Minister Brouns investeert 2,4 miljoen euro in vijf Vlaamse landschapsparken, ook landbouw profiteert
ReportageDe Vlaamse regering trekt dit jaar 2,4 miljoen euro uit voor vijf Vlaamse landschapsparken, waarvan er drie in Limburg liggen. Met die middelen kunnen de parkbureaus acties rond landschapsbeheer, natuurverbinding en sponslandschappen verderzetten. Tegelijk versterken ze de streeklandbouw, lokale voedselproductie, streekidentiteit én de lokale samenwerking en cohesie. In tegenstelling tot de nationale parken staat bij landschapsparken niet alleen de natuur centraal, maar zijn alle functies in het landschap evenwaardig.
Landbouwminister Jo Brouns (cd&v) koos woensdag voor RivierPark Maasvallei als locatie voor de bekendmaking van de subsidies voor de vijf Vlaamse landschapsparken. Sinds hun erkenning in oktober 2023 zijn dat: de Zwinstreek, de Vlaamse Ardennen, Grenzeloos Bocageland, Landschapspark Haspengouw en RivierPark Maasvallei. De laatste drie liggen in de provincie Limburg. Brouns droeg als toenmalige burgemeester van Kinrooi bij aan het dossier van RivierPark Maasvallei, dat ook in Kinrooi ligt.
Voor dit jaar trekt hij zo’n 2,4 miljoen euro uit (489.000 euro per park, red.) om de werking van de landschapsparken te continueren. Met deze middelen kunnen de landschapsparken hun werking in 2026 verder versterken, met focus op concrete projecten op het terrein. “Door lokale samenwerking tussen lokale besturen, landbouw- en natuurverenigingen en bewoners bouwen we van onderuit aan sterke landschappen waarin natuur, water en landbouw elkaar versterken”, stelt hij.
Toerisme als verdienmodel, ook voor de boeren
Landschapsparken zijn grote, waardevolle openruimtegebieden waar wordt ingezet op de versterking van landschappelijke identiteit en kwaliteit. En dit in combinatie met landbouw, natuur, erfgoed, recreatie en lokale economie. Brouns spreekt in dit verband van "de economie van de vrije tijd." Hij legt uit: "Wij hebben hier geen grote industrie, maar we hebben wel ongelooflijk veel mogelijkheden voor toerisme die welvaart en zekerheid bieden voor de toekomst", aldus de minister.
In tegenstelling tot de nationale parken staat bij landschapsparken niet alleen de natuur centraal, maar zijn alle functies in het landschap evenwaardig. Elk van de vijf landschapsparken heeft zijn eigen gebiedstypische ontwikkeling uitgewerkt, waarbij lokale besturen, landbouwers, middenveldorganisaties en bewoners samenwerken bij de totstandkoming van de plannen en de uitrol ervan
Drie van de vijf landschapsparken liggen dus in de provincie Limburg. Dat is niet vreemd, want deze provincie herbergt maar liefst 40 procent van de Vlaamse natuur. De coördinatoren van de verschillende Limburgse parken waren woensdag aanwezig op de plechtige bekendmaking en reageren enthousiast op de nieuwe subsidie, toegekend door de minister.
Lerende netwerken niet-kerende bodembewerking
Grenzeloos Bocageland, rond de Vlaamse gemeente Voeren, zal de middelen onder andere gebruiken voor het uitrollen van lerende netwerken rond regeneratieve landbouwpraktijken, en voor begeleiding bij onder meer niet-kerende bodembewerking met 30 landbouwers, inclusief demonstratieprojecten op hun bedrijven. “Niet-kerende bodembewerking verbetert de sponswerking van het landschap, waardoor de waterweerbaarheid groter wordt”, vertelt coördinator van het park Ann-Sophie Debergh.
Korte keten als publiekstrekker
In RivierPark Maasvallei ligt de landbouwfocus van de ontwikkelingsplannen bijvoorbeeld ook op de ontwikkeling van een voedsellandschap, waarbij er wordt ingezet op meer korteketenverkoop. “Daarbij kun je onder andere denken aan communicatie over korteketenverkooppunten”, vertelt Katrien Schaerlaekens van RivierPark Maasvallei.
Een enquête wees vorig jaar uit dat de aanwezigheid van meer lokaal voedsel de toeristische aantrekkingskracht vergroot, vertelt ze. “We hebben vervolgens ook een enquête gehouden onder landbouwers met de vraag welke korteketenactiviteiten ze wel en minder zien zitten. Binnenkort communiceren wij de resultaten hiervan.”
Nieuw-Zeelandse appels vervangen door lokale appels
Landschapspark Haspengouw ziet eveneens een belangrijke rol weggelegd voor de ontwikkeling van een voedsellandschap om de waarde van het landschap te vergroten. “Wij willen de lokale consumptie van lokaal fruit aanzwengelen. In supermarkten in onze regio worden appels uit Nieuw-Zeeland verkocht, terwijl wij zelf over talloze clubrassen beschikken. Het zijn deze rassen die we naar de winkels willen brengen en onder de aandacht van de consument willen brengen”, vertelt Wim Appeltans, coördinator van het park. Meer consumptie van lokale appelen is goed voor de landbouwer en dus de economie en komt bovendien het landschap ten goede. Fruitbomen maken hier immers integraal onderdeel van uit.
In supermarkten in onze regio worden appels uit Nieuw-Zeeland verkocht, terwijl wij zelf over talloze clubrassen beschikken. Het zijn deze rassen die we naar de winkels willen brengen en onder de aandacht van de consument willen brengen
Streekproductenmarkt en deelsysteem voor landbouwmachines
In de Zwinstreek wordt de subsidie dit jaar ingezet voor de organisatie van een streekproductenmarkt die lokale producenten en ondernemers samenbrengt. In de Vlaamse Ardennen is het landbouwluik praktischer van aard. Hier komt dit jaar een deelsysteem voor landbouwmachines. Met zo'n deelsysteem hoeven landbouwers niet zelf alle machines aan te kopen. En samen kunnen ze, in overleg met fabrikanten van landbouwmachines, ook de ideale machines helpen ontwikkelen voor de bodem in de Vlaamse Ardennen.
"Dat is uniek in Vlaanderen", vertelt Lieven De Stoppeleire, coördinator van het Landschapspark Vlaamse Ardennen aan VRT NWS. "We hebben al een eerste deelmachine aangekocht. En de landbouwers in de regio kunnen die vanaf nu gratis gebruiken." Via een app kunnen ze de landbouwmachine reserveren en meteen ook hun ervaringen delen met collega-landbouwers. Zo leren de landbouwers nieuwe technieken kennen. En samen met fabrikanten van landbouwmachines, kunnen ze de ideale machines voor deze regio helpen ontwikkelen.
De Stoppeleire verklaart het belang voor het landschap: "Er wordt in de Vlaamse Ardennen al veel aan goede bodemzorg gedaan, maar we willen die versterken met een eigen machinepark voor de regio. Nu zijn de dure machines voor veel landbouwers nog altijd een financieel struikelblok. En met dit deelsysteem willen we hen daarbij helpen."