemische transformatie naar verwachting aanzienlijk groter zijn”, stelt de vzw.
“We hebben contact gelegd met belangrijke directeuren en adjunct-directeuren van DG AGRI en DG SANTE en gesproken met het kabinet van commissaris Hansen. We hebben ook een evenement georganiseerd met permanente vertegenwoordigers van de Europese Raad en een bijeenkomst gehouden met 20 geaccrediteerde parlementaire assistenten uit het hele politieke spectrum. Met als doel om te bespreken hoe de EU eiwithoudende gewassen beter kan ondersteunen”, aldus de vzw.
Bron: Eigen berichtgeving