header.home link

Is dieren produceren voor export onzinnig?

24 februari 2021

In een geglobaliseerde wereld moet export, net zoals voor de rest van de economie, ook voor vlees kunnen. Wel zijn er grenzen aan de groei van de veehouderij in Vlaanderen. Die grens is echter niet economisch geïnspireerd, maar wel milieukundig. We moeten durven toegeven dat de veehouderij de milieudoelstellingen vandaag niet haalt. Dat was één van de conclusies van het debat ‘Intensieve veehouderij in Vlaanderen: is er nog een toekomst?’ dat door de Faculteit Diergeneeskunde van de UGent werd georganiseerd.

Lees meer over:
afbeelding

Met haar reeks over megastallen deed De Standaard-journaliste Ine Renson het debat over de intensieve veehouderij in Vlaanderen hoog opflakkeren. Voor de faculteit Diergeneeskunde van de UGent vormde die reeks de aanleiding om er een online debatavond aan te wijden. Met klinkende namen in het panel en Ine Renson zelf als moderator, wist het debat ruim 460 toehoorders aan de computer te kluisteren. Vijf stellingen kregen de panelleden voorgeschoteld. VILT vat de avond stelling per stelling samen.

Europa als thuismarkt

De eerste stelling luidde als volgt: Dieren produceren voor export is onzinnig. Joris Relaes, administrateur-generaal van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), gaf aan dat hij dit een heel rare vraag  vindt. “In de rest van de economie wordt die vraag nooit gesteld. Neem nu ArcellorMittal, dat bedrijf produceert ook veel meer staal dan wij hier kunnen verbruiken, toch is er niemand die zich daarbij vragen stelt.” Hij werd bijgetreden door Jeroen Buysse, hoofddocent aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent. “Bij auto’s gebeurt dat ook. Ons land exporteert Volvo’s en Audi’s, terwijl we andere merken invoeren. Ik zie niet in waarom dit voor voedsel anders moet zijn.”

Stef Aerts, docent Agro- en Biotechnologie aan de Odisee Hogeschool en expert ethiek en dierenwelzijn, merkte op dat Vlaanderen gewoon ook heel klein is. “Een Franse landbouwer die in het midden van het land woont, kan 500 kilometer met zijn producten rijden en hij is nog steeds nog niet aan het exporteren. Een gemiddelde Vlaamse landbouwer rijdt 100 kilometer en zit in het buitenland. We moeten beseffen dat het gros van onze export bedoeld is voor onze onmiddellijke buurlanden. Het beeld dat leeft dat landbouwproducten vooral heel ver worden afgezet, komt niet overeen met de realiteit.”

Jeroen Dewulf, hoogleraar Veterinaire Epidemiologie aan de faculteit Diergeneeskunde van de UGent, stelt zich wel de vraag of onze veehouderij moet inspelen op de toename in de vraag vanuit Azië en bij uitbreiding de rest van de wereld. “Ik denk dat de focus van onze export op Europa moet liggen. Ik vind het niet nodig dat we in Europa meer gaan produceren dan wij als Europeanen samen kunnen consumeren. Zowel op vlak van voedselveiligheid als voedseldiversiteit kunnen we met alle lidstaten binnen de EU het grootste deel van de vraag coveren”, meent Dewulf.

Wet van het comparatief voordeel

Als export niet ter discussie staat, vraagt Ine Renson zich toch af of we in een volgebouwde regio als Vlaanderen nog op dezelfde schaal zoals dat vandaag gebeurt, nog aan veehouderij kunnen doen. Jos Raemaekers, diensthoofd beleid bij Natuurpunt en vervanger van Laurens De Meyer (Bond Beter Leefmilieu) die ziek moest afhaken voor het debat, erkent dat de grenzen aan de groei van de veestapel die de natuurvereniging bepleit, niet zijn ingegeven door het principe rond export van vlees. “De linken die wel worden gelegd, houden verband met de talrijke nadelen die de veehouderij met zich meebrengt: druk op het milieu, overlast voor omwonenden of de impact op andere landen door bijvoorbeeld oerwoud dat gekapt moet worden om onze veestapel van de nodige eiwitten te voorzien”, stelt Raemaekers.

Hij wijst er ook op dat we in een klein land wonen, met dure grond en dure arbeid en dat plaatst onze veehouders in een moeilijke situatie als ze gaan concurreren met landen als Brazilië of Argentinië. Als je op een wereldmarkt vlees gaat verhandelen dan gebeurt dat aan wereldhandelsprijzen en de vraag is of dit financieel houdbaar is voor onze veehouders.

Volgens Joris Relaes is het belangrijk om te beseffen wanneer er geëxporteerd wordt. “Dat gebeurt als een land een comparatief voordeel heeft. Onze varkenshouderij heeft dit heel lang gehad. Bij de opstart van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid waren er afspraken met de Verenigde Staten om soja tegen nultarief in te voeren in de EU. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de intensieve varkens- en pluimveehouderij zich vooral ontwikkeld heeft rond havens. Ook milieunormen waren toen onbestaande waardoor deze landbouwtak enorm is kunnen groeien. Die veehouders zijn hier toen bijna slapend rijk geworden”, legt hij uit.

Onze varkenshouderij heeft lang een comparatief voordeel gehad, maar sinds 10 à 20 jaar is dat voordeel almaar meer onder druk komen te staan omdat duidelijk werd dat de sector op zijn milieugrenzen botst

Joris Relaes - Administateur-generaal ILVO

Ondertussen is er een gans kennissysteem van onderzoekscentra, verwerkende bedrijven, slachthuizen, toeleveranciers, enz. rond de veehouderij in die regio’s uitgebouwd. “Maar sinds 10 tot 20 jaar geleden is dat comparatief voordeel almaar meer onder druk komen te staan omdat duidelijk werd dat de sector op zijn milieugrenzen botst. Dan zie je dat dit kennissysteem zich probeert te verdedigen en er alles aan probeert te doen om dat comparatief voordeel te behouden”, aldus Relaes. Zoiets is in zijn ogen in de landbouw niet anders dan in de rest van de economie.

Dat kan bijvoorbeeld volgens hem door nog meer in te zetten op knowhow en kennis, door te experimenteren met nieuwe varkensrassen of door superefficiënt te gaan werken, bijvoorbeeld door poten en oren die bij ons als afval worden aanzien, te exporteren naar Azië. Andere boeren kiezen dan weer voor de korte keten. Ondanks die inspanningen is zowel de varkensstapel als het aantal varkensboeren aan het dalen. “In landen als Spanje is de varkensstapel de afgelopen jaren dan weer gestegen met 40 procent. Zij hebben nu dat comparatieve voordeel: heel goedkope stallen die niet moeten verwarmd worden, goedkope arbeidskrachten en milieuwetgeving die niet op het niveau staat zoals bij ons. Al zou die wetgeving binnen de EU wel gelijk moeten zijn, je ziet toch dat lidstaten daar anders mee omgaan.”

Schaalvergroting als doodlopende spiraal

Dat doet Renson de vraag stellen of het huidige economische model houdbaar is: landbouwers moeten meer dieren gaan houden om er nog iets aan over te houden. Jeroen Buysse is van mening dat die redenering niet klopt. “Het is juist omdat er iets aan te verdienen is, dat landbouwers groeien. Maar die schaalvergroting zorgt ervoor dat er meer druk komt op de prijzen en op dat moment gaan de marges naar beneden.”

Het adagio ‘om mee te kunnen, moet je groeien’, klopt niet. Om mee te kunnen, moet je wel innoveren en zorgen dat je efficiënt bent

Jeroen Dewulf - Professor UGent

Hij verwijst daarbij naar de rundveehouderij. “Sinds de afschaffing van het melkquotum is de Vlaamse melkveehouderij het sterkst gegroeid in de hele Europese Unie. Vandaag staat de melkprijs onder druk. Ik geloof niet dat de investeringen van de afgelopen jaren er zijn gekomen omdat ze anders niks zouden verdienen”, vertelt Buysse. Terzelfdertijd stelt hij in de vleesveehouderij net het omgekeerde vast. Daar zijn de marges al lange tijd niet goed en dus zie je de vleesveestapel dalen. “Het zijn dus net de sectoren waar het economisch kan, dat er groei is.”

Jeroen Dewulf vindt het ook verkeerd dat groei en innovatie vaak als één concept worden aanzien. “Het adagio ‘om mee te kunnen, moet je groeien’, klopt niet. Om mee te kunnen, moet je wel innoveren en zorgen dat je efficiënt bent. Ik begrijp dat ‘efficiënt’ een woord is dat voor sommige mensen lelijk klinkt, maar dat is het niet. Dierenwelzijn hoeft niet te leiden onder een efficiënte aanpak. Bovendien is efficiënt vaak ook goed in termen van milieu-impact.” Tegelijk valt het hem wel op dat bijvoorbeeld een beetje krimpen om meer te gaan verdienen, een zeer moeilijk concept is. “In de geest van veel mensen staat dat gelijk aan achteruitgaan. Maar dat is een verkeerde inschatting. Meegaan in de groei daarentegen, is vaak een doodlopende spiraal: hoe groter je wordt, hoe meer de prijs zakt en vroeg op laat loop je daarop kapot.”

Economisch mag het dan wel mogelijk zijn om de huidige veestapel aan te houden, milieukundig is het dat niet

Jeroen Buysse - Professor UGent

Landbouwers aan het stuur

Het werd al een aantal keer aangehaald door de panelleden. Het feit dat export van dierlijke producten moet kunnen, betekent niet dat er geen grenzen zijn waar de veehouderij tegenaan kan botsen. “Economisch mag het dan wel mogelijk zijn om de huidige veestapel aan te houden, milieukundig is het dat niet. We moeten durven toegeven dat we het op dat vlak niet goed doen. De doelstellingen die door Europa decennia geleden zijn vooropgesteld, halen we niet: waterkwaliteit, stikstofuitstoot, biodiversiteit, fijn stof, klimaat, enz.”, stelt Jeroen Buysse. Hij is er ook van overtuigd dat we de doelstellingen ook niet zullen behalen met het huidige beleid.

Joris Relaes beaamt dat. Ook voor hem is de grens van de veehouderij niet economisch, dan wel milieukundig bepaald. “Als je bijvoorbeeld kijkt op de kaart van Vlaanderen waar de waterkwaliteit niet goed is, dan zie je dat dit samenvalt met de regio’s waar er intensieve veehouderij is. Al heeft de intensieve groenteteelt ook zijn rol. De veehouderij heeft al veel inspanningen geleverd, maar je kan niet ontkennen dat het niet opgelost geraakt en het probleem dus moet aangepakt worden.”

Tegelijk erkent hij dat landbouw ook een moeilijke sector is om milieukundig in te grijpen. “Voor de industrie, met vooral puntvervuiling is een aanpak veel eenvoudiger. Bij landbouw is het probleem meer diffuus en wordt er gewerkt met levende materie. Zo is de bodem bijvoorbeeld een levend organisme. Je hebt zelfs biologische bedrijven die heel hard hun best doen, maar toch in de problemen komen met het nitraatresidu.”

Vandaag worden milieuwetten volgens Relaes gemaakt op basis van slechte gemiddelden. “Ik zou liever hebben dat we milieudoelstellingen naar voor schuiven en het aan de landbouwers overlaten hoe die gehaald kunnen worden. Vaak weten zij het veel beter hoe het probleem kan aangepakt worden, bijvoorbeeld met behulp van precisietechnieken. We zien ook dat goede landbouwers daar om vragen. Met een goede handhaving als sluitstuk moet dit haalbaar zijn”, meent hij.

Groot en industrieel staat niet gelijk aan slecht

Renson vraagt zich af hoe we de milieugrenzen, bijvoorbeeld op vlak van de stikstofproblematiek, kunnen verzoenen met de ambitie van landbouwers om hun bedrijf uit te bouwen. Dewulf wijst erop dat er geen ambitie is bij veehouders om de gehele productie in Vlaanderen nog veel groter te laten worden. “De veestapel is zelfs krimpend, met uitzondering van de pluimveestapel. Maar dat betekent niet dat we niet moeten innoveren en intensifiëren. Je kan perfect twee kleinere bedrijven vervangen door één groter. Dat is vaak zelfs beter in termen van efficiëntie, diergezondheid en dierenwelzijn. Het is foutief dat groot en industrieel wordt geassocieerd met slecht. Onderzoek wijst dat ook uit.”

De discussie moet niet gaan over klein of groot, maar over waar, zo benadrukt Joris Relaes. “Als het meest efficiënte veebedrijf pal naast een Natura 2000-gebied ligt, dan is dat nog steeds een probleem. Vandaag kan in agrarisch gebied nog alles of dat is toch de illusie die we als landbouw hebben. Terwijl dat in de praktijk niet zo is. Vandaag zitten landbouwers in een ‘trial & error’-verhaal: ze mogen een vergunning aanvragen, maar botsen ze eventueel op milieugrenzen, dan krijgen ze die vergunning niet. Het zou beter zijn dat we in het agrarisch gebied aanduiden waar intensieve veehouderij wel kan en waar niet. Dat is een heel moeilijk debat in het dichtbevolkte Vlaanderen, maar ik denk dat we het toch moeten durven aangaan”, besluit de ILVO-topman.

Bron: Eigen verslaggeving

Beeld: Twitter_DpDaaf

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek