nieuws

"GLOBALG.A.P. stuurt telers richting kunstmest"

nieuws
De aangescherpte regels over het gebruik van onbewerkte dierlijke mest die GLOBALG.A.P. voorstelt zorgen voor beroering in Nederland. Ook Vlaamse groentetelers zullen weldra ervaren dat de verkrampte reactie van de kwaliteitsstandaard op de EHEC-crisis uit 2011 gevolgen heeft voor hun bedrijfsvoering. Vanaf 1 juli 2016 verbiedt de GLOBALG.A.P.-standaard namelijk het toedienen van onbewerkte dierlijke mest minder dan zes maanden voor de oogst van gewassen, die rauw worden geconsumeerd en waarvan de eetbare delen met de grond in aanraking komen. Vanuit de biologische, maar ook gangbare sector klinkt nu protest tegen de maatregel. Dierlijke mest toedienen in het voorjaar wordt zo immers onmogelijk, zodat een toevlucht moet gezocht worden tot vaak duurdere alternatieven als kunstmest. “Ook Vlaamse telers zullen zich aan de nieuwe regels moeten aanpassen”, klinkt het bij het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT).
12 november 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:32

De aangescherpte regels over het gebruik van onbewerkte dierlijke mest die GLOBALG.A.P. voorstelt zorgen voor beroering in Nederland. Ook Vlaamse groentetelers zullen weldra ervaren dat de verkrampte reactie van de kwaliteitsstandaard op de EHEC-crisis uit 2011 gevolgen heeft voor hun bedrijfsvoering. Vanaf 1 juli 2016 verbiedt de GLOBALG.A.P.-standaard namelijk het toedienen van onbewerkte dierlijke mest minder dan zes maanden voor de oogst van gewassen, die rauw worden geconsumeerd en waarvan de eetbare delen met de grond in aanraking komen. Vanuit de biologische, maar ook gangbare sector klinkt nu protest tegen de maatregel. Dierlijke mest toedienen in het voorjaar wordt zo immers onmogelijk, zodat een toevlucht moet gezocht worden tot vaak duurdere alternatieven als kunstmest. “Ook Vlaamse telers zullen zich aan de nieuwe regels moeten aanpassen”, klinkt het bij het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT).

Gewassen die onverwerkt op de versmarkt terechtkomen moeten in het kader van het wereldwijde certificeringssysteem GLOBALG.A.P. vanaf 1 juli 2016 aan een reeks nieuwe regels voldoen. Eén daarvan doet alvast in Nederland heel wat stof opwaaien. Het gaat om een aangescherpte regel omtrent het gebruik van onbewerkte dierlijke mest, die bepaalt dat er zes maanden voor de oogst geen onbewerkte dierlijke mest toegediend mag worden op bouwland voor de teelt van gewassen waarvan de eetbare delen met de grond in aanraking komen en die rauw worden geconsumeerd. Dat betekent concreet dat er in het voorjaar geen dierlijke mest meer mag worden uitgereden voor de teelt van een beperkt aantal groenten. 

Voor biologische telers vormt zo’n maatregel alvast een groot probleem, want hun bedrijfsvoering is vaak gebaseerd op het sluiten van de nutriëntencyclus, en dus op het gebruik van al dan niet bedrijfseigen, dierlijke mest. Maar ook gangbare spinazie-, uien- of worteltelers moeten mogelijk hun bemestingsschema’s aanpassen. “De biologische landbouw rijdt mest in het voorjaar uit, omdat het efficiënter is”, zegt Christoffel den Herder, adviseur biologische landbouw bij dienstverlener DLV. “Zo is in de uienteelt dierlijke mest de basis. Een teelt van minstens zes maanden red je niet zonder dierlijke mest. Ook voor wortels, een gewas met 140 groeidagen, lukt dit niet. En in spinazie voorzie ik een groot probleem. Dit gewas groeit maar 60 dagen en wordt drie weken voor de zaai bemest. Dat geldt voor zowel biologisch als gangbaar.”

En dus moeten telers hun toevlucht zoeken tot verwerkte mestproducten zoals compost, digestaat of kunstmest. “Naast het feit dat de alternatieven duurder zijn, past deze methode niet in de filosofie van bijvoorbeeld biolandbouwers, zo zegt Den Herder. De zes maanden-regel geldt overigens in principe voor alle gewassen, zowel biologisch als gangbaar, maar is niet op alle gewassen van toepassing. Niet alle teelten worden namelijk voorzien van een voorjaarsbemesting met onbewerkte dierlijke mest en niet alle teelten vallen onder de risicocategorie die GLOBALG.A.P. afbakende.

Zo wordt de vroege aardappelteelt op zandgronden voorzien van onbewerkte dierlijke mest, maar voor aardappelen geldt een uitzondering omdat het product altijd wordt gekookt voor gebruik. Bloemkool bijvoorbeeld, wordt omgeven door blad en daarna uit de plant gesneden, dus ook hier stelt zich geen probleem. Maar voor ui en wortel liggen de kaarten anders: ze komen met grond in aanraking en schadelijke pathogenen uit mest kunnen lang in die grond overleven.

“Het gaat hier om de voedselveiligheid”, benadrukt Paul Bol van GLOBALG.A.P.. “De consument mag niet ziek worden van pathogenen die door mest op het product aanwezig zijn. De retail gebruikt GLOBALG.A.P. om risico’s uit te sluiten, maar de normen worden soms overschreden. Dus worden de regels aangescherpt. Dat dat voor spanningen zorgt in de landbouwsector, is logisch. En ja, dat vraagt om een investering”, beseft ook Bol. “Concreet is de afweging: wat mag voedselveiligheid kosten?”

“Deze nieuwe verplichting verrast me niet”, reageert Belgapom-secretaris Romain Cools. “Je mag niet vergeten dat GLOBALG.A.P. voor een groot deel gestuurd wordt vanuit de retailsector. Sinds de EHEC-crisis is daar een grote vrees gegroeid tegenover pathogenen op verse producten. Aardappelen worden niet rauw geconsumeerd, dus voor de aardappelsector speelt deze thematiek minder. Overigens hebben we ook binnen de Belgische standaard voor plantaardige productie Vegaplan duidelijke afspraken rond mest gemaakt. Wat duidelijk is, is dat de wereld van de certificering zeer competitief is geworden en de lat steeds hoger ligt.”

Ook vanuit het Verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT), dat voor haar leden veilingen en de aangesloten fruit- en groentetelers het GLOBALG.A.P.-dossier volgt, wordt de link gelegd met de EHEC-crisis. “De nieuwe regels zijn het resultaat van een jarenlang proces”, aldus Ann De Craene. “GLOBALG.A.P. is er in 2011 mee begonnen met de EHEC-crisis vers in het geheugen, waardoor we wisten dat microbiologie een aandachtspunt zou worden in de nieuwe versie. Via verschillende werkgroepen is er gezocht naar evenwichten bij het opstellen van de nieuwe eisen. Die werkgroepen zijn paritair samengesteld, wat wil zeggen dat de retailers en de primaire sector in gelijke aantallen vertegenwoordigd zijn.

“Wat de zes maanden-regel en diverse andere nieuwigheden betreft, hebben we vanuit het VBT geijverd voor een praktijkgerichte bijstelling, maar dat is niet altijd gelukt”, aldus De Craene. “Ook Vlaamse tuinders zullen zich aan deze bepaling moeten aanpassen. Uiteraard is dat geen evidentie. De bemesting moet toegepast worden conform de Vlaamse mestwetgeving. De lange wachttermijn binnen GLOBALG.A.P. staat in sommige periodes mogelijks haaks op de wettelijke bepalingen.”

“Niettemin is het belangrijk dat de producenten blijvend aan de GLOBALG.A.P.-vereisten kunnen voldoen”, zo voegt De Craene daar nog aan toe. “Hun certificaat geeft hen immers markttoegang. Een mogelijke oplossing ligt in een aanpassing van de standaard-eisen. De komende weken worden de leden van de werkgroepen opnieuw verkozen. In hun nieuwe samenstelling kunnen ze de toepassing van de GLOBALG.A.P.- standaard in zijn huidige vorm evalueren, en waar nodig bijstellen. Vanuit het VBT wordt alvast ingezet op praktisch haalbare vereisten die leiden tot een duurzame productie van veilige en kwaliteitsvolle groenten en fruit.”

Bron: eigen verslaggeving

In samenwerking met: Boerderij

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek