Agrovoedingsindustrie bezorgt de EU stof tot nadenken
nieuwsDe sectorfederaties die op Europees niveau de belangen van de agrovoedingsindustrie verdedigen, hebben samen hun beleidsaanbevelingen geschreven. Een week geleden werden die aanbevelingen overhandigd aan de Europese ministers van landbouw. Daarbij de vraag om innovatie in de agrovoedingsindustrie sterker aan te moedigen, of op zijn minst niet dwars te zitten zoals dat nu soms gebeurt met Europese regeltjes. Om te kunnen innoveren, hebben bedrijven naar verluidt nood aan betere en wetenschappelijk onderbouwde politieke beslissingen.
Met 11 zijn ze, de sectorfederaties die de agrovoedingsindustrie in Europa vertegenwoordigen en hun wensen bekendmaken aan de beleidsmakers in de EU. Van de machinefabrikanten, de leveranciers van zaaigoed, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen tot de veevoederindustrie en uiteraard ook de landbouw (Copa-Cogeca) en de voedingsindustrie (FoodDrinkEurope), allemaal staan ze achter de aanbevelingen die de agrovoedingsindustrie moeten toelaten haar volledig economisch potentieel te ontwikkelen. Samen vertegenwoordigen deze sectoren 30 miljoen jobs (13,4% van de totale tewerkstelling in de EU) en 3,5 procent van de toegevoegde waarde die de Europese economie genereert.
De Europese agrovoedingsketen steekt de hand uit naar alle EU-instellingen om samen te werken aan een competitieve en duurzame agrovoedingsindustrie. Wat daarvoor nodig is, penden ze neer op één bladzijde, een greep daaruit: “Zorg dat innovatie in het hart van de Europese beslissingsvorming over landbouw en voeding zit. Stimuleer onderzoek in de agrovoedingsindustrie. Zorg voor intellectuele eigendomsrechten die hard gemaakt worden. Maak dat de drie dimensies van duurzaamheid in elke beleidsbeslissing terug te vinden zijn. Promoot jobcreatie in de sector. Garandeer het goed functioneren van de interne markt. Verlicht de administratieve lasten. Waak erover dat de erkenning van nieuwe technologieën en producten op wetenschappelijke basis gebeurt en werkbaar, betrouwbaar en innovatievriendelijk is.”
Bron: eigen verslaggeving
Beeld: Loonwerk Defour