header.home link

Fevia: "Lokale verankering van Belgische voedingsbedrijven komt in gevaar"

29 maart 2023

De Belgische voedingsbedrijven realiseerden in 2022 een recordomzet van 75,9 miljard euro, maar zagen hun volume aan verkochte goederen dalen. “Ondanks die gestegen omzet blijft de rendabiliteit van de Belgische voedingsbedrijven achteruitgaan”, stelt sectofederatie Fevia. Er volgt ook een waarschuwing voor de beleidsmakers: “Het economisch belang van de Belgische voedingsketen kan niet onderschat worden, maar door alle structurele handicaps komt de lokale verankering van de sector in gevaar.”

Lees meer over:

Explosie van kosten

De afgelopen twee jaar zagen de voedingsproducenten hun kosten “exploderen”. De voedingsgrondstoffen stegen gemiddeld met 38 procent en ook verpakkingskosten gingen de hoogte in, variërend van 18 procent (glas) tot 144 procent (hout). De transportkosten waren 2,5 keer hoger en ook de prijzen voor gas (x14) en elektriciteit (x7) stegen exponentieel. “Het is ongezien dat alle productiekosten samen omhoog gaan. Dat hebben we als sector nog nooit meegemaakt”, legt Fevia-adviseur Carole Dembour uit.

Deze kostenexplosie kregen de voedingsbedrijven slechts gedeeltelijk doorgerekend en met vertraging. “Uit een enquête die we eind maart 2022 bij onze leden afnamen, bleek dat 58 procent van de retailers een heronderhandeling over de prijzen weigerde of zelfs niet reageerde op een verzoek hierover vanuit de voedingsbedrijven. Vandaag, een jaar later, blijkt dat nog steeds 24 procent van de retailers weigert. Er is dus al wat meer flexibiliteit, maar die blijft nog steeds problematisch”, aldus Dembour.

De hogere prijzen voor voedingsproducten hebben de omzet van de bedrijven opgeblazen, maar achter deze cijfers schuilt een minder rooskleurige realiteit. “De verkoopvolumes van de Belgische voedingsbedrijven zijn gedaald met drie procent”, klinkt het. De combinatie van deze factoren zorgt ervoor dat de rendabiliteit al verschillende jaren achter elkaar daalt. “Na een dieptepunt zien we die rendabiliteit telkens wel weer opveren, maar die blijft wel op een lager niveau liggen dan de periode ervoor.”

Uitgelicht

Fevia: "Zadel voedingssector nu vooral niet op met extra taksen"

nieuws
31 januari 2023 Lees meer

Concurrentiekracht daalt

Bart Buyse, CEO van Fevia, wijst erop dat voedingsbedrijven met een hele reeks structurele handicaps te maken krijgen die wegen op de concurrentiekracht. “Onze sector wordt geconfronteerd met een loonhandicap van 25 procent tegenover de ons omringende landen en daar komt nog een onverteerbare fiscale lasagne bovenop die de producten duurder maken”, legt hij uit. Volgens hem gaat het in totaal om twee miljard euro die op deze manier moet doorgerekend worden aan de consument of die de bedrijven zelf moeten slikken.

“Nieuwe beleidsmaatregelen, zoals de aangekondigde verpakkingstaks of de fiscale hervorming, zullen de concurrentiekracht alleen maar verder aantasten”, luidt het. Uit een voorbeeld van Fevia blijkt dat de heffingen op 1 liter limonade in Frankrijk vandaag nog geen 15 cent bedragen. In Nederland en Duitsland komt het in de buurt van 20 cent. In België komen BTW, accijnzen en de verpakkingsheffing samen al bijna uit op 30 cent. In de nabije toekomst zal dat bedrag verder doorstijgen naar meer dan 35 wanneer de BTW en verpakkingsheffing verder stijgen en er een taks op zwerfvuil bijkomt. Alle heffingen aan taksen samen, wat Fevia “de lasagne aan taksen” noemt, steeg tussen 2011 en 2021 van ruim vijf miljard euro naar ruim zeven miljard euro.

Zwaargewicht in Belgische economie

Buysse somt meteen op waarom het zo belangrijk is voor de Belgische economie dat de voedingsindustrie verankerd blijft België. “De sector staat op nummer 1 als het gaat om omzet in de verwerkende industrie, met net geen 77 miljard euro omzet. Het is daarnaast de grootste industriële investeerder in ons land, goed voor meer dan twee miljard euro aan investeringen in 2022. Die investeringen gingen vooral naar meer energie-efficiëntie en automatisering en minder naar innovatie”, zegt hij.

De voedingsindustrie is de motor van tewerkstelling binnen de verwerkende industrie, benadrukt de Fevia-CEO. “Waar de jobaangroei in de laatste 15 jaar is teruggelopen binnen de verwerkende industrie, is sinds 2016 de omgekeerde beweging te zien in de voedingsindustrie. Daar neemt de werkgelegenheid jaar na jaar toe tot vandaag meer dan 100.000 jobs. In de totale agrovoedingsketen gaat het om 450.000 werknemers.” Recent is de nood aan het vinden van geschikte arbeidskrachten voor de sector wel nijpend. “Waar vroeger een tekort aan arbeidskrachten een rem zette op de groei, zien we dat dit ondertussen voor maar liefst één op vier bedrijven een rem zet op de productie zelf”, aldus Buysse.

Fevia grafiek economisch jaarverslag 2023

Bevoorrading in buurlanden

Door die dalende concurrentiekracht ziet Fevia twee tendensen zich doorzetten. “Enerzijds zien we dat de consumenten steeds vaker hun boodschappen gaan doen in onze buurlanden. Waar vooral Nederland vroeger aantrekkelijk was, steken consumenten nu ook steeds vaker de grens over naar Frankrijk”, klinkt het. “Anderzijds gaan supermarkten, en recent ook de food service, zich steeds meer bevoorraden in de buurlanden.”

De retailmarkt is volgens de organisatie al langer geen Belgisch gegeven meer, maar als we niet opletten dan trekt de voedingsindustrie ook weg uit ons land. “Ik zie sterke bedrijven in onze sector nu al naar bijvoorbeeld Noord-Frankrijk trekken om een nieuwe fabriek op te starten omdat daar meer subsidies zijn, minder taksen en een ruime arbeidsmarkt”, zegt voorzitter Anthony Botelberge.

Wanneer beleidsmakers het ons steeds moeilijker maken om rendabel te blijven, dan brengen we de lokale verankering van de grootste industriële sector van ons land in gevaar

Anthony Botelberge - Voorzitter Fevia

Zijn waarschuwing is dan ook duidelijk. “Beseffen beleidsmakers wel het belang van concurrentiële voedingsbedrijven en een sterke Belgische voedingsketen? Gezien alle welvaart die wij als sector creëren, lijkt het mij niet onbelangrijk dat ze daar rekening mee houden. Wanneer beleidsmakers het ons steeds moeilijker maken om rendabel te blijven, dan brengen we de lokale verankering van de grootste industriële sector van ons land in gevaar.”

Toekomstplan schrijven

Fevia wil dan ook de hand reiken naar de overheid om samen een toekomstplan te schrijven voor de voedingssector in ons land. “Niet de nabije toekomst, maar waar willen we naartoe over 10 tot 15 jaar? Dat moet de opzet zijn”, aldus Buysse. “Het kan toch niet de bedoeling zijn dat we na onze energiesector ook onze voedingssector zomaar in buitenlandse handen laten gaan? Willen we dat vermijden, dan moeten onze beleidsmakers hun focus absoluut meer richten op onze voedingsindustrie als essentiële sector en centrale schakel in de agrovoedingsketen.”

De sectorfederatie ziet vier pijlers waaraan gewerkt moet worden om de concurrentiekracht van de voedingsindustrie te waarborgen en te versterken:

Houd Belgische producten betaalbaar tegenover buitenlandse producenten 

Beleidsmakers kunnen ingrijpen door bijvoorbeeld de bestaande verpakkingstaks zeker niet uit te breiden, maar om te vormen tot een stimulerend instrument op vlak van duurzaamheid. Fevia vraagt beleidsmakers om effectief rekening te houden met grensaankopen alvorens beleidsmaatregelen te nemen, zoals het recente voorstel voor een btw-verhoging op voeding in het kader van de fiscale hervorming.

Vermijd goldplating en houd regelgeving en administratieve lasten werkbaar 

De omzetting door drie gewesten van de nieuwe Europese regels rond zwerfvuilkosten is een concreet voorbeeld. Belgische voedings- en drankenproducenten kijken aan tegen een bijkomende financiële last die liefst 5 keer hoger ligt dan in onze buurlanden! De kauwgomsector, waarover nochtans geen sprake is in de Europese richtlijn, zou een bijdrage moeten betalen die 50% van haar omzet bedraagt: onleefbaar dus! Andere Europese landen pakken dit geheel anders aan. 

Zorg voor betaalbare jobs en voor geschikte arbeidskrachten 

Om werkgelegenheid te blijven aanmoedigen, moeten de loonkosten dringend naar omlaag via een structurele vermindering van de RSZ-werkgeversbijdragen, met focus op de lage en de middellonen. Het is immers voor dit segment dat de huidige forse loonkostverhoging een zeer negatief tewerkstellingseffect heeft.

De stijgende (loon)kosten doen voedingsbedrijven vooral investeren in automatisering, minder in innovatie. Die is nochtans essentieel om concurrentieel te blijven en jobs hier te houden. De voedingsindustrie moet daarvoor ook kunnen blijven rekenen op innovatieclusters Flanders’ FOOD en Wagralim. Fevia vraagt daarom om niet te raken aan de regels rond de korting op de bedrijfsvoorheffing voor alle R&D-activiteiten van onze bedrijven en voor erkende wetenschappelijke instellingen zoals onze innovatieclusters.  

Versterk eerlijke relaties in de keten

Eerlijke handelspraktijken zijn de basis van een goed en correct werkende agrovoedingsketen. Alle producenten moeten dan ook dezelfde bescherming genieten want “unfair is unfair, no matter the size”. Wanpraktijken hebben een weerslag voor alle producenten die samenwerken, ook de kleine spelers. Fevia vraagt om de bescherming ook te laten gelden voor bedrijven met een jaarlijks wereldwijde omzet van meer dan 350 miljoen euro. 

Om voedingsbedrijven nog beter te beschermen vraagt Fevia ook om de mogelijkheid om te heronderhandelen bij onvoorzienbaarheden, de zogenaamde imprevisieleer, niet contractueel te kunnen uitsluiten. Verder vraagt de sector ook om misbruik van de-listing als drukkingsmiddel of represaille te verbieden en om logistieke boetes binnen redelijke grenzen te houden, dus proportioneel met de geleden schade.

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek