nieuws

Zuivelindustrie investeerde als nooit tevoren

nieuws
De Belgische zuivelindustrie heeft nog nooit zoveel geïnvesteerd als in de jongste twee jaar. Dat staat te lezen in De Tijd. De industrie volgt daarmee het voorbeeld van de melkveehouders die het einde van de Europese melkquota in 2015 lijken aan te grijpen om fors te groeien. In 2011 en 2012 investeerde de zuivelindustrie 145 en 152 miljoen euro. Dat is twee derde meer dan in de jaren voordien.
25 september 2013  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:23

De Belgische zuivelindustrie heeft nog nooit zoveel geïnvesteerd als in de jongste twee jaar. Dat staat te lezen in De Tijd. Volgens de krant volgt de industrie daarmee het voorbeeld van de melkveehouders die het einde van de Europese melkquota in 2015 lijken aan te grijpen om fors te groeien. In 2011 en 2012 investeerde de zuivelindustrie twee derde meer dan in de jaren voordien.

Op een conferentie van de Europese Commissie in Brussel bogen meer dan 400 mensen zich deze week over de vraag: wat na de melkquota? Naar aanleiding daarvan ging De Tijd te rade bij een reeks Vlaamse zuivelspecialisten. Daaruit blijkt dat het einde van de quote voor Vlaanderen in theorie geen nadeel hoeft te zijn. Er zijn immers weinig regio’s die aan scherpere prijzen kunnen produceren dan Vlaanderen. Zo kan de melk bij ons voor twee cent per liter minder geproduceerd worden dan in Nederland.

België staat in voor twee procent van de totale Europese productie. De gemiddelde Vlaamse melkveehouder produceert vandaag 367.000 liter per jaar. Maar 75 procent onder hen wil groeien. Volgens cijfers van het Departement Landbouw en Visserij zou het om bijna 30 procent groei gaan, maar volgens experts, zoals Guy Vandepoel van Boerenbond, is een groei van 10 tot 15 procent meer realistisch.

Het wegvallen van de productiebeperkingen vanaf 1 april 2015 zet veel landbouwers aan om nieuwe stallen te bouwen of melkrobotten te plaatsen. “Voor een deel is dat psychologisch”, beweert Renaat Debergh van de Belgische Confederatie Zuivel (BCZ) in De Tijd. “Veel melkveehouders zijn van mening dat ze wel moeten groeien nu het juk van quota eindelijk wegvalt.” Die groei kan ook afgeleid worden uit de steunaanvragen bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF).

In 2011 en 2012 vroegen melkveehouders jaarlijks voor een investeringsbedrag van ongeveer 11,5 miljoen euro VLIF-steun aan voor melkinstallaties, -robotten of -carrousels. Dat is een stijging van maar liefst 37 procent in vergelijking met de voorgaande jaren. Voor nieuwe melkveestallen schommelt het investeringsbedrag waarvoor steun is aangevraagd, al enkele jaren tussen de 40 en 44,2 miljoen euro. Ter informatie: een nieuwbouwinvestering voor 200 melkkoeien ligt tussen 800.000 en één miljoen euro.

Ook de drie belangrijkste kredietverstrekkers in de landbouw, KBC, Crelan en BNP Paribas Fortis, bevestigen die trend. “Al is het vandaag wel weer iets rustiger”, zegt Jan De Keyser van BNP Paribas Fortis. “De investeringen zijn vaak gekoppeld aan de melkprijs. Is die goed, dan is er meer goesting om te investeren. We komen net uit een zeer moeilijke periode dus is er iets minder durf en ambitie”. Ook Renaat Debergh ziet vandaag minder roekeloze investeringen dan twee tot drie jaar geleden.

Al die groei doet de vrees ontstaan dat we binnenkort weer te maken krijgen met melkplassen. “Dat zie ik niet meteen gebeuren, maar zeg nooit nooit”, aldus Erwin Wauters van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO). “De voorraden zijn heel laag en er is veel vraag naar melk, bijvoorbeeld vanuit groeilanden zoals China. Bovendien zijn bijna overal de mechanismen om de prijs op een kunstmatig niveau te houden, afgebouwd.” Veel landen, waaronder België, melken hun quotum nu al niet volledig vol.

Dat de markt meer begint te spelen, is vooral in het voordeel van competitieve regio’s zoals Vlaanderen. Maar hoewel er vanaf 2015 geen productieplafonds meer bestaan, waarschuwen experts dat er nog steeds andere klassieke beperkingen blijven bestaan, zoals grond, arbeid en kapitaal. Zeker in het dichtbebouwde Vlaanderen is grond, die nodig is voor de productie van ruwvoeder en mestafzet, een rem op de groei.

“Hoewel de lange termijn veelbelovend oogt, moeten de boeren veel meer leren leven met de volatiliteit van melk- en voedselprijzen”, zegt Wim Vranken, de verantwoordelijke voor landbouwkredieten bij Crelan. “Bij het bedrijfsplan kijken we niet alleen naar de terugbetalingscapaciteit op lange termijn, maar ook hoe de melkveehouders binnen het jaar omgaan met fluctuerende prijzen.” Vandaag bereikt de melkprijs recordhoogtes, maar de eerste zes maanden van het jaar waren bijvoorbeeld heel slecht. “Ook die moeilijke periodes moeten ze kunnen overbruggen”, aldus Vranken.

Erwin Wauters stelt in De Tijd dat hij “redelijk zeker” is dat er nog periodes zullen volgen waarin de prijzen te laag zijn om de kosten te dekken. “Melkveehouders schieten er dan bij in als ze melk produceren. Wie een zware leninglast heeft, kan op zo’n moment echt wel zwarte sneeuw zien.” Volgens Jan De Keyser zaten melkveehouders “in een enorme comfortzone” door de melkquota. “Van alle landbouwers werden zij het minst geprikkeld door de markt. Ze hebben hun melk nooit vrij verkocht.”

De Keyser is van mening dat ‘de goede vakman’ van vroeger opeens veel meer ‘marktskills’ zal moeten hebben om zijn melk te verkopen. In zijn ogen is dat wellicht de grootste verandering die op de sector afkomt. “Sommige melkerijen zullen contracten maken, anderen komen met prijsgarantievoorstellen. Nog anderen zullen zich op de termijnmarkt begeven. Dat betekent dat de melkveehouder een goede kijk op de markt moet hebben. Dat lijkt misschien gemakkelijk, maar dat is het zeker niet.”

Ook Vranken verwacht dat 2015 en 2016 niet de gemakkelijkste jaren worden. “Wij verwachten spanningen tot 2017”, zegt de Crelan-bankier. “Ofwel boomt de melkproductie, en kan de industrie niet volgen. Ofwel is de productie toch niet zo hoog als gedacht, en kampt de achterliggende industrie met een tekort aan melk. Het evenwicht tussen vraag en aanbod is vandaag zeer broos.”

Om de aanzwellende melkstroom op te vangen en de verwerkingscapaciteit op te krikken, investeerde de Belgische zuivelindustrie de jongste twee jaar recordbedragen. “Er is nog nooit zoveel geïnvesteerd”, stelt Debergh. In 2012 investeerde de industrie, die melk verwerkt tot pakweg yoghurt of kaas, 152 miljoen euro. Ook het jaar voordien zette de sector een record neer: 145 miljoen euro. De zuivelindustrie neemt één op de acht euro die de voedingsindustrie spendeert voor haar rekening. De investeringen zijn met twee derde gestegen.

Milcobel, de grootste zuivelcoöperatie in België, engageerde zich om de ontwikkeling van haar leden-melkveebedrijven te volgen en werkt een stevig investeringsprogramma af. “Om ons te wapenen voor het post-quotumtijdperk en de nieuwe marktomstandigheden ontvouwde Milcobel eerder al een strategisch meerjarenplan”, vertelt Eddy Leloup, de directeur coöperatiezaken. Het paradepaardje wordt een van de grootste mozzarellafabrieken in Europa. Die opent begin volgend jaar in Langemark de deuren.

Milcobel liet zich daarbij leiden door een bevraging bij haar leden. “We hebben gepeild naar wat ze van plan zijn”, zegt Leloup. De rondvraag wees uit dat ze tussen 2012 en 2020 17 procent meer melk zullen leveren. “Wij manen landbouwers toch aan tot enige voorzichtigheid”, besluit Debergh. “Twee tot drie jaar geleden waren zeker niet alle uitbreidingsplannen even goed onderbouwd.” Ook Jan De Keyser merkt op dat er weinig verband is tussen schaalgrootte en winstgevendheid. “Ik moet nog altijd de eerste boer tegenkomen die opeens een betere boer is omdat hij een nieuwe stal heeft.”

Bron: De Tijd

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek