Landeigenaars bezorgd over herstel stikstofrijke natuur
nieuwsDe instandhoudingsdoelstellingen voor natuur doen zich op het terrein voor landeigenaars net zo goed voelen als voor landbouwers. De belangen van beide partijen lopen nu eens samen, dan weer niet. Een voorbeeld waar dat niet het geval is, zijn de herstelmaatregelen. Philippe Casier, voorzitter van Landelijk Vlaanderen, heeft het daarover in hun ledenblad. “In de speciale natuurbeschermingszones (SBZ) zullen er aanvullende maatregelen genomen moeten worden om stikstofdeposities boven de kritische waarde weg te werken. Deze herstelmaatregelen zijn een soort solidariteit van beheerders binnen SBZ voor het vergunnen van economische activiteiten buiten SBZ. Of de kost van die maatregelen goed gecompenseerd zal worden, is nog de vraag.”
Landeigenaars die niet goed op de hoogte zouden zijn van de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur krijgen een bloemlezing in het ledenblad van Landelijk Vlaanderen. Philippe Casier, voorzitter van de eigenaarsvereniging, drukt zijn leden op het hart dat ze zich moeten informeren over het ‘kleurstatuut’ van de boerderijen die ze verpachten. Voor alle veebedrijven in Vlaanderen berekende de overheid de bijdrage aan de kritische stikstofdepositie op de nabij gelegen en door Europa beschermde natuur. Op vraag van de landbouworganisaties werden veehouders geïnformeerd over de mogelijke impact op de vergunningverlening voor hun bedrijf. Dat gebeurde aan de hand van brieven met een kleurcode: groen, oranje en rood.
Rood wil zeggen dat het bedrijf met zijn huidige impact op natuur niet opnieuw vergunbaar is. Indien een reductie van de ammoniakuitstoot niet haalbaar is of in een later stadium niet automatisch volgt uit een preciezere berekening of het verkleinen van de zoekzones voor natuur, dan zal de landbouwer in kwestie moeten terugvallen op het flankerend beleid dat de Vlaamse regering dit voorjaar goedkeurde. Voor de oranje bedrijven staat in de overgangsfase richting een programmatische aanpak stikstof (PAS) nog niet vast of hun huidige impact op natuur hervergunbaar is, ook de taakstelling voor ammoniakemissie kennen we nog niet.
De termijn van lopende vergunningen wordt bij oranje en rode bedrijven gerespecteerd. Vergunningen die verstrijken voor 1 januari 2019 worden verlengd om tijd te winnen tot er een programmatische aanpak stikstof is. Een veehouder die de stikstofuitstoot van zijn oranje bedrijf nu al met 30 procent reduceert, krijgt van de overheid meteen een nieuwe vergunning. Verplicht is die vroege en verregaande reductie voor alle duidelijkheid niet.
Bij Landelijk Vlaanderen vraagt men zich vooral af wat de consequenties zullen zijn voor de verpachter indien de pachter op een rood bedrijf terugvalt op het flankerend beleid, en zich bijvoorbeeld laat uitkopen door de overheid. “Hoe dan het pachtcontract wordt behandeld, hoe de eigenaar mee kan verkopen of zijn gronden kan behouden, is nog zeer de vraag”, zegt Philippe Casier. De eigenaarsvereniging vindt het ook lastig om in te schatten wat het effect gaat zijn van de grondenbank die landbouwpercelen zal aankopen om ze te ruilen met getroffen landbouwers die aansturen op een bedrijfsverplaatsing. Die proactieve projectmatige aankooppolitiek zal zeker invloed hebben op de prijzen, vermoedt men bij Landelijk Vlaanderen.
Landbouwers enerzijds en landeigenaars als natuur- en bosbeheerders anderzijds trekken in dit dossier niet altijd aan hetzelfde zeel. Dat blijkt uit het voorwoord van Casier in het ledenblad ‘De Landeigenaar in Vlaanderen’ wanneer hij het heeft over de herstelmaatregelen die zich zullen opdringen in speciale natuurbeschermingszones. Om Europa ervan te overtuigen dat het vergunningenbeleid niet volledig op slot moet, dient Vlaanderen aan te tonen dat de stikstofneerslag in natuurgebied daalt terwijl het stikstofoverschot dat vergund wordt niet tot een verdere achteruitgang van de natuur mag leiden.
Dat zal enkel lukken door enerzijds het probleem bij de bron aan te pakken (zie bovenstaande impact op de vergunningverlening, nvdr.) en anderzijds aan herstelbeheer te doen op perceel- en landschapsniveau. Voorbeelden van herstelbeheer zijn het veelvuldig maaien van grasland, het plaggen van grond die te rijk is aan nutriënten of, op een grotere schaal, het ‘vernatten’ van een heel gebied zodat de natuur daar beter tegen een (stikstof)stootje kan.
Bij Landelijk Vlaanderen lijkt men te vrezen dat de beheerder van een natuurbeschermingszone – niet noodzakelijk een terreinbeherende vereniging of de overheid want het kan ook een particuliere eigenaar zijn – de kosten van die beheermaatregelen voor een deel zelf zal moeten dragen. “In deze dualiteit ‘emissie’ versus ‘opkuis’ staan wij als natuurbeheerders niet aan de kant van de landbouw want wij moeten zwaardere herstellasten, al dan niet billijk vergoed, opnemen om de anderen te helpen bij hun verdere economische ontwikkeling.” Wie zich achter het maximaal vrijwaren van landbouwexploitaties schaart, zou zich volgens Casier ook moeten verbinden tot ondersteuning van de grotere lasten voor terreinbeheerders.
Bron: Landeigenaar in Vlaanderen / eigen verslaggeving