Resistente appelrassen doen intrede, maar klassieke veredeling ‘te traag’ voor klimaatprobleem
AnalyseEen nieuwe generatie appelrassen staat voor de deur. In Bekkevoort is afgelopen dinsdag de nieuwe appelsoort GoodnessMe geplukt, een kruising ontstaan in Nieuw-Zeeland, resistent tegen schurft en meeldauw. Diezelfde avond vond bij pcfruit de rassenproefavond plaats, waar ook ziekteresistentie werd gepromoot als het aantrekkelijkste kenmerk van de nieuwe rassen. Maar volgens Dany Bylemans, algemeen directeur pcfruit, blijven er nog vele uitdagingen waarop klassieke veredeling geen antwoord heeft. “Zonder nieuwe genetische technieken komen we er niet.”
Appelrassen kweken die bestendig zijn tegen ziektes, plagen of een extreem klimaat, is een werk van decennia. “Een appelras dat vandaag doorbreekt, is vaak zo’n twintig jaar geleden geselecteerd”, zegt Bylemans. Hij waarschuwt dat het trage proces van klassieke veredeling niet in staat is om het sneltempo van de klimaatverandering bij te benen.
Minder gewasbescherming nodig, maar nooit nul
De appelrassen die we vandaag zien, zijn het resultaat van keuzes die jaren geleden werden gemaakt. “Vandaag zien we daarbij een zeer sterke tendens om te selecteren naar ziektegevoeligheid”, zegt Bylemans. “20 jaar geleden bestonden ook al resistente variëteiten, maar die waren kwalitatief niet goed, bewaarden slecht of hadden andere grote problemen. Maar omdat de druk op chemische gewasbescherming zo groot wordt, is er internationaal sterk ingezet op kwalitatieve rassen die toch resistent zijn. Veel resistente rassen, vroeger en nu, hebben een resistentie die gebaseerd is op één gen. Maar in het geval van de GoodnessMe en sommige andere rassen, zit de resistentie op twee genen. Dat is een belangrijk verschil, want dat maakt dat een schimmelziekte veel meer moeite heeft om de resistentie te omzeilen.”
Toch mogen de verwachtingen ook niet té hoog liggen. Een appelras dat geen enkele gewasbescherming nodig heeft, is voorlopig science fiction. “Als onderzoekers adviseren we om ook op deze resistente rassen behandelingen uit te voeren”, zegt Bylemans. “Maar die mogen minder intensief zijn dan bij klassieke variëteiten. Als je nul gewasbescherming gebruikt, riskeer je namelijk dat de schimmel zich aanpast aan de afweersystemen ingebouwd in de plant, en dan sta je vroeg of laat weer nergens. We moeten er alles aan doen om de resistentie van deze planten te behouden.”
“Je kan natuurlijk ook groenere middelen gebruiken om de gewassen te beschermen, maar alles alleen van de plant te laten afhangen, raden pcfruit en andere internationale instellingen af.”
Wat wordt de nieuwe Jonagold?
De zoektocht naar kwalitatieve en resistente rassen is de voorbije jaren wel fors opgeschroefd. “Dat komt omdat de Jonagoldappel aan vervanging toe is”, zegt Bylemans. “Het is een hevige zoektocht, ook internationaal. Jonagold is een fantastisch product, maar elk appelras kent een beperkte levensduur. Jonagold is al sinds de jaren 90 op de markt en intussen is die dus zeer gevoelig aan ziekten. Dat is normaal bij een ras dat al zo lang bestaat. Toen Jonagold indertijd werd geïntroduceerd vanuit de Verenigde Staten, werd het net gepromoot als een ziektebestendig ras, omdat schimmels en insecten zich nog niet hadden aangepast aan de verdedigingsmechanismen van deze appel. Vandaag zit dat anders.”
Toen Jonagold werd geïntroduceerd vanuit de Verenigde Staten, werd het net gepromoot als een ziektebestendig ras, omdat schimmels en insecten zich nog niet hadden aangepast aan de verdedigingsmechanismen van deze appel. Vandaag zit dat anders
Hoewel er voortdurend nieuwe appelrassen op de markt komen, maakt Bylemans zich toch zorgen dat de klassieke veredeling op sommige vragen geen antwoord heeft. “Europa is dichtbij om nieuw-genomische technieken of NGT’s toe te laten, maar vandaag mogen we uitsluitend werken met klassiek veredelde rassen. Dat gaat dus veel te traag.”
Droogteresistente appel bestaat nog niet
Een groot vraagstuk is droogteresistentie. Brandend actueel na alle hittegolven, maar een antwoord heeft de fruitsector nog niet. “We hebben momenteel nog geen kandidaat-rassen die in een gevorderde fase zitten”, zegt Bylemans.
Droogte is een grotere uitdaging dan ziektedruk omdat droogteresistente appels niet alleen op het niveau van het fruitras kunnen worden ontwikkeld. “Droogteresistentie heeft soms met het ras te maken, maar vooral met de onderstammen. De beworteling waarop een ras geënt wordt. Maar er gebeurt sowieso veel minder onderzoek naar nieuwe onderstammen dan naar nieuwe rassen. Dat komt nu stilaan op gang, maar is nog zonder resultaat omdat het zo traag gaat.”
Nog een heikel punt is dat nieuwe appelrassen moeilijk op telerniveau kunnen ontwikkeld worden. “Stel dat een teler kiest voor een bepaalde variëteit, dan duurt het in het geval van peren vijf tot zeven jaar voordat deze echt in productie komt. En als dat fruit dan om technische of commerciële redenen tegenvalt, dan heeft de teler jaren gewerkt zonder return on investment. Een nieuwe aanplant moet normaal goed blijven voor een periode van 15 tot 20 jaar, dus fouten maken met je ras is dramatisch. Ook dat zorgt ervoor dat telers in België niet happig zijn om zomaar op nieuwe rassen te springen.”
Als wetenschapper geloof ik dat wij zonder NGT’s niet gaan kunnen volgen met de veranderingen die nodig zijn in onze rassen
“Als wetenschapper geloof ik dat wij zonder NGT’s niet gaan kunnen volgen met de veranderingen die nodig zijn in onze rassen”, besluit Bylemans. “Het wegvallen van gewasbescherming en de toenemende ziektedruk, droogte en verzilting zijn allemaal risico’s die we met klassieke veredeling niet zomaar kunnen oplossen.”
Bron: Eigen berichtgeving