Drie Europeanen in de race voor FAO-topjob, landbouwbelangen op het spel
nieuwsNa een pijnlijke nederlaag tegen China in 2019 aast Europa opnieuw op de topfuncie van directeur-generaal bij De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) . Momenteel zijn er drie EU-kandidaten in de running voor één van de machtigste functies in het mondiale voedsel en landbouwbeleid. Voor de landbouwsector staat er dus veel op het spel. Alleen: door interne verdeeldheid dreigt Europa deze topjob opnieuw mis te lopen.
De strijd om het leiderschap van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) is opnieuw geopend. In 2027 krijgt de organisatie een nieuwe directeur-generaal. Europa ziet daarin een uitgelezen kans om opnieuw invloed te verwerven op het wereldwijde landbouw- en voedselbeleid.
De FAO bepaalt internationale normen voor voedselveiligheid, zet de krijtlijnen uit voor visserij en ontbossing, en adviseert landen over hun voedselvoorziening. Voor een exportgerichte landbouwregio als de Europese Unie is dat strategisch van groot belang. Toch is het al meer dan 50 jaar geleden dat een Europeaan de organisatie leidde.
De schaduw van 2019
De laatste poging van de EU om daar verandering in te brengen, liep in 2019 mis. Europese verdeeldheid en versnipperde steun onder westerse landen maakten de weg vrij voor de Chinees Qu Dongyu.
Sindsdien is de invloed van China binnen de FAO volgens critici merkbaar toegenomen. Volgens westerse donoren zijn sleutelposities vaker ingevuld door Chinese functionarissen en is de koers van de organisatie verschoven. Dat voedt de bezorgdheid, zeker nu voedselzekerheid en geopolitiek steeds nauwer verweven raken. Met het einde van Qu’s mandaat in zicht, wil Europa het tij keren. Maar opnieuw dreigt interne verdeeldheid roet in het eten te gooien.
Drie kandidaten, geen favoriet
Momenteel liggen er drie Europese namen op tafel — zonder duidelijke consensus. De Ier Phil Hogan, voormalig Europees commissaris voor Landbouw en Handel, geldt als de zwaargewicht. Hij kent het Europese landbouwbeleid door en door en heeft ervaring met internationale onderhandelingen. Tegelijk blijft zijn gedwongen vertrek uit de Europese Commissie na een coronaschandaal een smet op zijn blazoen.
De Italiaan Maurizio Martina heeft dan weer een ander profiel. Als huidige plaatsvervangend directeur-generaal van de FAO kent hij de organisatie van binnenuit. Maar precies die nabijheid tot de huidige leiding wordt door sommige lidstaten als een nadeel gezien.
De Spaanse minister van Landbouw Luis Planas is de derde optie. Een ervaren diplomaat met een lange staat van dienst, maar minder uitgesproken op het internationale toneel. Zijn grootste troef: hij zit nog steeds mee aan de Europese onderhandelingstafel, terwijl zijn concurrenten vanop afstand lobbyen.
Belang voor de landbouw
Voor de Europese landbouwsector is de uitkomst allesbehalve symbolisch. De FAO heeft invloed op normen en regels die rechtstreeks doorwerken in handel, productie en duurzaamheidseisen.
Bovendien komt de organisatie onder toenemende druk te staan. Budgetten staan onder spanning en geopolitieke tegenstellingen wegen steeds zwaarder door. De volgende directeur-generaal zal dus niet alleen inhoudelijk, maar ook politiek sterk in de schoenen moeten staan.
Tijd dringt
De verkiezing zelf gebeurt achter gesloten deuren, via geheime stemming door 194 leden. In dat diplomatieke spel zijn allianties cruciaal — en is brede internationale steun vaak doorslaggevender dan interne eensgezindheid.
De EU heeft nog enkele maanden om één kandidaat naar voren te schuiven en internationale steun te verzamelen. Maar de les van 2019 is duidelijk: zonder eenheid én zonder een breed gedragen profiel wordt het moeilijk. Wat op het spel staat, is niet alleen een prestigieuze functie, maar ook invloed op de toekomst van het mondiale landbouw- en voedselbeleid.
Bron: Politico