Financiële steun en gelijk speelveld: Europees Parlement wil sterke veehouderijsector
nieuwsHet Europees Parlement pleit niet voor een verplichte afbouw van de veestapel, maar legt de nadruk op verduurzaming en efficiëntie. Dat staat in een initiatiefverslag van de Europese landbouwcommissie, dat op 18 maart werd goedgekeurd met 40 stemmen voor en acht tegen. De tekst roept op tot een versterkt Europees beleid ter ondersteuning van de veehouderijsector.
De Europarlementariërs dringen aan op een wetenschappelijk onderbouwde strategie en robuuste (financiële) steunmaatregelen om het concurrentievermogen te versterken in een tijd waarin het veebestand en het aantal veehouders afnemen.
Volgens de Italiaan Carlo Fidanza, de rapporteur van deze visietekst, is de nood hoog aan een bijgestuurde aanpak. “De Europese veehouderijsector is niet alleen de ruggengraat van onze voedselzekerheid en plattelandseconomie, maar ook een hoeksteen van onze identiteit, cultuur en milieu”, stelt de centrumrechtse politicus in het rapport. “Naast haar economische rol levert de veehouderij essentiële milieudiensten, zoals landschapsbeheer, koolstofopslag en waterregulering.”
Financiële steun
In de tekst pleit men voor een wetenschappelijk onderbouwde veeteeltstrategie gericht op innovatie en productiviteit. Een eerste belangrijk punt is het op peil houden van de GLB-steun, wetende dat de werkingskosten en de druk op het inkomen alleen maar toenemen. Men dringt aan op “de handhaving van het GLB-budget in reële termen, het waarborgen van voortgezette gekoppelde steun voor herkauwers zonder extra milieueisen, en het actualiseren van de referentieprijzen voor marktinterventies”, aldus het verslag.
Startsteun voor jonge landbouwers, genderinclusieve maatregelen en betere toegang tot grond en financiering noemt men essentieel om nieuwkomers aan te trekken.
Nitraatrichtlijn en alternatieve meststoffen
De parlementsleden pleiten voor een actualisering van de nitraatrichtlijn, in functie van wetenschappelijke vooruitgang en nieuwe technieken, waaronder het gebruik van alternatieve meststoffen zoals digestaat en renure.
Niet natuur maar gezondheid zwaarste kost van mest
18 maart 2026De visietekst stelt dat op grasland gebaseerde systemen, zoals veehouderij, centraal staan in de circulaire landbouw en dus bijdragen aan ecosysteemdiensten zoals biodiversiteit, waterkwaliteit en koolstofopslag. “De integratie van akkerbouw en veeteelt bevordert de recycling van nutriënten en de bodemgezondheid”, klinkt het.
Verder pleit men voor een sterkere inzet op precisielandbouw-technologieën. Er moeten digitale hulpmiddelen en systemen komen die landbouwers helpen om hun middelen efficiënt te gebruiken met minimale milieu-impact.
Ook vragen ze adequate compensatie voor landbouwers die schade ondervinden van grote carnivoren, en een aanpassing van de Habitatrichtlijn om onder meer wolvenpopulaties te beheren.
Eerlijke handel
De Europarlementsleden dringen er ook op aan dat de EU-normen inzake dierenwelzijn, gezondheid en milieuprestaties in alle handelsovereenkomsten worden weerspiegeld, om eerlijke concurrentie te waarborgen.
Bovendien steunen zij een krachtigere promotie van EU-veeteeltproducten in het buitenland, met inbegrip van duidelijkere etikettering en bescherming van geografische aanduidingen, zoals parmaham.
In diezelfde lijn pleit het rapport om de voedingskundige, culturele en economische rol van vlees, zuivel en eieren te erkennen. “De algemene promotie van voedingskundig inferieure vervangingsproducten” moet volgens de visietekst worden vermeden. Nieuwe voedseltechnologieën zoals cellulaire landbouw – denk bijvoorbeeld aan kweekvlees - moeten volgens het beleidsdocument “strenge veiligheids-, milieu- en marktbeoordelingen ondergaan om ervoor te zorgen dat ze traditionele systemen niet ondermijnen.”
Diergezondheid
Wat diergezondheid betreft, roepen de Europarlementariërs op tot betere EU-coördinatie op het gebied van vaccinatiestrategieën, systemen voor vroegtijdige opsporing en het delen van gegevens. Denk bijvoorbeeld aan een gecentraliseerde vaccinatiedatabank en compensatieregelingen voor boeren die door uitbraken van ziekten worden getroffen.
Nieuwe aanpak
De nood voor een nieuwe aanpak is volgens het rapport zeer hoog. De EU is de op één na grootste vleesproducent ter wereld en de grootste melkproducent. Maar de sector wordt geconfronteerd met een afnemende veestapel en een dalende consumptie van vlees en zuivelproducten, met uitzondering van pluimvee. Tegelijkertijd verlaten veel boeren de sector vanwege economische moeilijkheden of vinden ze geen opvolging voor hun bedrijf. Eiwitshift-strategieën ten spijt zal de wereldwijde vraag naar dierlijke eiwitten naar verwachting tegen 2050 aanzienlijk blijven stijgen. Het strategisch belang van de sector mag volgens het rapport dus niet worden onderschat.
Het rapport is opgesteld met input van belangenorganisaties zoals Copa-Cogeca. Landbouworganisatie Farm Europe is lovend over het initiatief. “Deze stemming betekent een belangrijke stap voorwaarts bij het bevorderen van een veehouderijsector in de EU die veerkrachtig, concurrerend, duurzaam en divers is”, aldus de organisatie.
Groenen vragen strengere milieumaatregelen
Het initiatiefverslag is niet bindend, maar geeft wel een duidelijke politieke richting aan voor toekomstig Europees landbouwbeleid. Niet alle fracties staan echter achter de gekozen insteek. Zo pleiten leden van de Greens/European Free Alliance voor sterkere maatregelen om de milieu-impact van de veehouderij te beperken, onder meer via een verdere afbouw van de veestapel.
De tekst wordt op een later moment nog voorgelegd aan de plenaire vergadering van het Europees Parlement.
Bron: Eigen berichtgeving