EU brengt landbouw, natuur en watersector samen rond impact van milieuregels
nieuwsEU-commissarissen Christophe Hansen (EVP) en Jessika Roswall (EVP) brachten een twintigtal organisaties samen om de impact van Europese milieuwetgeving op het terrein te bespreken. “Van elke aanwezige partij hoorden we dezelfde boodschap: er is nood aan stabiliteit, duidelijke regels en eerlijke vergoedingen voor milieuprestaties”, stelt IFOAM Organics Europe, de internationale koepelorganisatie voor biologische landbouw.
EU-commissarissen Christophe Hansen (EVP) en Jessika Roswall (EVP) organiseerden onlangs een gesprek over de gecombineerde impact van Europese milieuwetgeving op actoren op het terrein. De gesprekken focusten op de praktische moeilijkheden en lasten die betrokkenen ervaren bij de uitvoering van de Nitraatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water en de Vogel- en Habitatrichtlijnen. In totaal namen een twintigtal vertegenwoordigers deel uit de landbouw- en bossector, de watermaatschappijen en de milieuorganisaties. Ook een Cypriotische en Ierse vertegenwoordiger waren aanwezig om in het kader van het Europees voorzitterschap de lidstaten te vertegenwoordigen.
Voor de landbouwsector namen Copa-Cogeca, Ceja, Via Campesina en IFOAM deel aan het overleg. Voor deze laatste is het duidelijk: “Bescherm de Europese milieuwetgeving en creëer stabiliteit in het beleid.” De regelgeving nu openbreken en de doelen aanpassen, zou een verkeerd signaal zijn volgens de organisatie. “Frequente wijzigingen ondermijnen de investeringszekerheid, maar ook de voedselproductie. De milieuwetgeving heeft tot doel een gezonde bodem, water en natuur te verkrijgen. Deze natuurlijke hulpbronnen zijn essentieel voor de voedselproductie”, klinkt het.
Volgens Eric Gall van IFOAM vond dat standpunt gehoor aan tafel. “Niet iedereen pleitte ervoor om de milieuregels ongewijzigd te laten, maar er was wel brede steun: dat er meer stabiliteit, gemeenschappelijke basisregels en een gelijk speelveld nodig zijn. Vanuit de klassieke landbouworganisaties klonk vooral de vraag naar duidelijke, administratief werkbare regels en naar garanties: dat investeringen die boeren al hebben gedaan niet worden gedevalueerd. Niemand in de landbouwsector wil pioniers bestraffen en hun vertrouwen definitief verliezen.”
Jessika Roswall luisterde volgens hem ook aandachtig naar het verhaal van de watermaatschappijen. Niet enkel in Vlaanderen, maar in verschillende Europese landen kampen ze met grote problemen om drinkwater te winnen door vervuiling. Het wordt economisch steeds moeilijker om het water te zuiveren.
Meer verdienmodellen voor milieuprestaties
IFOAM benadrukte ook dat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) landbouwers beter moet belonen voor hun milieuprestaties. “IFOAM pleit voor duidelijke doelstellingen, maar ook voor een eerlijke vergoeding voor landbouwers om die te bereiken.” Volgens Gall kreeg die oproep brede steun, zowel van andere deelnemers als van Roswall en Hansen zelf. “Er werd benadrukt dat er meer succesverhalen gedeeld moeten worden van landbouwers die levensvatbare verdienmodellen hebben ontwikkeld in natuurgebieden.”
Directe inkomsteun komt niet volledig bij landbouwers
Om landbouwers beter te vergoeden voor klimaat-, water- en natuurprestaties moet het GLB aangepast worden voor IFOAM. “Vandaag gaat slechts 30 procent van het GLB-budget naar dergelijke inspanningen. Wij stellen heel duidelijk: verschuif de focus van directe inkomenssteun naar het principe ‘public money for public good’. Wie een publieke dienst levert, moet daarvoor worden beloond”, luidt het.
Valt voedselproductie dan niet onder een publieke dienst? “Onderzoek toont aan dat directe steun eigenlijk niet volledig bij boeren terechtkomt. Het wordt grotendeels gekapitaliseerd in landbouwgrond. Zo verdwijnt een deel van de subsidies naar grondeigenaars die hogere grondprijzen vragen. Ook andere schakels in de keten profiteren mee. Omdat ze weten dat boeren sowieso hectaresteun ontvangen, voeren ze de prijsdruk bij hen op”, aldus Gall. “Betalingen voor ecosysteemdiensten verschillen sterk van bedrijf tot bedrijf en laten zich daardoor moeilijk door de markt absorberen. Net daarom kunnen landbouwers via zulke systemen gerichter worden beloond voor hun publieke prestaties.”
Boeren willen niet per se van regels af
Volgens Gall luisterden Hansen en Roswall aandachtig naar de uiteenlopende standpunten aan tafel. Wat ze uiteindelijk uit het gesprek zullen meenemen, kan hij moeilijk voorspellen.
“Wat voor ons voor Vlaanderen opviel, is dat er vaak de perceptie leeft dat boeren vooral van milieuregels af willen en uitzonderingen vragen. Dat heb ik bij de aanwezige landbouworganisaties niet gehoord. Er werd benadrukt dat de lat voor iedereen gelijk moet liggen en dat er duidelijke, haalbare en consistente regels nodig zijn. Daarbij staat een eerlijke prijs voor de geleverde prestaties centraal.”
Beeld: EC - Audiovisual Service