EU legt certificeringskader voor permanente koolstofverwijdering vast, koolstoflandbouw volgt
nieuwsDe Europese Commissie wil tegen het einde van dit jaar drie kaders goedkeuren om vrijwillige koolstofvastlegging te kunnen certificeren. Vorige week werd alvast het certificeringskader voor permanente koolstofverwijdering afgeklopt. Tegen de zomer volgt normaal het kader voor koolstoflandbouw. “De certificeringsmethode daarvan wordt momenteel nog grondig besproken", duidt Anton Maertens van het Vlaams Actieplatform Carbon Removal & Carbon Farming. "Op een aantal punten wijkt de Vlaamse visie nog af van het huidige ontwerp."
Om de klimaatneutraliteits-doelstelling tegen 2050 te halen, zet de Europese Unie in op twee sporen. Zo wil ze de CO2-uitstoot verminderen en daarnaast resterende koolstof uit de atmosfeer verwijderen en opslaan. Om die tweede pijler te stimuleren, werkt de EU aan een certificeringssysteem dat onder meer de basis moet vormen voor een koolstofmarkt, waarin vraag en aanbod van koolstofvastleggende inspanningen elkaar kunnen vinden. Zo zal een landbouwer bijvoorbeeld zijn inspanningen kunnen certificeren en indien gewenst verhandelen op de markt aan bedrijven die op zoek zijn naar carboncredits.
Het certificeringssysteem wordt opgesplitst in drie kaders, naargelang het type koolstofvastlegging. Het gaat om opslag in producten, koolstoflandbouw en permanente koolstofverwijdering. Voor de laatste werd inmiddels al een certificeringsmethodologie goedgekeurd. “Een mijlpaal dat de EU als wereldleider in koolstofverwijdering positioneert”, aldus de Europe Commissie.
Het kader legt de regels en certificeringsmethoden vast voor drie soorten van permanente koolstofverwijdering. Het gaat om verwijdering via biochar en opslag na afvang van biogene emissie en directe luchtafvang. De regels zullen naar waarschijnlijkheid in april in werking treden waardoor projecten met deze activiteiten een EU-certificering kunnen aanvragen.
Certificering voor koolstoflandbouw nog in steigers
Afgezien van de beperkte toepassing van biochar in de land- en tuinbouw, biedt het kader voor permanente koolstofvastlegging de sector voorlopig nog weinig directe aanknopingspunten. Het is vooral uitkijken naar de certificering rond de koolstoflandbouw. “Dit wordt momenteel grondig besproken”, geeft Anton Maertens van het Vlaams Actieplatform Carbon Removal & Carbon Farming (VACRCF) mee. “De Europese Commissie verwacht tegen de zomer de certificeringsmethodologie definitief te kunnen afkloppen.”
Het kader staat nog in de steigers en op een aantal punten wijkt de Vlaamse visie nog af van het huidige ontwerp. Zo ligt momenteel het referentiejaar waarmee bodems vergeleken zullen worden op 2023. Daardoor dreigen heel wat Vlaamse koolstofpioniers hun eerdere inspanningen niet te kunnen verzilveren. Ze zullen ook meer moeite moeten doen om bijkomende koolstof in de bodem vast te leggen omdat ze het laaghangend fruit al geplukt hebben. “Wij pleiten ervoor om het referentiejaar op 2020 te zetten. Zij die het kunnen bewijzen dat ze al langer aan koolstofopbouw deden, zouden dan ook waardering kunnen krijgen voor hun inspanningen”, zegt Maertens.
“We pleiten er ook voor dat landbouwers de mogelijkheid krijgen om tien jaar langer hun certificaten te vernieuwen. Momenteel is er een mogelijkheid om de certificaten van vijf jaar tot viermaal te hernieuwen. Wij vinden dat het uitgebreid kan worden naar 30 jaar”, duidt Maertens de Vlaamse visie.
Meer inzetten op samenwerken
Het idee achter de koolstofmarkt is dat privaat geld ecologische inspanningen mee kan vergoeden. Een belangrijk discussiepunt daarbij is of maatregelen waarvoor al subsidies bestaan, zoals eco-regelingen, ook nog eens verzilverd mogen worden op de koolstofmarkt. “Voor de meeste maatregelen liggen de kosten veel hoger dan de subsidies”, legt Maertens uit. “In het begin zal de koolstofmarkt nog beperkt zijn en nog niet per se grote stimulans bieden om aan koolstoflandbouw te doen. Net daarom kan de combinatie van subsidies en private middelen wel een voldoende prikkel vormen.”
Tot slot wijst Maertens op nog een ander heikel punt dat nadelig kan uitvallen voor Vlaamse landbouwers. Economisch dreigen zij het moeilijker te krijgen wanneer hun credits van kleine, versnipperde percelen moeten concurreren met credits afkomstig van veel grotere percelen elders in Europa. “Recent werden hierover tijdens de actiedag landbouwers en experts samengebracht. Daar kwam onder meer uit dat er nog veel potentieel zit in integrale samenwerking. Zo valt er winst te boeken via landbouwcoöperatieven waarin bijvoorbeeld grondstoffen samen aangekocht worden om de kosten te drukken. Ook het samen vermarkten van CO2-certificaten zou tot een meerwaarde kunnen leiden.”