Welke les heeft koploper Denemarken voor Vlaanderen in de eiwitshift?
AnalyseDenemarken profileert zich als Europese pionier in de omschakeling naar meer plantaardige voeding. Met een ambitieus actieplan en miljoenen aan subsidies wil het land de eiwitshift versnellen. Wat kan Vlaanderen leren van die aanpak? Niels-Peter Nohring, directeur van de Deense Landbouw- en Voedingsraad, was vorige week te gast op een debat over de plantaardige voedingsketen in Leuven en deelde er enkele inzichten.
"Je kunt landbouwers vertellen wat ze moeten telen en hen met subsidies in die richting sturen. Maar dat heeft geen zin als er geen markt is die de producten afneemt", herhaalde Niels-Peter Nohring vorige week meer dan één keer tijdens zijn speech. “Dát is de Deense les."
"Je moet landbouwers niet zeggen wat ze moeten telen, je moet hen een goed functionerende markt kunnen aanbieden”, aldus de directeur van de Deense Landbouw- en Voedingsraad. Een raad die momenteel op zoek is naar oplossingen voor een duurzamer Deens voedselsysteem. Daarbij gaat er bijzondere aandacht naar plantaardige voeding om de klimaatvoetafdruk van het voedselsysteem te verkleinen, maar ook om rendabele kansen te creëren voor landbouwers en voedingsbedrijven. “We hebben het in Denemarken al meermaals gezien. Landbouwers die met plantaardige voeding aan de slag gaan, maar hun oogst uiteindelijk moeten afzetten in de veevoedersector in plaats van een verkoop aan de humane voedingssector”, aldus Nohring.
Volgens de Deen is een rendabel verdienmodel ondersteund door voldoende zekerheid over de vraag, de basis voor een succesvolle eiwitshift. “Veel Deense landbouwers producen nog dierlijke producten. En dat zullen ze blijven doen zolang er vraag naar is. Maar als landbouwer vertrouwen krijgen dat er een stabiele afzetmarkt is voor een plantaardig alternatief, zullen ze innoveren en volgen.”
Dat was de belangrijkste les voor Vlaanderen uit Denemarken. Helemaal nieuw is dat inzicht echter niet, want ook in Vlaanderen klinkt die boodschap al langer. Eerder op het event maakte Bram Van Hecke, beleidsmedewerker op het kabinet-Brouns, een gelijkaardige analyse. “Consumenten zijn koning en landbouwers zijn economische actoren”, lichtte hij toe. “Er wordt vaak gezegd dat landbouwers meer moeten inzetten op plantaardige voeding. Maar wat is het punt ervan om minder zuivel en vlees te produceren als de vraag blijft bestaan? Het is basiseconomie: vraag en aanbod die elkaar vinden. Als het aanbod er hier niet is, komt het wel uit pakweg Polen. Wat goed nieuws is voor de Poolse boeren.”
30 miljoen voor plantaardige voeding
Toch zijn er grote verschillen tussen Denemarken en Vlaanderen. Denemarken lanceerde enkele jaren geleden een ambitieus actieplan voor plantaardige voeding, dat onder meer de afzetmarkt moet vergroten. Een zeer ruim bijbehorend fonds ondersteunt daarbij veranderingen in de hele keten. Volgens Nohring werd inmiddels 30 miljoen euro toegekend aan 70 projecten. Een aanpak die enerzijds steunt op een grote politieke wil om plantaardige voeding te stimuleren. Maar met een begrotingsoverschot van drie procent anderzijds ook steunt op een financiële ruimte om die ambitie waar te maken.
“Het grootste project dit jaar heeft een budget van twee miljoen euro. Het is een samenwerking tussen de Deense Landbouw- en Voedingsraad en alle vijf de Deense regio’s”, aldus Nohring. “Het stimuleert de plantaardige afzetmarkt in de publieke sector aan de hand van onderstersteuning bij aankoop van voeding, maar ook de vaardigheden van het keukenpersoneel bij schroeven. Onze publieke instellingen serveren zo’n 24 miljoen maaltijden per jaar. Als daar iets meer op plantaardige voeding ingezet wordt, ontstaat al een eerste grote vraag en kan de productie zich gaan ontwikkelen.”
“Een ander project richt zich op het opnieuw introduceren van verschillende eiwitgewassen waarvan de teelt verdwenen is, zoals erwten. Vandaag wordt het grootste deel van de diepvrieserwten in Denemarken ingevoerd. Landbouwers zijn met de teelt gestopt omdat de afzetmarkt verdween. Daarom zijn we een project gestart waarin we de keten opnieuw leven in willen blazen”, aldus Nohring.
Een derde project die de Deen uitlichtte, draaide om export. Want Denemarken is net als België een heel klein land. "Als landbouwers op grote schaal produceren, volstaat de binnenlandse markt niet. Daarom ondersteunt het fonds ook exportpromotie. Meer afzetmarkten zorgen voor meer vraag, en meer vraag creëert meer kansen voor landbouwers. Betere afzetperspectieven maken het ook gemakkelijker om investeringsbeslissingen te nemen", klonk het.
Of de verregaande Deense aanpak ook vruchten afwerpt, is voorlopig nog moeilijk te beoordelen. Het actieplan werd pas in 2023 gelanceerd. “Tot nu toe hebben we nog geen grote verschuiving in het consumptiepatroon vastgesteld”, liet Nohring weten.
Eiwitconsumptie bij Vlaamse overheid zelf
Ook Vlaanderen zet in om meer plantaardige eiwitten te stimuleren in de publieke sector. Zo hebben de ambtenaren in de Vlaamse overheidsgebouwen telkens een plantaardig alternatief op de menu staan. Dit jaar bracht een rapport de eiwitconsumptie in deze kantines in kaart. Daaruit blijkt dat het aandeel plantaardige eiwitten tussen 2024 en 2025 met 1,2 procentpunt gestegen is. Zo komt de verhouding in 2025 neer op 44,6 procent plantaardige eiwitten, 55,4 procent dierlijke. "Gelet op de trage evolutie voor de algemene situatie in Vlaanderen, is deze stijging een aanzienlijk resultaat", aldus het rapport. Brood blijkt met 17 procent de grootste bijdrage te leveren aan de eiwitinname van ambtenaren. Daarnaast blijven vooral dierlijke producten zoals vis, kip, melk, varkensvlees en rundvlees belangrijke eiwitbronnen.
Wat de gerechten betreft, blijkt vooral de plantaardige gyros relatief populair. De plantaardige versies van vol-au-vent en stoofvlees moeten het daarentegen nog steeds afleggen tegen hun vleesvarianten. Volgens het rapport liggen er nog kansen in het aanbieden van meer kwalitatieve, huisbereide plantaardige gerechten.