Reportage

De Grote Linde maakt de transitie naar biologische melkveehouderij ondanks onzekerheden

Reportage

Er zijn gangbare landbouwers met interesse in biologische landbouw, maar door de stikstofregels is het aantal boeren dat daadwerkelijk de overstap maakt beperkt. “Er zijn tot op heden maar weinig erkende maatregelen voor de biologische veehouderij, waardoor er een grote onzekerheid is”, klinkt het tijdens een bedrijfsbezoek aan boerderij De Grote Linde in Oostkamp, waar de zaakvoerders wél de omschakeling maken naar biologische melkveehouderij.

Vandaag Jerom Rozendaal
Lees meer over:
Informatiedag op Boerderij De Grote Linde over rantsoen en teelt in biologische melkveehouderij

“De beschikbaarheid van ruwvoer is onze grootste angst. Maïs zaai je en ongeacht de droogte is er altijd wel een opbrengst. Dat is een ander verhaal bij gras-klaver”, vertelt Koen Gheleyns, die samen met zijn vrouw Leen Declercq het melkveebedrijf De Grote Linde uitbaat in het West-Vlaamse Oostkamp. Behalve melkvee hebben de boeren ook een aantal vakantiewoningen die zij verhuren.

Boerderij De Grote Linde ontving vorige week een groep boeren voor een werkbezoek met de titel “Rantsoen in de praktijk bij omschakeling naar bio-melkvee”. Het betrof een initiatief van Bio Zoekt Boer, een Vlaams platform dat de transitie naar biologische landbouw tracht te faciliteren.

Ruwvoeropbrengst onzeker element

Onder de aanwezigen waren vooral gangbare melkveehouders met een sterke focus op regeneratieve landbouw, zoals bijvoorbeeld Benny De Meyer van het gemengde bedrijf met hoeveverkoop Van Eigen Kweek uit Lembeke. De Meyer investeert dit jaar in een wiedeg en gaat stripbeweiding toepassen bij zijn melkvee. “Daardoor zou de grasopname door de koeien moeten toenemen”, vertelt hij.

Bij het bedrijfsbezoek aan De Grote Linde wilde hij vooral zijn kennis uitbreiden over het teelt- en rantsoenmanagement binnen een biologische bedrijfsvoering. Een transitie naar een biologisch landbouwmodel ziet hij vooralsnog niet zitten. “Op ons bedrijf lopen we het risico dat we onvoldoende (ruw)voer hebben en niet kunnen ingrijpen in het rantsoen met gangbare elementen.”

Een andere deelnemer aan de informatiedag gaf aan dat hij de stap naar bio niet durfde zetten door de klimaatverandering. “Langere periodes van droogte hebben een grote impact op de teelt en de ruwvoervoorziening”, klonk het.

“Het veevoeder- en teeltmanagement is een van de grootste uitdagingen in de omschakeling naar biologische veehouderij”, beaamt Bart Thoelen van Bio Zoekt Boer. Een belangrijk onderdeel van het biologische lastenboek is namelijk dat ook het rundvee rantsoen 100% bio-gecertificeerd moet zijn. “Vooral op het gebied van krachtvoer zijn de biologische alternatieven beperkt en duur, waardoor de veehouder qua eiwit meer op eigen land is aangewezen.”

Grasklaver

De teelt van eigen voer heeft de nodige uitdagingen. Het gemis aan kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen moet worden gecompenseerd door meer aandacht te besteden aan de bodem en een preventieve aanpak met de teeltplanning. Door bijvoorbeeld gras-klaver te telen kan hij het gemis aan kunstmest compenseren. “Klavers fixeren zo’n 50 kg stikstof per ton droge stof per hectare per jaar”, vertelt adviseur Wim Govaerts van Wim Govaerts en co. “Bij tien tot 12 ton droge stof grasklaver per hectare en een aandeel van 30-40 procent droge stof klaver, bekom je met 4 ton klaver zo’n 200 kg stikstof in de bodem. Met 1 kg stikstof maakt een plant vervolgens 6,25 kg eiwit aan”, verklaart hij de basis onder de kringloopgedachte van bio.

Stikstofdecreet brengt onzekerheid

Ondanks deze uitdagingen en risico’s kende de biologische melkveehouderij zes à zeven jaar geleden een behoorlijke opstoot. Doordat een aantal gangbare bedrijven de omschakeling maakten naar een biologisch bedrijfsmodel, ligt het aantal biologische melkveebedrijven in Vlaanderen op zo’n 40.

Hoewel de post-corona-energiecrisis de biologische landbouw in Vlaanderen pijn deed (hogere energiekosten deden de consument besparen op duurdere, biologische nicheproducten, red.), viel de schade in de biologische melkveehouderij mee. “Anders dan in Frankrijk of Duitsland, hebben we in Vlaanderen geen grote golf aan terugschakelaars met melkvee gezien. De relatief kleine markt is redelijk stabiel gebleven”, verklaart Thoelen. Volgens hem zijn er maar twee melkveebedrijven teruggeschakeld naar gangbare landbouw.

In tegenstelling tot zeven jaar geleden is de interesse in omschakeling naar biologische melkveehouderij vandaag beperkt onder gangbare bedrijven. “Dat komt vooral door de onzekerheid en het stikstofdecreet. In het stikstofdecreet gelden geen officiële reductiemaatregelen voor de veeteelt”, verklaart Thoelen.

Leen Declercq en Koen Gheleyns van Boerderij De Grote Linde

West-Vlamingen wagen toch de sprong

Ondanks de onzekerheid rond het stikstofdecreet en de veevoerproductie besloten Koen Gheleyns en Leen Declercq de sprong te wagen. “Leen speelt al jaren met het idee en is ideologisch bevlogen. Vorig jaar hebben we het traject ingezet”, vertelt Koen, die samen met zijn vrouw 60 koeien melkt en daarnaast ook buitenshuis werkt.

De transitieperiode naar biologische melkveehouderij kan in principe op anderhalf jaar. Anticiperend op een grotere veevoerbehoefte van eigen land sloot het melkveebedrijf een overeenkomst af met de nabijgelegen Damse Kaasmakerij, die over biologische gronden beschikt.

Damse Kaasmakerij maakt ambachtelijke kaas van biologische melk die het inkoopt bij Biomilk, een coöperatie van biologische melkveehouders. Vanaf 1 januari 2027, wanneer de omschakeling voltooid is, zullen Gheleyns en Declercq ook aan Biomilk leveren. “FrieslandCampina, onze huidige melkafnemer, verwerkt wel biologische melk in Nederland, maar het loont voor hen niet om enkel bij ons melk op te halen”, klinkt het.

Eind maart zijn de vooruitzichten op boerderij De Grote Linde goed. “De gras-klaver- en erwtenmengteelt staat er op dit moment goed bij. Laten we hopen op vruchtbare teeltomstandigheden dit jaar”, besluit Gheleyns.

Interesse in biologische rundveehouderij vooral bij kleinschalige groentetelers

Waar het aantal gangbare landbouwers in omschakeling momenteel nog beperkt is, zijn er volgens Bart Thoelen wel kleinschalige biologische groentetelers (veelal CSA-bedrijven, red.) die een kleine dierlijke tak willen opstarten. Deze nieuwe trend past volgens hem in de filosofie van kringlooplandbouw, die de voorbije jaren aan populariteit wint.

Hij verklaart: “Door herkauwers te integreren in je rotatie heb je als groenteteler een bestemming voor rustgewassen. De dierlijke tak produceert op haar beurt ook weer kwalitatieve mest waar de groenten van kunnen profiteren. Deze nieuwe generatie zij-instromers toont zich erg creatief in verdienmodellen rond gemengde landbouw.”

Ook de groeiende beschikbaarheid van natuurgebieden voor begrazing opent volgens Thoelen mogelijkheden voor een kleinschalige biologische melkveehouderij met eigen verwerking. “Momenteel hebben we zo’n vijf adviestrajecten lopen van bedrijven die willen opstarten met een beperkte veestapel.”

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek