Brouns dringt bij EU aan op toegang tot Japanse markt voor Vlaamse peren
nieuwsVlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v) pleitte in de Europese Landbouwraad voor het wegwerken van handelsbelemmeringen voor Europese landbouwproducten. Daarbij vroeg hij nogmaals bijzondere aandacht voor de Vlaamse conferencepeer en de lang aanslepende procedure om toegang te krijgen tot de Japanse markt. “Ik blijf dit dossier op elk niveau op tafel leggen. Onze telers verdienen perspectief”, aldus de minister.
De markttoegang voor Belgische peren in Japan sleept al lang aan. België exporteert jaarlijks voor ongeveer 230 miljoen euro aan landbouwproducten naar Japan, maar de toegang voor Belgische peren is al 14 jaar dicht. Het dossier zit vast op fytosanitaire voorwaarden, onder meer rond de fruitmot. Hoewel de gesprekken met Japan constructief lopen, vroeg de minister aan de Europese Commissie om hier ook de nodige druk op te leggen.
“Onze Vlaamse peren behoren tot de absolute wereldtop. Onze telers zijn klaar voor Japan, maar botsen al jaren op een aanslepende technische procedure. Daarom blijf ik dit dossier op elk niveau op tafel leggen. Wij hebben ons huiswerk gedaan. Nu moeten we stappen kunnen zetten. Onze perentelers verdienen toegang tot de Japanse markt. Dat heb ik ook aan de Europese tafel duidelijk gemaakt”, aldus minister Brouns.
Van Limburg tot Tokio
Het pleidooi van de minister in de Europese Raad staat niet op zichzelf. Afgelopen zomer ontving Brouns de Japanse ambassadeur Masahiro Mikami bij het proefcentrum (pcfruit) in Sint-Truiden. De ambassadeur bezocht er de perenboomgaard en kreeg toelichting over de fytosanitaire standaarden en het onderzoek dat wordt gevoerd om aan de Japanse eisen te beantwoorden.
Tijdens dat bezoek lag specifiek de nadruk op de samenwerking met de Japanse autoriteiten rond de fruitmot, een belangrijk onderdeel van het toelatingsproces.
Het openen van nieuwe exportmarkten is van groot belang voor de Vlaamse perensector. Een product als de conferencepeer is gewild in het buitenland, waarbij vooral Azië kansen biedt.
“Handelsbeleid wordt pas concreet wanneer onze landbouwers er op het terrein iets van merken. Voor mij is dat heel eenvoudig: als onze telers een topproduct afleveren en aan de vereiste standaarden voldoen, dan moet men niet allerlei technische bezwaren opwerpen,” besluit Brouns.