Agentschap adviseert: zo verlaag je onkruiddruk bij faunamengsels
nieuwsHet Agentschap Landbouw en Zeevisserij geeft landbouwers tips om de onkruiddruk bij faunamengsels en -voedselgewassen te beperken. “Zaai op een geschikt moment, zorg voor een goed aangelegd zaaibed en voor voldoende bedekking gedurende het volledige seizoen”, klinkt het onder meer.
Om een geslaagde ecoregeling met faunamengsel te hebben, raadt het Agentschap in de eerste plaats aan om het juiste moment te kiezen voor de inzaai. “De weersomstandigheden maken die keuze niet altijd eenvoudig. Zo kenden we in 2025 een droog voorjaar, waardoor er te vaak werd ingezaaid in ongunstige omstandigheden”, blikt het Agentschap terug. “Zaai op een geschikt moment: wacht eventueel op komende neerslag, zodat de kieming en startgroei ideaal zijn.”
“Zorg ervoor dat het zaaitijdstip zo gekozen wordt dat de granen in het najaar voldoende zaadrijp zijn en gedurende de hele winter maximaal zaden aanbieden. Hiervoor is het aangewezen in te zaaien ten laatste vóór eind april”, klinkt het. Moest dit niet lukken, staat de ecoregeling ook nog inzaai in mei of juni toe. “Ook een inzaai in het voorafgaande najaar is toegelaten en biedt heel wat voordelen op vlak van verlaging van de onkruiddruk”, aldus het Agentschap.
Verder is ook een goed aangelegd zaaibed essentieel om de onkruiddruk laag te houden. “Pas eventueel het principe van een vals zaaibed toe om de onkruiddruk te verminderen”, klinkt het. “En gebruik waar mogelijk gecertificeerd zaaizaad.”
Als er probleemonkruiden aanwezig zijn op het perceel of op naastliggende percelen, raden we af een faunamengsel in te zaaien
Knolcyperus rukt op en bedreigt aardappel- en groenteteelt
18 september 2025Niet voor alle percelen geschikt
Op percelen met een hoge onkruiddruk of met probleemonkruiden, zoals knolcyperus en doornappel, is het risico op onkruidproblemen bij faunamengsels groter. “Als er probleemonkruiden aanwezig zijn op het perceel of op naastliggende percelen, raden we af een faunamengsel in te zaaien”, klinkt het. Ook is het belangrijk dat er nagegaan wordt in welke mate aaltjes aanwezig zijn in de bodem.
Zo bestaan er faunamengsels met plantsoorten die aaltjes onderdrukken of die geen waardplant zijn voor ziekten en plagen, wat bepalend kan zijn voor de volgteelt. “Zorg ook voor een geschikt volggewas”, aldus het Agentschap.
Bedekking
Verder geeft het Agentschap als tip mee om voor voldoende bedekking van het perceel te zorgen gedurende het volledige seizoen. “De regelgeving laat dit ook toe”, klinkt het. Zo zorgen rode en witte klavers bijvoorbeeld voor een goede bodembedekking later op het seizoen. Ook haver is een goeie optie door de brede bladeren. “Respecteer wel steeds de voorwaarden voor de samenstelling. Andere soorten dan degene die op de toegelaten lijst staan, zijn niet toegestaan”, aldus het Agentschap. “Zaai ook aan voldoende hoge zaaidichtheid in functie van de weersomstandigheden. Bij vochtig, groeizaam weer kan dit lager zijn dan bij droge omstandigheden. De minimale zaaidichtheid is 50 kg/ha.”
Het Agentschap herinnert de landbouwers er ook aan dat de samenstelling van faunamengsels recent aangepast is, er hoeven geen kruisbloemigen meer in het mengsel te zitten.
Wintervoedsel is belangrijk voor akkervogels
Met het oog op voedselvoorziening in de winter voor akkervogels, kleinwild en andere fauna is het niet toegelaten om het perceel te maaien. Pleksgewijze mechanische verwijdering van probleemonkruiden, zoals bijvoorbeeld akkerdistel, is wel mogelijk.
“Wintervoedsel is belangrijk voor alle akkervogels, maar vooral voor soorten die afhankelijk zijn van zetmeelhoudende zaden. Denk aan de geelgors, grauwe gors, veldleeuwerik, maar ook ringmus”, benadrukt het Agentschap. “Zetmeelhoudende zaden zijn steeds schaarser in de winter. Daarom is het belangrijk om een hoog aandeel granen te hebben in het mengsel. Voorzie ook best granen waarbij de korrel lang in de aar blijft (tarwe, triticale), zodat er ook in het vroege voorjaar nog voedsel is.”
“Soorten die afhankelijk zijn van oliehoudende zaden zoals de vink en groenling worden in het huidige landschap al ruimschoots bediend door de inzaai van groenbedekkers (mengsels) met gele mosterd, bladrammenas, zonnebloem.”
Beheerovereenkomst faunavoedselgewas
Ook voor landbouwers die een beheerovereenkomst faunavoedselgewas met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) sloten, zijn er een aantal mogelijkheden om veronkruiding tegen te gaan. De tips voor de ecoregeling faunamengsel zijn voor deze beheerovereenkomst ook van toepassing. Daarnaast kan de landbouwer bij ernstige onkruidproblemen in de beheerovereenkomst faunavoedselgewas een mengsel van vlinderbloemigen inzaaien. Dat mengsel blijft tot twee jaar aanwezig en onderdrukt ongewenste soorten. De jaarlijkse vergoeding blijft dezelfde: 2.053 euro per hectare. "Indien de onkruidproblemen zouden blijven aanhouden, dan kan de landbouwer de beheerovereenkomst tijdens de looptijd verplaatsen naar een ander perceel."
Meer tips voor faunavoedselgewas kan op de site van VLM gevonden worden.